HYPERICUM 5 december 2005


Publicaties over wilde planten in Twente

P.F. Stolwijk & J.W. Bielen


Abbink-Meijerink, Corry G. (2004). Dinkelland. Deelobjekt "Stroothuizen". OBN Monitoring 2001-2003.

Verslag van een minutieus uitgevoerde inventarisatie. Met een overzicht van waargenomen vaatplanten en blad- en levermossen van de Rode Lijst, 92 kaarten van gekarteerde soorten en soortenlijsten van 50 permanente kwadraten.

Boedeltje, Ger (2005). The role of dispersal, propagule banks and abiotic conditions in the establishment of aquatic vegetation. Thesis.

In dit proefschrift heeft de auteur de factoren die een rol spelen bij de vestiging van waterplanten onderzocht. Hiertoe heeft hij zeer omvangrijk veldwerk verricht, waarbij uit het Twentekanaal en aanvoerende beken zaden en plantendelen verzameld zijn om de levensvatbaarheid ervan te testen.

Boersma, Wytze (Eindredactie). (2005). Bentelerheide (Bentelerhaar) 2000-2003 - een veldbiologisch project van de KNNV afd. Hengelo-Oldenzaal.

Verslag van een uitgebreide inventarisatie door de KNNV afdeling Hengelo-Oldenzaal. Het betreft niet alleen de flora bestaande uit hogere planten, mossen en paddestoelen maar ook een deel van de fauna met vogels, vlinders, libellen en incidentele waarnemingen van andere organismen. De inventarisatie van de hogere planten ziet er goed uit. De verzamelde gegevens zijn via streeplijsten en RL-formulieren ook aan FWT-FLORON doorgegeven.

Hoopen, J. ten (2006). De Bergvennen en het beheer van bijzondere natuurwaarden. Jaarboek Twente 2006.

Boeiend artikel over de historie van het beheer van de Bergvennen en het Brecklenkampseveld.

Ruiter, H. (2005). Stroomdalflora in het dal van de Overijsselse Vecht, hoelang nog? De Levende Natuur 106 (4): 162-165.

De auteur vreest dat door de onnadenkende inzet van "grote grazers" de populaties van de karakteristieke stroomdalsoorten zullen verdwijnen. Dat geldt met name ook voor de Bergnachtorchis (Platanthera montana [syn. Platanthera chlorantha]), een BSP-soort waar o.a. in 2004 te vergeefs naar is gezocht. De schrijver onderzoekt het terrein al 25 jaar en heeft in die periode diverse bijzondere soorten verloren zien gaan. Door die ervaring en de aan de literatuur ontleende gegevens omtrent het vroegere gebruik, komt hij tot een aantal goed gefundeerde beheersadviezen. Onze conclusie na lezing van het artikel is: begrazing is slechts één component van een goed beheer.

Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2005). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland. Deel 4. Bossen, struwelen en ruigten.

Het laatste deel van een uitmuntende serie. Heel veel kennis verzameld met veldwerk en uit literatuur is hier samengebald en toch helder weergegeven. De auteurs volstaan niet met uitsluitend een beschrijving van de behandelde vegetatietypen en hun voorkomen in Nederland, maar geven tevens veel informatie over hun ontstaanswijze en de voorwaarden voor hun voortbestaan. Voor sommige lezers zal het gebruik van Nederlandse namen voor plantengemeenschappen en plantensoorten de leesbaarheid verhogen. Terecht zijn wel steeds de wetenschappelijke namen er tussen haakjes bij vermeld.

Het lijkt ons dat de eerste auteur heel veel van zijn in Twente opgedane kennis in het vierde deel heeft verwerkt. Vanwege de beheersadviezen is deze serie, en vooral ook dit deel, zeer aan te bevelen bij de beheerders van onze Twentse natuurgebieden. De volgende zinsneden troffen mij bijzonder: "Dennenbossen bieden kansen voor geleidelijke, spontane ontwikkeling van nieuw Quercetea-bos (Eikenbos): onder een scherm van Dennen verjongen de loofbomen zich goed." en deze: "Struwelen en bossen op de oudere gronden verdienen (daarentegen) begeleiding door beheersingrepen, omdat zij in de 20e eeuw sterk aan kwaliteit hebben ingeboet en een belangrijk deel van hun kenmerkende soorten dreigen te verliezen." Ook de gewone florist zal deze boeken met veel vrucht kunnen raadplegen om zijn adviezen te kunnen onderbouwen.

Zwienenberg, J.H. (2005). Deens lepelblad (Cochlearia danica L.) en Hertshoornweegbree (Plantago coronopus L.) in de gemeente Hengelo in 2004. Onder de Loep, maart 2005: 6-9.

Een leuk artikel met een recent overzicht van vondsten van enige bermhalofyten. De titel verraadt niet dat de auteur dankzij zijn gerichte onderzoek o.a. Zeeweegbree (Plantago maritima) vond in 2004, de eerste waarneming van deze soort in Twente.