HYPERICUM 3 november 2004


Jaarverslag FWT-FLORON 2003

J.W. Bielen & P.F. Stolwijk


Het algemeen project

In 2003 zijn er ongeveer 12.500 waarnemingen aangeleverd, waarvan ongeveer de helft nieuw voor het totaalbestand (Grafiek). Dat is meer dan in 2001, maar weer minder dan in 2002. De trend blijft dus dalend wat het aantal waarnemingen betreft. Oorzaak hiervoor is onder meer dat de niet of slecht onderzochte km-hokken ver van de plekken liggen waar de meeste waarnemers wonen. Bovendien zijn (of lijken) deze hokken minder interessant, omdat het vaak om landbouwhokken gaat in jong ontginningslandschap (Kaart).
Niettemin mogen we best tevreden zijn, mede omdat de kwaliteit van de gegevens uitstekend is. Zie daarvoor ook Stolwijk & al. (2004)

Grafiek jaarverslag 2003

De groep waarnemers is uitgebreid met een beginnende plantenwerkgroep in Hardenberg. Dat is zeer welkom, mede omdat we in die hoek van Twente weinig waarnemers hebben.


Het Bedreigde Soorten Project (BSP) en het Rode Lijst-project (RL)

N.B.: In onderstaande tekst wordt met "de Rode Lijst", die van het jaar 2000 bedoeld. Op de streeplijst staan nog de soorten van de Rode Lijst van 1990 aangemerkt.

Het project Landelijk Meetnet Flora Aandachtssoorten (LMF-A) leverde in ons district in de jaren 2000, 2001, 2002 en 2003 een oogst van ongeveer 70 geïnventariseerd LMF-hokken. Bovendien is van een aantal LMF-hokken veel informatie ontvangen middels RL-formulieren. Het invullen van het LMF-formulier werd door velen als lastig beoordeeld, waardoor het dikwijls pas laat in ons bezit kwam. Wij danken de waarnemers van het LMF-project voor de aanzienlijke inspanningen die zij zich hebben getroost.

Zoals al eerder gemeld, is het project LMF-A door FLORON stopgezet, omdat de speciale subsidie daarvoor (van CBS en LNV) vanaf 2003 werd ingetrokken. Het LMF-formulier en het bijbehorende GPS-formulier zullen daarom niet meer worden gebruikt!

Toch heeft FLORON gemeend, vanwege het vele positieve dat wel bereikt werd en het belang van recente gegevens van bedreigde soorten, het project minder ambitieus voort te zetten. Dat resulteerde begin 2003 in het "Bedreigde Soorten Project" (BSP). Waarnemingen voor dit project kunnen gewoon op een RL-formulier worden doorgegeven.

Ten behoeve van het BSP-project werd een lijst opgesteld van bijzonder bedreigde RL-soorten, waarvan geprobeerd zou worden alle locaties te beschrijven. Voor 2003 bevatte dit lijstje 25 soorten, waarvan er slechts 7 in Twente voorkomen. Het zijn Kruipend moerasscherm (Apium repens), Breed wollegras (Eriophorum latifolium), Koprus (Juncus capitatus), Waterlobelia (Lobelia dortmanna), Vetblad (Pinguicula vulgaris), Rijsbes (Vaccinium uliginosum) en Melkviooltje (Viola persicifolia). Bovendien zouden van de in Nederland sterk achteruitgaande Spaanse ruiter (Cirsium dissectum) zo veel mogelijk populaties (in Twente nu nog slechts 2) beschreven worden. Het was de bedoeling dat in 2003 ten minste die groeiplaatsen zouden worden bezocht, waarvan in de vier aan dat jaar voorgaande jaren geen gegevens zijn ontvangen. FLORON streeft er naar een overzicht te maken van de resultaten en dit in 2004 te publiceren.

Voor Twente waren de meeste gegevens van deze soorten minder dan vier jaar oud. Voor het actualiseren van bijna alle oudere gegevens waren een paar telefoontjes naar een klein aantal waarnemers voldoende om een goed overzicht te krijgen. In 2003 is daarmee voor ons district het Bedreigde Soorten Project redelijk goed verlopen.

Het RL-lijst project blijft op de gebruikelijke manier doorlopen. Het jaar 2003 heeft een groot aantal RL-formulieren opgeleverd (tabel). Van de volgende RL-soorten ontvingen we voor het eerst een lijst: Noordse zegge (Carex aquatilis), Spaanse ruiter (Cirsium dissectum), Spiesleeuwenbek (Kickxia elatine), Ruw parelzaad (Lithospermum arvense) en Kleine kattenstaart (Lythrum hyssopifolia). Tevens werden vrij veel lijsten van andere voor Twente bijzondere soorten ingeleverd. We noemen slechts die soorten die voor het eerst werden gemeld op een RL-formulier en die vanaf 1989 in minder dan 10 hokken zijn aangetroffen. Het gaat om Rietorchis var. junialis (Dactylorhiza majalis var. junialis), Scherpe fijnstraal (Erigeron acer), Zeegroene rus (Juncus inflexus), Smal fakkelgras (Koeleria macrantha), Klein glaskruid (Parietaria judaica) en Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum).


Literatuur

P.F. Stolwijk, O.G. Zijlstra & J.W. Bielen (2004). Bijzondere vondsten FWT-FLORON 2003. Hypericum 3: 9.