HYPERICUM 2 december 2003


Excursieverslagen FWT-FLORON 2002

P.H.L. Spee, P.F. Stolwijk & O.G. Zijlstra


Abstract

Report of the field meetings in 2002 of the Flora Workgroup Twente (FWT) (prov. of Overijssel, the Netherlands).

Beckum, 27 april.

In het Stepelerveld (km-hok 248-467) noteerden we 128 taxa, waarvan 48 nieuw. Geen slecht resultaat voor een zo vroege excursie. Het gemengde bos in de noordwesthoek bevatte een (dichtgegroeid) ven met een groot aantal zeggen. We noteerden: Scherpe, Zomp-, Ster-, Stijve, Zwarte, Pil-, Hoge cyper-, Snavel- en Blaaszegge (Carex acuta, curta, echinata, elata, nigra, pilulifera, pseudocyperus, rostrata en vesicaria). Rond het dichtgroeiende ven in het midden ervan ontdekten we Wateraardbei (Potentilla palustris) en een pol van het hier niet bekende Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum). In tegenstelling tot Veenpluis (E. angustifolium) bezit het bovenste stengelblad van deze soort geen bladschijf, maar heeft wel een opgeblazen schede. Ook konden we Donkergroene basterdwederik (Epilobium obscurum) strepen. Deze soort heeft soms al vroeg in het jaar bovengrondse uitlopers.
In het bosje aan de Hulstweg werd Appelbes (Aronia x prunifolia) teruggevonden. Jaap Groot vertelde dat deze heester een plaag is in de rietlanden op het laagveen. Terecht wordt deze agressieve neofiet wel 'moeraspest' genoemd. In de droge berm naast het fietspad langs de Hulstweg vonden we tenslotte nog Duinvogelmuur (Stellaria pallida), Heidespurrie (Spergularia morisonii) en een Gaspeldoorn (Ulex europaeus). Duinvogelmuur komt algemeen voor in de duinen en wordt ook in Twente steeds vaker gevonden. Het plantje oogt als Vogelmuur (S. media) maar dan met 'geelzucht'. Het zal dan ook voortaan Bleke vogelmuur genoemd worden. Kroonbladen ontbreken of zijn zeer klein.


Enter, 8 juni.

In het blanco km-hok 234-484 (Koepelweg) vonden we 191 taxa, behalve Valse akkerkers (Rorippa x armoracioides) eigenlijk allemaal gewone soorten.
's Middags hebben we nog een kort bezoek gebracht aan de Entervenen (km-hok 234-477), en met succes. In de hooimaatjes vonden we Moeraskartelblad (Pedicularis palustris), een soort die we alleen van het Mokkelengoor kenden, Welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia), Gevlekte orchis en Rietorchis (Dactylorhiza maculata en D. majalis subsp. praetermissa), Grote en Kleine ratelaar (Rhinanthus angustifolius en R. minor). Helaas was de oever van de waterleiding sterk verruigd; de hier in 1992 waargenomen Addertong (Ophioglossum vulgatum) liet zich dan ook niet zien.


Mariënberg, 31 augustus.

Voor deze dag had Henk Ruiter de leiding van het gezelschap van 7 deelnemers. Henk bleek de omgeving en de risico's van het hier aanwezige veen goed te kennen.
In het eerste hok (232-501) ligt een gedeelte van het Beerzerveld, dat tot de bezittingen van Landschap Overijssel behoort. De veenlaag is niet meer intact en daarom is hier sprake van een zogenaamd afgetakeld hoogveen. Er vond in het verleden ongecoördineerde vervening plaats waardoor turfgaten of 'boerenkuilen' ontstonden. Het aantal soorten in dat voedselarme en zure milieu is zeer beperkt, maar wat er groeit spreekt tot de verbeelding. De bijzonderheden waren (232-501): Lavendelheide (Andromeda polifolia), Draad- en Snavelzegge (Carex lasiocarpa en C. rostrata), Kleine en Ronde zonnedauw (Drosera intermedia en D. rotundifolia), Kraaiheide (Empetrum nigrum), Beenbreek (Narthecium ossifragum), Kleine veenbes (Oxycoccus palustris), Witte snavelbies (Rhynchospora alba) en Klein blaasjeskruid (Utricularia minor). Ook hier was weer te zien hoe Veenpluis (Eriophorum angustifolium) na een donkergroene start meestal donkerrood kleurt.
De tocht door het veen was pittig: steeds voorzichtig voelen of pollen ons konden dragen. Een misstap betekende een laars vol stinkende bruine modder en water. Peter moest het aan den lijve ondervinden en was niet de enige! Pieter die naar eigen zeggen niet goed zijn evenwicht kon bewaren, gaf het al vrij snel op en inventariseerde de rest van het hok.
Niet alleen de vaatplanten waren bijzonder. Twee keer zagen we een adder. Ook vlogen soms Watersnippen op: eerst driftig zigzaggend en dan met een hese roep afbuigend naar rechts. Heel fraai tekenden Bloedzwammetjes zich af tegen het groene mos. De sloot aan de zuidkant van de Mariënbergerdijk verraste o.a. met Grof hoornblad (Ceratophyllum demersum), Veelwortelig kroos (Spirodela polyrhiza) en Puntkroos (Lemna trisulca). Dit km-hok leverde 175 taxa op, waarvan 88 nieuw.
's Middags heeft een kleiner gezelschap nog een zeer lange tocht gemaakt rond Oud-Bergentheim. In km-hok 235-504 (Oud-Bergentheim) werden een aantal recente inburgeraars gevonden: Fluweelblad (Abutilon theophrasti), mooi in bloei; Kattenstaartamarant (Amaranthus caudatus), Zegekruid (Nicandra physalodes), Oosterse karmozijnbes (Phytolacca esculenta). Daarnaast de Rode Lijst-soort Akkerandoorn (Stachys arvensis). In totaal 128 taxa, waarvan 48 nieuw.
In km-hok 235-503, waar Otto en Pieter jaren geleden al uitgebreid hadden rond gekeken, werden toch nog 31 nieuwe soorten gestreept, waaronder Appelbes (Aronia x prunifolia), Lidsteng (Hippuris vulgaris), Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga) en Lange ereprijs (Veronica longifolia).


Albergen, 7 september.

Stamshoek (km-hok 248-489) werd gedeeltelijk bekeken: een drooggevallen ven in een vergrast heideveld omringd door bos pronkte met Bruine snavelbies (Rhynchospora fusca). Ook Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis) was een tamelijk onverwachte vondst. In hetzelfde terrein troffen we een gedeeltelijk droogstaande gegraven plas aan met Smal tandzaad (Bidens connata) met zijn kenmerkende ongedeelde bladen en (vaak) donkerrode stengel. De plant komt veel voor in de veengebieden van Noordwest-Twente en het Drents district. Tussen grote pollen Pijpenstrootje (Molinia caerulea) herinnerden ook nog zes exemplaren Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) aan de vochtige heide van weleer. In km-hok 246-489 (Hagweg) zijn 168 taxa gestreept. Echte bijzonderheden waren daar niet bij. Zich uitbreidende soorten als Hertshoornweegbree (Plantago coronopus), Kransnaaldaar (Setaria verticillata) en Straatliefdegras (Eragrostis pilosa) werden genoteerd. In km-hok 246-490 (Rundervoortsweg) werd Oosterse karmozijnbes (Phytolacca esculenta) waargenomen.


Aan de excursies hebben deelgenomen: Jacques Bielen, Wytze Boersma, Jaap Groot, Gerrit Meutstege, Jan Meutstege, Hennie Meutstege, Ed Romijn, Henk Ruiter, Jo Schunselaar, Peter Spee, Pieter Stolwijk, Piet Vogelzang, Serge Vogelzang, Gerrit Welgraven, Otto Zijlstra, Jan Zwienenberg.