| HYPERICUM 1 | januari 2003 |
J.W. Bielen
De excursiedatum (21 april 2001) was lang voor het uitbreken van MKZ vastgesteld. Toen die datum begon te naderen zaten we net midden in de crisis. Hoe men daar in de BRD mee omging, wisten we niet. Bij een verkenning een week tevoren bleek ons echter nergens iets van een toegangsverbod. Bij slechts één van de bezochte locaties kwamen we in de buurt van een boerderij. Men zag ons, maar toonde totaal geen bezorgdheid. We besloten de excursie door te laten gaan maar wel, uit respect voor de zorgen van de boeren, uit de buurt te blijven van agrarische activiteiten.
Veel floristen zaten te popelen om het veld in te gaan, maar terreinen in het landelijk gebied en vooral de natuurreservaten in Nederland waren gesloten. Dat verklaart misschien de grote belangstelling van buiten Twente.
Tot de voorexcursie wisten wij eigenlijk niet goed wat we in floristisch opzicht konden verwachten in de excursie gebieden. Alleen de kleine bosjes Söbbing en Schulze-Greving kenden we vanuit de literatuur (Luiken 1957; Stichmann 1964 ).
1. Het eerst bezochten wij "Die Bröcke" ten zuiden van Ahaus. Topographische Karte 1:50.000 Blatt L 3908 Ahaus. Viertelquadrant 3908.31: 125 taxa.
Die Bröcke is een enige honderden hectaren groot bosgebied. Sommige stukken ogen vrij natuurlijk en bestaan dan uit loofhout. Maar merendeels is er naaldhout ingeplant. Het is de kunst de interessantere stukken te vinden en men dient dan nogal wat afstand af te leggen. Omdat we voor de twee andere bosgebieden voldoende tijd wilden overhouden, lieten we een bezoek aan een breed beekdal met veel Verspreidbladig goudveil (Chrysosplenium alternifolium) dat we op de voorexcursie hadden ontdekt, maar achterwege. De interessantste vondst was nu Trilgraszegge (Carex brizoides) een soort die in de verspreidingsatlas voor deze streek (Kaplan & Jagel 1997) van Die Bröcke niet is gemeld. Wel geeft deze atlas o.a. een aantal vindplaatsen dichter bij de Nederlandse grens. Sinds 1999 (Zijlstra & al. 2000) weten we dat de verspreiding van deze soort bij de grens niet ophoudt.
2. Als tweede bezochten we Schulze-Greving bij Wessum (ten noordwesten van Ahaus). TK 1:50.000 Blatt L 3906 Vreden. Viertelquadrant 3907.24: 94 taxa.
Dit bos is slechts ongeveer 15 ha groot. Het bezit hier en daar een rijke ondergroei en is floristisch veel rijker dan Die Bröcke.
3. Onze derde locatie het Söbbing bij Wessum (TK 1:50.000 Blatt L 3906 Vreden Viertelquadrant 3807.44: 94 taxa) meet ongeveer 15 ha.
Ook hier betrof het een bos met een rijke ondergroei dat ook weer rijker is dan Die Bröcke. Het Söbbing wordt in tweeën gedeeld door een strook grasland die bedoeld is om een hoogspanningsleiding door te laten. Het deel oostelijk van deze leiding is door ons niet bekeken.
Van deze excursie is een verslagje gemaakt met een volledige soortenlijst voor elk bosgebied. We volstaan hier met het geven van een lijstje (tabel) met de meest interessante en/of karakteristieke soorten.
Loode, J.W.D. & R.A.B. Luiken (1965). De Twentse flora in vergelijking met die van het Duitse grensgebied (In: Twente-Natuurhistorisch V: Enige Twentse landschappen en hun flora: 23-34).
Luiken, R. (1957). Drie Flora's. De Levende Natuur 60: 189-202.
Stichmann, W. (1964). Krautreiche frische Buchen-Mischwälder westlich von Ahaus (Westfalen). Natur und Heimat 24: 117-120.
Zijlstra, O.G., P.F. Stolwijk & J.W. Bielen (2000). Bijzondere vondsten 1999. Nieuwsbrief FLORON - FWT 22.