| HYPERICUM 5 | december 2005 |
Diepenheim, 21 mei; 8 deelnemers.
Een groep onder leiding van Jan Meutstege begaf zich naar km-hok 237-469 (Koningshoek) oostelijk van Diepenheim. Met Jacques ging de andere groep naar km-hok 233-469 (Hogelaarsblok).
Van km-hok 237-469 waren uit de periode 1989-2004 slechts 162 soorten bekend, waarvan de meeste (144) reeds waren genoteerd op de werkgroepexcursie van 13 mei 1989! In de loop van de tijd hebben verscheidene waarnemers daar nog wat losse waarnemingen aan toegevoegd. Op de excursie van dit jaar zijn 202 soorten aangestreept. Vele daarvan zijn nieuw (76) voor dit hok. We geven een kleine selectie: Tweerijige zegge (Carex disticha), Sterzegge (Carex echinata), Dicht havikskruid (Hieracium vulgatum), Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon), Echt bitterkruid (Picris hieracioides) en Watermuur (Myosoton aquaticum [syn. Stellaria aquatica]). Van de soorten die opnieuw werden aangetroffen zijn Bosanemoon (Anemone nemorosa), Elzenzegge (Carex elongata), Hengel (Melampyrum pratense), Jeneverbes (Juniperus communis) (RL), Zwartblauwe rapunzel (Phyteuma spicatum subsp. nigrum) (RL) en Slanke sleutelbloem (Primula elatior) het meest opvallend. In km-hok 233-469 waren vanaf 1989 reeds 321 soorten aangetroffen. Slechts 25 waarnemingen daarvan zijn van na 1995. De bestaande gegevens van dit hok zijn dus al aardig verouderd. Van de 177 nu aangestreepte soorten bleken er 20 nieuw, eigenlijk allemaal heel gewone soorten. Opvallend was alleen dat aan de tien reeds bekende zeggesoorten nog vier werden toegevoegd: Zompzegge (Carex curta), Tweerijige zegge, Elzenzegge en Zwarte zegge (C. nigra). Van de zes hier reeds bekende RL-soorten is nooit een RL-formulier gemaakt. Helaas vonden we nu slechts een van deze soorten terug: Kleine ratelaar (Rhinanthus minor).
Denekamp, 18 juni; 17
deelnemers
Bij het natuurmuseum Natura Docet troffen de deelnemers aan deze excursie elkaar. Ook leden van de Plantenwerkgroep Denekamp waren aanwezig. Hier troffen we tot onze verrassing ook Hans Stoltenkamp, die de werkgroep jaren lang heeft geleid. Hans heeft de leiding van de werkgroep aan Jan Knol moeten overdragen wegens verergering van zijn ziekte. Op deze plaats een hartelijk dank aan Hans voor de vele jaren dat hij ons zijn gegevens heeft geleverd. Hans heeft een deel van de excursie vanuit de rolstoel meegemaakt.
Ter plaatse bezochten we (in km-hok 264-488) een klein natuurproject, dat een aantal aardige soorten opleverde, o.a. Liggend hertshooi (Hypericum humifusum) en Borstelbies (Isolepis setacea). En hoe Weideklokje (Campanula patula) hier terecht is gekomen, zal wel altijd een raadsel blijven!
Vervolgens vertrok de stoet naar het meest oostelijk deel van het Kanaal Almelo-Nordhorn; dit mooie gebied was in het verleden weliswaar goed onderzocht, maar de gegevens zijn niet erg recent meer.
We verdeelden ons in twee groepen, een onder leiding van Otto naar het westelijk deel van km-hok 267-491 (Grensweg) en naar km-hok 267-490 (Rodenmors). Pieter deed met de andere groep het oostelijk deel van km-hok 267-491 en km-hok 268-491 (Wolfshuizen).
In km-hok 267-491 werden 124 soorten genoteerd, waarvan 9 die in het verleden niet waren aangetroffen. Km-hok 267-490 was goed voor 113 soorten, waarvan 5 nieuw. Het laatste traject tot de grens (km-hok 268-491) leverde 144 streepjes op; 6 soorten waren hier geheel nieuw. Hieruit blijkt eens te meer dat ook zeer goede geïnventariseerde hokken nieuwe soorten kunnen opleveren, bijvoorbeeld twee vondsten van Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris [syn. Senecio jacobaea s. str.]), een soort die zich sinds een paar jaar enorm verbreidt. Omdat de hokken niet compleet zijn geïnventariseerd heeft het overigens geen zin te kijken naar de soorten die niet zijn teruggezien.
Bijzondere of karakteristieke soorten waren: Kalmoes (Acorus calamus), Slofhak (Anthoxanthum aristatum) (RL), Blauwe zegge (Carex panicea), Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata subsp. maculata) (RL), Naaldwaterbies (Eleocharis acicularis), Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis), Veenpluis (Eriophorum angustifolium), Stekelbrem (Genista anglica) (RL), Moeraswederik (Lysimachia thyrsiflora), Gagel (Myrica gale) (RL), Kransvederkruid (Myriophyllum verticillatum), Witte waterlelie (Nymphaea alba), Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga), Mattenbies (Schoenoplectus lacustris), Echte guldenroede (Solidago virgaurea) (RL), Blauwe knoop (Succisa pratensis) (RL), Moerasviooltje (Viola palustris).
Mariënberg, 9 juli;
18 deelnemers
Op het station van Mariënberg stond een gemêleerd gezelschap te wachten: leden van de Plantenwerkgroep Hardenberg, deelnemers uit het verre Noord-Holland en natuurlijk leden van de FWT, zoveel dat we besloten ons in drie groepen te splitsen. Otto Zijlstra ging via km-hok 235-502 (Mariënberg-Vechtkanaal) naar km-hok 234-502 (Zwarteweg). Jacques Bielen toog naar de Maat (km-hok 234-503), een hok aan de Overijsselse Vecht. Pieter Stolwijk bleef met de Hardenbergers rond het station in km-hok 235-503 (Mariënberg).
Jacques en zijn mensen hadden een prachtig hok te pakken; uit de periode 1989-2004 waren er al 382 soorten van bekend! Toch waren er onder de 210 aangetroffen soorten maar liefst 23 nieuwe, waaronder een van de mooiste vondsten: Voorjaarszegge (Carex caryophyllea) (RL). Ook nieuw waren Oostenrijkse kers (Rorippa austriaca), Grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius), Blauwe knoop, Poelruit (Thalictrum flavum). Bekend, maar de moeite van het vermelden waard: Groot warkruid (Cuscuta europaea), Kamgras (Cynosurus cristatus) (RL), Steenanjer (Dianthus deltoides) (RL), Geel walstro (Galium verum), Kaal breukkruid (Herniaria glabra), Gevleugeld helmkruid (Scrophularia umbrosa), Grote tijm (Thymus pulegioides) (RL), Vierzadige wikke (Vicia tetrasperma subsp. tetrasperma), Hondsviooltje (Viola canina) (RL).
Op weg naar zijn doel noteerde de groep van Otto in km-hok 235-502 (Mariënberg-Vechtkanaal) de volgende bijzonderheden: Knikkend tandzaad (Bidens cernua), Waterscheerling (Cicuta virosa), Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis), Smalle lisdodde (Typha angustifolia), Lange ereprijs (Veronica longifolia). Een klein traject leverde zo toch nog 136 soorten op, waarvan 38 soorten nieuw. Van het hok waren al 240 soorten bekend.
In het hok Zwarteweg werden 201 soorten genoteerd, een verdubbeling van het tot nog toe bekende aantal. De mooiste vondsten waren: Lepeltjesheide (Andromeda polifolia) (RL), Zandzegge (Carex arenaria), Kleine zonnedauw (Drosera intermedia) (RL), Naaldwaterbies, Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum) (RL), Bosdroogbloem (Gnaphalium sylvaticum) (RL), Jeneverbes, Borstelgras (Nardus stricta) (RL), Kleine bevernel, Rechte ganzerik (Potentilla recta), Hondsviooltje.
Het gebied rond het station bood weer een ander spectrum aan soorten, typisch voor een meer urbaan milieu; behalve wat verwilderde tuinplanten waren dat o.a. Behaard vingergras (Digitaria sanguinalis), Steenkruidkers (Lepidium ruderale), Hertshoornweegbree (Plantago coronopus), Kruipganzerik (Potentilla anglica), Viltganzerik (Potentilla argentea), Uitstaande vetmuur (Sagina micropetala [syn. Sagina apetala subsp. erecta]), Wit vetkruid (Sedum album). In een klein stukje bos stond zowaar nog een verkommerd exemplaar van Jeneverbes. Er waren uit dit hok 210 soorten bekend. De groep van Pieter zag er nu 198, waarvan 53 nieuw. Terloops had de groep van Jacques in dit hok ook nog Lange ereprijs gezien.
Ommen, 10 september; 10
deelnemers
Omdat er veel, minder ervaren floristen waren in de groep en omdat een vrij groot aantal deelnemers tijdig wilden stoppen, werd besloten gezamenlijk een interessant terrein te bezoeken.
Dat werd het Arriër Koeland in km-hok 227-503, dat met 275 soorten uit de periode 1989-2004 een goed bekeken hok is. Veel tijd werd besteed aan gezamenlijke determinatie aan de hand van de flora. Er werden daardoor slechts 134 soorten gestreept. Toch werden nog nieuwe soorten voor het hok ontdekt, bijvoorbeeld: Liggend hertshooi, Waterpostelein (Lythrum portula), Watermuur, Kleine bevernel, Glanzig fonteinkruid (Potamogeton lucens), Gevleugeld helmkruid, Beekpunge (Veronica beccabunga). Aan Rode Lijstsoorten werden er 9 teruggevonden, o.a. Dubbelloof (Blechnum spicant), Wateraardbei (Comarum palustre [syn. Potentilla palustris]), Kamgras, Steenanjer, Moerasbasterdwederik (Epilobium palustre), Grote tijm.
Gerard Benerink, Jacques Bielen, Wytze Boersma, Annie Böhmers, Lies Brookhuis, Jos Bruns, Johan Damhuis, Gerrit Diepenveen, Carla Duurland, Annie Gosemeijer, Jaap Groot, Tineke Hakkenes, Jan van Kamer, Gerry Kelder, Bep Knol, Jan Knol, Lies Koster, Rini Kuiper, Jan Maresch, Jan Meutstege, Gerrit Meutstege, Harvey Pearson, Andries van Renssen, Jo Schunselaar, Henk Schurink, Bas Slatman, Peter Spee, Hans Stoltenkamp, Pieter Stolwijk, Aart Swolfs, Wiebe Tolman, Piet Vogelzang, Gerrit Welgraven, Otto Zijlstra, Jan Zwienenberg.