HYPERICUM 2 december 2003


Jaarverslag FWT-FLORON 2002

J.W. Bielen & P.F. Stolwijk</>


Abstract

Annual report of the Flora Workgroup Twente and FLORON district Twente 2002.

Het algemeen project

Het jaar 2002 heeft ruim 20.000 waarnemingen opgeleverd. Dat is weer een duidelijke verbetering vergeleken met 2001 (12.000).

De hieronder gepresenteerde cijfers hebben alleen betrekking op soorten van de standaardlijst; verwilderde voorkomens en twijfelachtige waarnemingen zijn weggelaten (Kaart).

In Grafiek 1 zien we de ontwikkeling van het aantal waarnemingen per jaar sinds 1989.

In Grafiek 2 valt te lezen hoeveel procent van de waarnemingen uit een jaar nieuw zijn vergeleken met alle waarnemingen van de jaren ervoor.


Het Rode Lijstproject en het Landelijke Meetnet Flora Aandachtssoorten

In 2002 en ook al in eerdere jaren liepen beide projecten naast elkaar. Pas begin 2002 namen we voor het LMF-A project in FLORON-district Twente de coördinatie op ons. Een van de voordelen was dat de uit dit project voortvloeiende gegevens, ook ons bereikten. Dit gebeurde deels met terugwerkende kracht, dankzij de soepele medewerking van een aantal waarnemers van het LMF-A. De (telefonische) oproep begin 2002 om aan het LMF-A mee te doen gaf veel respons. Het gevolg van een en ander is een stroom aan gegevens over RL- en andere bijzondere soorten in Twente. Dat is goed te zien wanneer men in bijgaand overzicht het jaar 2002 vergelijkt met voorgaande jaren (Tabel).

Geleidelijk beginnen er nu ook meer dubbele meldingen binnen te komen, d.w.z. meldingen van locaties die reeds eerder in een formulier werden beschreven. Het is lastig om deze dubbeltellingen uit onze tabel te filteren, omdat het niet eenvoudig is de begrenzing van een locatie vast te stellen. Voor ons gegevensbestand zijn dubbeltellingen overigens geen probleem, want gegevens verouderen snel in het veranderende Twentse landschap.

Toch gaf het LMF-A project niet de resultaten die er van werden verwacht. Het was ook wel erg ambitieus. Er waren diverse problemen. Het onderzoeken van een hok is zeer arbeidsintensief, vooral wanneer nog geen detailgegevens bekend zijn. Het aantal te onderzoeken hokken was ook erg groot, zeker in Twente. Bovendien willen de meeste vrijwilligers ook nog graag aan de overige projecten mee doen. Natuurbeheerders beschikken soms wel over gegevens, maar hen ontbreekt dikwijls de tijd deze in het door FLORON gewenste formaat aan te leveren. Daarmee is de toekomst van dit project op landelijk niveau niet gewaarborgd.