| HYPERICUM 1 | januari 2003 |
J.W. Bielen & P.F. Stolwijk>
Op zaterdag 23 juni 2001 hebben wij deelgenomen aan een "Exkursion des botanischen Arbeitskreises" van het "Biologisches Institut Metelen". We hadden al eens eerder meegedaan aan een excursie van deze plantenwerkgroep en dat was ons toen erg goed bevallen. Helaas vallen onze eigen excursies dikwijls samen met die van onze oosterburen, zodat het er een tijd niet van was gekomen.
Ook nu werden we weer zeer gastvrij ontvangen door de excursieleiders, de heren Dr. Klaus Kaplan (Biologisches Institut Metelen) en Winfried Grenzheuser (Rheine), en de overige deelnemers. De eerste was ons al bekend van een eerdere excursie en bovendien van zijn publikatie over de flora van de Kreisen Borken, Coesfeld en Burgsteinfurt (Kaplan & Jagel 1997). De tweede bleek de flora van het bezochte terrein zeer goed te kennen; bovendien was hij een specialist van het geslacht Roos (Rosa).
Het excursiegebied ligt vrijwel geheel in Viertelquadrant 3710.33 (een klein deel in VQ 3710.34) en is dus te vinden op de Topographische Karte 1 : 25.000 Blatt 3710 Rheine. Het is een uitgestrekt, uit de wereldoorlog stammend rangeerterrein dat al lang niet meer wordt gebruikt en derhalve geheel is vervallen. Behalve een grote groep bijzondere urbane planten waren er ook nog steeds soorten die wijzen op een vroeger rijke kalkflora. Dat is niet verbazingwekkend als we bedenken dat het gebied aan de voet ligt van de "Waldhügel", op ongeveer een kilometer van de top daarvan. Deze kalkheuvel is bekend om zijn (eertijds?) tamelijk rijke orchideeënflora. Hieronder volgt een greep uit de soorten die karakteristiek zijn voor zo'n spoorwegemplacement en ook de soorten die goed gedijen in een kalkrijker omgeving en derhalve in Twente niet voorkomen (aangegeven met *) of zeldzaam zijn.
Wetenschappelijke namen volgens Haeupler & Muer (2000); Nederlandse namen volgens Meijden (1996).
| Nederlandse naam | Wetenschappelijke naam |
|---|---|
| Gewone agrimonie | Agrimonia eupatoria |
| Rood guichelheil | Anagallis arvensis subsp. arvensis |
| Hokjespeul* | Astragalus glycyphyllos* |
| Zilte zegge | Carex distans |
| Valse voszegge | Carex otrubae |
| Echte karwij | Carum carvi |
| Grote centaurie | Centaurea scabiosa |
| Bosrank | Clematis vitalba |
| Paardenbloemstreepzaad* | Crepis vesicaria subsp. taraxacifolia* |
| Vlakke dwergmispel* | Cotoneaster horizontalis* |
| Muurleeuwenbek | Cymbalaria muralis |
| Rietorchis | Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa |
| Grote kaardebol | Dipsacus fullonum |
| Zomerfijnstraal | Erigeron annuus s.l. |
| Stijve steenraket* | Erysimum hieraciifolium* |
| Cypreswolfsmelk | Euphorbia cyparissias |
| Zeegroene rus | Juncus inflexus |
| Galega* | Galega officinalis* |
| Fijne ooievaarsbek | Geranium columbinum |
| Donderkruid* | Inula conyzae* |
| Platte rus | Juncus compressus |
| Brede lathyrus | Lathyrus latifolius |
| Boslathyrus | Lathyrus sylvestris subsp. sylvestris |
| Veldkruidkers | Lepidium campestre |
| Geelhartje | Linum catharticum subsp. catharticum |
| Rode kamperfoelie* | Lonicera xylosteum* |
| Goudgele honingklaver | Melilotus altissimus |
| Ruw vergeet-me-nietje | Myosotis ramosissima |
| Valse wingerd | Parthenocissus inserta |
| Bitterkruid | Picris hieracioides subsp. hieracioides |
| Plat beemdgras | Poa compressa |
| Middelste ganzerik | Potentilla intermedia |
| Heelblaadjes | Pulicaria dysenterica |
| Knolboterbloem | Ranunculus bulbosus |
| Azijnboom | Rhus hirta |
| Rechte vetmuur1 | Sagina micropetala1 |
| Bossalie* | Salvia nemorosa* |
| Kandelaartje | Saxifraga tridactylites |
| Bont kroonkruid | Securigera varia |
| Hongaarse raket | Sisymbrium altissimum |
| Mottenkruid | Verbascum blattaria |
| Keizerskaars | Verbascum phlomoides |
| Gladde ereprijs | Veronica polita |
| Gewimperd langbaardgras* | Vulpia ciliata subsp. ciliata* |
| Hondsroos | Rosa canina agg. |
| Kleine roos*2 | Rosa micrantha*2 |
| Egelantier | Rosa rubiginosa |
|
|
Rosa subcanina*3 |
|
|
Rosa tomentella*3 |
1 Wordt in Nederland niet apart onderscheiden en valt onder Tengere vetmuur (Sagina apetala).
2 Wordt In Nederland (nog) niet apart onderscheiden en valt onder Egelantier (Rosa rubiginosa).
3 Wordt in Nederland (nog) niet apart onderscheiden en valt onder Hondsroos (Rosa canina).
Gewimperd langbaardgras (Vulpia ciliata subsp. ciliata) was een opmerkelijk waarneming. Volgens de excursieleiders kon dat wel eens (een van) de eerste zijn in de wijde omtrek. De soort is ook (nog) niet in Haeupler & Muer (2000) opgenomen. Het toeval (of misschien juist niet) wilde dat Pieter de soort een paar weken eerder voor het eerst had gezien op een excursie tijdens het FLORON-kamp in Zeeland.
Haeupler, H. & T. Muer (2000). Bildatlas der Farn- und Blütenpflanzen Deutschlands.
Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland. Ed. 22.
Kaplan, K. & A. Jagel (1997). Atlas zur Flora der Kreise Borken, Coesfeld und Steinfurt - eine Zwischenbalanz. Metelener Schriftenreihe für Naturschutz Heft 7.