HYPERICUM 2 december 2003


Sleutel tot de in Twente waargenomen Kattenstaarten

J.W. Bielen


Kruipkattenstaart (Lythrum junceum) verschijnt alleen als adventief in Midden-Europa en wordt daarom niet in de betreffende flora's en evenmin in de Flora van Nederland beschreven. Daardoor is het mogelijk dat men deze soort, bij niet precies volgen van de sleutel, voor Kleine kattenstaart aanziet. Een extra kans op verwarring is ontstaan doordat hier en daar (ook buitenlandse) flora's en publikaties elkaar tegenspreken. Onderstaande sleutel gaat uit van die in de Flora van Nederland (Meijden 1996), maar heeft als aanvulling daarop ook Kruipkattenstaart opgenomen. Voor het samenstellen ervan is tevens gebruik gemaakt van de Flora Europaea (Tutin & al. 1968), de Flora Iberica (Castroviejo & al. 2001) en Borja Carbonell (1965). De sleutel is gecontroleerd aan de hand van Twents materiaal (bij Corry Abbink en Otto Zijlstra) en materiaal uit het Nationaal Herbarium Nederland te Leiden.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de Kattenstaartsoorten verwijzen we naar de Flora van Nederland en de Oecologische Flora (Weeda & al. 1987). Alleen van Kruipkattenstaart geven we hier wat meer kenmerken.



Kruipkattenstaart
Kleine kattenstaart

bloem Lythrum junceum
bloem Lythrum hyssopifolia

1 Meeldraden 12 (in twee lengtes), daarvan altijd een aantal de kelkbuis uitstekend (1). Stijlen kort, middellang of lang, de bloemen zijn dus heterostylisch (2) (heteromorf). De stempel staat onder, tussen of boven de helmknoppen. Kroonbladen minstens 5 mm lang 2
1- Meeldraden meestal 4-6, niet uit de kelk naar buiten stekend. Bloemen niet met een kort-, middel- en langstijlige vorm (homostylisch, homomorf). Stijl tot 2 mm lang (3). Kroonbladen hoogstens 3 mm lang. 3
2 Bloemen aan de top van de aar in schijnkransen. Kroonbladen (7-)10 mm lang. Kelkaanhangsels veel langer dan de kelkbladen. Kelk behaard. Plant 60-120 cm. Grote kattenstaart (L. salicaria)
2- Bloemen alleenstaand (zelden met 2) in de oksels der bladeren. Kroonbladen 5-6 mm lang, donkerrose tot purper. Kelkaanhangsels ongeveer even lang als de kelkbladen. Doosvrucht veel korter dan de kelkbuis, deze aan de basis met 4-7 roodachtige vlekken. Bladeren omgekeerd eivormig tot omgekeerd lancetvormig. Plant overblijvend, vanaf de basis vertakt, kaal, 20-70 cm hoog. Kruipkattenstaart (Lythrum junceum)
3 Kelkbuis even lang als breed. Kelkbladen ongeveer even lang als de bijkelkslippen. Kroonbladen ± 1 mm lang, snel afvallend. Waterpostelein (Lythrum portula)
3- Kelkbuis veel langer dan breed. Kelkbladen ongeveer half zo lang als de bijkelkslippen. Kroonbladen 2-3 mm lang, roze, eveneens spoedig na het openen der bloemen afvallend (4). Doosvrucht even lang als de kelkbuis. Schutbladen vliezig, veel korter dan de kelk. Plant eenjarig (5). Kleine kattenstaart (Lythrum hyssopifolia)

1 In een recent artikel in Gorteria (Van Moorsel & al. 2002) wordt door een verwisseling in de tabel ten onrechte het tegendeel gezegd. De auteurs zullen in een volgende Gorteria een rectificatie plaatsen.

2 In de Oecologische Flora deel 2 wordt het begrip heterostylie duidelijk toegelicht.

3 Bij Kleine kattenstaart steekt de stamper soms wel (ver) uit de kelk doordat de vrucht bij rijping langer wordt en daarbij de stamper de kelk uitduwt.

4 In de Flora van Nederland staat per abuis "niet" snel afvallend. Het is mogelijk dat bij Waterpostelein de kroonblaadjes nog sneller afvallen, maar Ruud van der Meijden zal de vermelding bij Kleine kattenstaar bij een volgende druk toch weglaten.

5 Kleine kattenstaart is een veelvormige plant. Zij kan al bloeien, net als veel andere pioniers, bij een grootte van een tiental cm (nanisme). Zij is dan onvertakt. Later kan zij zich sterk vertakken, met liggend opstijgende takken, en uitgroeien tot een hoogte van 60 cm. Ook Grote kattenstaart kan trouwens in dwergvorm voorkomen.


Literatuur

Borja Carbonell, J. (1965). Revisión de las especies españolas del género Lythrum L. Anales Inst. Botan. Cavanilles 23: 145-162.

Castroviejo, I.S. & al. eds. (2001). Claves de Flora iberica I. Plantas vasculares de la Península Ibérica e Islas Baleares.

Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland.

Moorsel, R.C.M.J. van & B. Odé (2002). Vergeet-mij-nietjes: Waterlepeltjes. Gorteria 28 (05): 119-122, 28 (06): 148.

Tutin, F.G., V.H. Heywood & al. (1968). Flora Europaea 2.

Weeda, E.J., R. Westra, Ch. Westra & T. Westra (1987). Nederlandse oecologische flora, wilde planten en hun relaties 2.