HYPERICUM 4 maart 2005


Determineerhulp bij de gesplitste taxa van de Standaardlijst 2003

O.G. Zijlstra


In de Standaardlijst 2003 (Tamis & al. 2004)zijn een aantal taxa van de voorgaande Standaardlijst gesplitst. De nieuwe soorten en ondersoorten zullen in de komende editie van de Heukels' Flora van Nederland en op een volgende FLORON-streeplijst terug te vinden zijn. Daar het zich echter laat aanzien dat zowel de nieuwe Heukels' als een nieuwe streeplijst dit jaar niet zullen verschijnen, willen we hier de nieuwe gesplitste taxa alvast behandelen. Waarnemingen van deze (onder)soorten kunnen dan ook dit jaar al worden doorgegeven.

Amaranthus hybridus s.l.

Amaranthus hybridus (Groene amarant) wordt gesplitst in A. hybridus subsp. hybridus (Basterdamarant) en A. hybridus subsp. bouchonii (Franse amarant). Beide ondersoorten kennen we uit ons FLORON-district.

Dirkse & al. (1998) sleutelen ze als volgt uit:

1 Bloemdekbladen smal spatelvormig, stomp, met een kort spitsje, meestal duidelijk langer dan de gesteelde vrucht A. retroflexus (Papegaaienkruid)
1- Bloemdekbladen lancetvormig, spits, ongeveer even lang als de vrucht of iets korter, vrucht gedekseld of ongedekseld 2
2 Vrucht met deksel, regelmatig overdwars openspringend (Fig.1). Binnenste bloemdekbladen van de vrouwelijke bloemen (1,0)2,0-2,5(-3,4) mm lang A. hybridus subsp. hybridus
2- Vrucht zonder deksel, niet openspringend. (Fig.2). Binnenste bloemdekbladen van de vrouwelijke bloemen (0,8)1,5(-2,2) mm lang A. hybridus subsp. bouchonii

Amaranthus hybridus

Fig.1. Bron: Gorteria 24: 70

Amaranthus bouchonii

Fig.2. Bron: Gorteria 14: 69


Carex ligerica en Carex reichenbachii

Carex ligerica (Rivierduinzegge) en Carex reichenbachii (Valse zandzegge) zijn weer terug op de Standaardlijst, na eerder bij Carex arenaria (Zandzegge) te zijn ondergebracht.

Geen van beide soorten zijn ooit in Twente aangetroffen. Voor een recente sleutel zie bijvoorbeeld Lambinon & al. (1998).


Dactylorhiza maculata s.l.

Van Dactylorhiza maculata (Gevlekte orchis) wordt Dactylorhiza fuchsii (Bosorchis) afgesplitst. Groeiplaatsen in ons district kennen we niet. Kreutz & Dekker (2000) geven een melding van Bad Boekelo uit 1989, gebaseerd op een schriftelijke mededeling. Dit jaar zal Bad Boekelo in het kader van het nieuwe FLORON-monitoringproject door Pieter Stolwijk worden bezocht, zodat hierover meer duidelijkheid komt.

D. fuchsii onderscheidt zich van D. maculata door haar diep 3-lobbige kroonlip, waarvan de middelste lob ongeveer even breed is als de zijlobben (Fig.3, p.11.) De grootste breedte van het onderste stengelblad ligt in tegenstelling tot bij D. maculata in de bovenste helft van de bladschijf. De bladonderzijde is glanzend grijsgroen; bij D. maculata dof grijsgroen. D. fuchsii is een plant van kalkhoudende bodems; D. maculata heeft een voorkeur voor zure milieus.

Dactylorhiza maculata s.l.

Fig.3.
Bovenste rij: Dactylorhiza fuchsii (Bosorchis)
Onderste rij: Dactylorhiza maculata (Gevlekte orchis)
Bron: Stace (1977).


Panicum dichotomiflorum s.l.

Panicum dichotomiflorum (Kale gierst) wordt gesplitst in Panicum dichotomiflorum (Kale gierst) en Panicum schinzii (Zuid-Afrikaanse gierst). Beide taxa zijn recent in ons FLORON-district waargenomen, bijna alleen in maïsakkers.

Reijerse & Stolwijk (2002) geven de volgende sleutel:

1 Aartje 2,5-3,5 mm lang, aan de top spits tot toegespitst. Onderste bloem steriel. Palea van de onderste bloem tijdens de bloei gesloten blijvend (Fig.4a) P. dichotomiflorum
1- Aartje 2,3-2,8 mm lang, aan de top stomp tot weinig spits. Onderste bloem mannelijk. Palea van de onderste bloem tijdens de bloei half-openstaand ('gapend' aartje) (Fig. 4b) P. schinzii

Panicum

Fig.4.
a. Panicum dichotomiflorum
b. Panicum schinzii
Bron: Gorteria 28: 79


Pastinaca sativa

Pastinaca sativa (Pastinaak) wordt gesplitst in twee ondersoorten: Pastinaca sativa subsp. sativa (Pastinaak) en Pastinaca sativa subsp. urens (Brandpastinaak).

Pastinaca sativa subsp. urens is bij ons nog niet gevonden, maar breidt zich de laatste tijd vanuit Zuid- en Middeneuropa naar onze streken uit. Recent is ze bekend geworden van o.a Zuid-Limburg. Ze is aangetroffen op ruderale terreinen en aan rivieroevers.

Sleutel, naar Lambinon & al. (1998):

1 Plant tot 1 m hoog. Takken een scherpe hoek (ca. 40°) met de hoofdstengel vormend. Stengel kantig, diep gegroefd. Schermen duidelijk ongelijk, de centrale groot, met (7-)9-20 stralen van ongelijke lengte; de langste schermstralen tot 7 cm lang P. sativa subsp. sativa
1- Plant tot meer dan 1,5 m hoog. Takken (in ieder geval de onderste) een hoek van ca. 60° met de hoofdstengel vormend. Stengel min of meer cilindervormig, zelden gestreept of iets gegroefd. Schermen enigszins ongelijk, de centrale tot weinig groter dan de overige. Schermstralen 5-7(-9), ongeveer gelijk van lengte; de langste schermstralen tot ongeveer 4 cm lang P. sativa subsp. urens


Rosa

Rosa canina (Hondsroos), Rosa rubiginosa (Egelantier) en Rosa villosa (Viltroos) worden gesplitst in meerdere microsoorten. Binnen afzienbare tijd zal in Gorteria deze nieuwe indeling binnen de Rozen worden behandeld.

Overigens zijn er enkele ongerechtigheden in Tabel 3 van de Standaardlijst (p. 192) geslopen. Zo horen Rosa columnifera en Rosa elliptica niet bij de Rosa canina-, maar bij de Rosa rubiginosa-groep. De abusievelijk bij deze groep geplaatste Rosa pseudoscabriuscula hoort thuis bij de Rosa villosa-groep.

Een determinatiesleutel, beschrijvingen van de microsoorten alsmede taxonomische en ecologische achtergronden zijn te vinden bij Thomaes & al. (2004).


Sagina apetala

Sagina apetala (Tengere vetmuur) wordt opnieuw gesplitst in Sagina apetala subsp. apetala (Donkere vetmuur) en Sagina apetala subsp. erecta (Uitstaande vetmuur).

We kennen in ons FLORON-district alleen Sagina apetala subsp. erecta, die zich de laatste vijftien jaar sterk heeft uitgebreid in het stedelijk gebied.

Sleutel, naar Lambinon & al. (1998):

1 Kelkbladen 1-1,6 mm lang, in de vruchttijd meestal recht afstaand. Bladen tenminste bij de voet met stijve wimperharen (Fig. 5A) S. apetala subsp. erecta
1- Kelkbladen 1,7-2,2 mm lang, meestal tegen de rijpe vrucht aanliggend. Bladen kaal of de bovenste iets klierharig (Fig. 5B) S. apetala subsp. apetala

Sagina

Fig.5.
A. Sagina apetals subsp. erecta
B. Sagina apetala subsp. apetala
Bron: Jonsel (2001).


Vicia sativa

Vicia sativa subsp. nigra (Smalle wikke) wordt gesplitst in Vicia sativa subsp. nigra en Vicia sativa subsp. segetalis (Vergeten wikke).

Lambinon & al. (1998) noemt Vicia sativa subsp. segetalis "waarschijnlijk de meest voorkomende ondersoort in het gebied van de Flora, nu eens verward met subsp. nigra, dan weer met subsp. sativa; twijfelachtig inheems, maar in ieder geval al sinds lang ingeburgerd". Dit geldt waarschijnlijk ook voor ons land!

Onderstaande sleutel, waarin ook subsp. sativa is opgenomen, is gebaseerd op Lambinon & al. (1998), Sebald & al. (1992) en Stace (1987):

1 Deelblaadjes >5 mm breed. Bloemen 18-30 mm lang. Peulen bij rijpheid bruin tot bruingeel wordend, meest zacht behaard, tussen de zaden ingesnoerd V. sativa subsp. sativa
1- Deelblaadjes 2-6 mm breed. Bloemen 9-26 mm lang. Peulen bij rijpheid donkerbruin tot zwart wordend, kaal, niet ingesnoerd 2
2 Bovenste deelblaadjes 2-3 mm breed, opmerkelijk smaller dan de onderste. Bloem meestal eenkleurig purperroze. Peulen 30-40 mm lang V. sativa subsp. nigra
2- Bovenste deelblaadjes 3-6 mm breed, niet of nauwelijks smaller dan de onderste. Bloem meestal opvallend tweekleurig: de vlag bleekroze of paarsachtig, de zwaarden purperrood. Peulen tot 70 mm lang V. sativa subsp. segetalis

Literatuur

Dirkse, G.M., R. Barendrecht & C.G. Abbink-Meijerink (1998). Amaranthus bouchonii Thell. (Franse amarant) en A. hybridus L. (Groene amarant) in Nederland. Gorteria 24: 69.

Jonsell, B. (ed.) (2001). Flora Nordica 2.

Kreutz, C.A.J. & H. Dekker (2002). De orchideeën van Nederland, p. 317.

Lambinon, J., J. de Langhe, L. Delvosalle & J. Duvigneaud (1998). Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden.

Reijerse, A.I. & P.F. Stolwijk (2002). Panicum schinzii Hack, ingeburgerd in Nederland. Gorteria 28: 77.

Sebald, O., S. Seybold & G. Philippi (1992). Die Farn- und Blütenpflanzen Baden-Württembergs. Band 3.

Stace, C.A. (1987). New Flora of the British Isles.

Tamis, W.L.M., R. van der Meijden, J. Runhaar, R.M. Bekker, W.A. Ozinga, B. Odé & I. Hoste (2004). Standaardlijst van de Nederlandse flora 2003. Gorteria 30: 101.

Thomaes, A., K. van der Mijnsbrugge & K. de Cock (2004). Taxonomie, ecologie en verspreiding van inheemse rozen in Vlaanderen.

Rozen: www.ibw.vlaanderen.be/publicaties/rapporten/bossen/rozen-internet72dpi.pdf