| HYPERICUM 6 | maart 2006 |
P.F. Stolwijk, J.W. Bielen, O.G. Zijlstra & C.G. Abbink-Meijerink
Ook dit jaar konden we ons weer verheugen over een groot aantal bijzondere vondsten: soorten nieuw voor Twente, nieuwe vindplaatsen van zeer zeldzame soorten, en eerste meldingen van verwilderde en inburgerende soorten.
Tot deze laatste categorie behoren in 2005:
Chaenorhinum origanifolium (Marjoleinbekje)
Epimedium alpinum (Epimedium)
Geum macrophyllum [syn. Geum japonicum] (Groot nagelkruid)
Meconopsis cambrica (Schijnpapaver)
Omphalodes verna (Vroeg vergeet-mij-nietje)
Phytolacca americana (Westerse karmozijnbes)
Pontederia cordata (Moerashyacint)
Pseudofumaria lutea (Gele helmbloem)
Rumex rugosus (Tuinzuring)
Uitbreiding naar een aangrenzend km-hok is geconstateerd bij:
Arabis glabra (Torenkruid): 261-480
Crassula tillaea (Mosbloempje): 246-476
Een bijzonder geval is de eerste vondst in Twente van Echinochloa muricata (Stekelige hanenpoot). De soort blijkt al op tal van plaatsen aangetroffen te kunnen worden en is in een jaar tijds gemeld uit 28 km-hokken, vooral door de inspanning van Mevr. C.G. Abbink-Meijerink. Stekelige hanenpoot is pas in de laatste (2005) druk van Heukels' opgenomen.
Apium repens (Kruipend moerasscherm): RL 2000. Vierde vondst in Twente. Enter, de Doorbraak, in retentiegebied (237-482). Vele planten op de oevers van de Bornerbroekse Waterleiding. Deze leiding is in het kader van het waterschapsproject "De Doorbraak" verlegd en ligt nu meanderend in het landschap. (G. Euverman)
Arenaria leptoclados (Tengere zandmuur): Eerste vondst in Twente. Vliegveld Twente (257-482). Enkele tientallen planten op open zandgrond, samen met o.m. Myosotis discolor (Veelkleurig vergeet-mij-nietje). (O.G. Zijlstra & J. Kers)
Arnica montana (1) (Valkruid): RL2000. Derde vondst in Twente. Roderveld (NM) in natuurontwikkelingsterrein (261-485). Dertien planten en twee bloeistengels. (A. Grote Beverborg).
Bromus racemosus (Trosdravik): RL2000. Derde vondst in Twente. Rossumermeden (SBB) bij de ingang van een vochtig beekdalhooiland (257.487). Enkele tientallen bloeistengels. In de jaren negentig van de vorige eeuw is de soort blijkbaar ook in de Rheezermaten bij Hardenberg aangetroffen (Kleuver & al. 1999); deze waarneming is evenwel nooit aan ons doorgegeven. (J.W. Bielen & J. Hofstra).
Carex pulicaris (Vlozegge): RL2000. Zesde vondst in Twente. (261-469). Enschede, Zuid-Esmarke, in natuurontwikkelingsterrein, op geplagde natte heide. Vijf pollen met ca 70 bloeistengels; hier ook Carex hostiana (Blonde zegge) en C. flacca (Zeegroene zegge). (J. Schunselaar)
Centunculus minimus [syn. Anagallis minima] (Dwergbloem): RL2000. Tweede vondst in Twente. Op zandige bodem van een greppel langs de provinciale weg (261-491). Vele tientallen planten samen met o.a. één exemplaar Cicendia filiformis (Draadgentiaan) en vele tientallen exemplaren van Centaurium erythraea (Echt duizendguldenkruid). (J. Bruns).
Ceratophyllum submersum (Teer hoornblad): Vierde vondst in Twente. (263-497). Massaal in schoongemaakte (vis)poel. (M. Horsthuis).
Chenopodium hybridum (Esdoornganzenvoet): Tweede vondst in Twente. (230-497). Den Ham (230-497). Een exemplaar langs een ponyweide op industrieterrein. (Mevr. C.G. Abbink-Meijerink). De vindplaats in Enschede is reeds lang ter ziele.
Chenopodium pumilio (Liggende ganzenvoet): Eerste vondst in Twente. Enschede, havengebied (254-471). Twee planten in zandig-stenig substraat. (P.F. Stolwijk)
Cirsium dissectum (1) (Spaanse ruiter): RL2000. Derde en vierde vondst in Twente. Roderveld (NM) in natuurontwikkelingsterrein (261-485). Vijf planten en drie bloeistengels. (G. Winkel). Dal van de Mosbeek (SBB). Tientallen planten en twee bloeiwijzen (255-496). (R. Zielman).
Conyza sumatrensis (Hoge fijnstraal): Eerste vondst in Twente. Enschede, Roombeek (257-472). Een klein aantal exemplaren op een na de vuurwerkramp braakliggend terrein. (P.F. Stolwijk)
Crassula helmsii (Watercrassula): Derde en vierde vondst in Twente. (237-487). (Mevr. C.G. Abbink-Meijerink). Hengelo (248-475), in bergingsvijver. (J. Schunselaar). Zie Horsthuis & Zonderwijk (2003) voor de eerste Twentse vindplaats.
Cyperus fuscus (Bruin cypergras): Zesde en zevende vondst in Twente. Enter, de Doorbraak, in retentiegebied (236-482; 237-482). Meer dan 10 exemplaren. (Mevr. C.G. Abbink-Meijerink)
Epipactis palustris (Moeraswespenorchis): RL2000. Vijfde vondst in Twente. In een plasje ontstaan door natuurontwikkeling in een tuin bij Dedemsvaart (230-513). Volgens de vinder is hier niet gezaaid en/of geplant. Toch een merkwaardige optreden van deze soort. Ook in het verleden kwam zij in deze omgeving niet voor. De zaden moeten wel van zeer ver komen, tenzij zij misschien afkomstig zijn van een nabij gelegen tuincentrum. (H. Ruiter).
Genista tinctoria (Verfbrem): RL2000. Zesde vondst in Twente. Aan de Overijsselsche Vecht (237-507). (E. Pullen)
Goodyera repens (Dennenorchis): RL2000. Vierde vondst in Twente. Beerze (233-502). Vele tientallen m2, in natuurreservaat met ca. 50 jaar oud dennenbos. (Landschap Overijssel)
Gratiola officinalis (Genadekruid): RL2000. Eerste vondst in Twente. Oldenzaal, het Hazenwinkel (258-479). 13 stengels waarvan een in bloei. Aan een als retentiebekken bedoeld poeltje terzijde van de Jufferbeek. (P.F. Stolwijk)
Lithospermum arvense (Ruw parelzaad): RL2000. Vijfde vondst in Twente. Diepenheim, bij "Onder de Dennen" (232-468). Zes exemplaren in vochtige berm. In de omgeving van Diepenheim zijn (in 1994 en in 2003) al twee vondsten gedaan. De vindplaats bij Losser (2 km-hokken) is vermoedelijk allang verdwenen. (P.F. Stolwijk)
Ludwigia grandiflora (Waterteunisbloem): Tweede, derde en vierde vondst in Twente. Hengelo, afwateringskanaal in nieuwbouwwijk (251-479), grote populatie (J. Schunselaar). Enschede, Usselerstroom (254-469; 254-470), enige verspreide planten. (O.G. Zijlstra & P.F. Stolwijk). De soort is bij het waterschap Regge & Dinkel van meer plaatsen bekend. Zij wordt bestreden omdat ze als een invasieve waterplant wordt beschouwd.
Ludwigia palustris (Waterlepeltje): RL2000. Alweer de negende vondst in Twente (263-497). Breklenkamp (263-497). Een paar honderd planten langs de oevers van een schoongemaakte en uitgediepte (vis)poel met, ook massaal aanwezig, Eleogiton fluitans (Vlottende bies). (M. Horsthuis). De soort die 15 jaar geleden van nog slechts één vindplaats in Nederland bekend was, zet zijn come-back voort. Overigens zijn niet alle vindplaatsen blijvend!
Lycopodium clavatum (Grote wolfsklauw):RL2000. Tiende vondst in Twente. Hezingen (254-496). Een vijftal planten op heringericht natuurterrein. (Mevr. C.G. Abbink-Meijerink). Vele vindplaatsen uit de omgeving van Nijverdal zijn inmiddels verloren gegaan. Het aantal actuele vindplaatsen zal naar schatting niet meer dan 5 bedragen.
Myosurus minimus (Muizenstaart): Zesde vondst in Twente. Op de rand van een weiland bij de Dinkel (266-477). Meer dan 500 exemplaren. (J.W. Bielen & J. Hofstra)
Orobanche reticulata (Distelbremraap): RL2000. Eerste vondst in Twente. Landgoed Holthuis bij Oldenzaal (257-478). Een plant, waarschijnlijk met aangevoerd zand meegekomen. (A. van Renssen)
Parnassia palustris (Parnassia): RL2000. Zevende vondst in Twente. Bij de Vlasbeek bij Ootmarsum (258-492). Na de aanleg van een retentiebekken is hier hooi uit het dal van de Mosbeek verspreid. (2) (J.W. Bielen & J. Hofstra).
Parietaria judaica (Klein glaskruid): Derde vondst in Twente. Enschede (258-472). Na een adventieve vondst in Hengelo en een groeiplaats op een vochtige oude muur in Enschede nu weer een waarneming. Zou de soort zich in Enschede gaan uitbreiden? (J. Schunselaar)
Pedicularis palustris (Moeraskartelblad): RL2000. Zesde vondst in Twente. (236-508). Tientallen planten op natuurterrein Rheezermaten. (P. Vogelzang)
Phyteuma spicatum subsp. spicatum (Witte rapunzel): RL2000. Tweede vondst in Twente. Singraven in de berm van een pad twee exemplaren (264-488). Van deze soort hebben we op Singraven ook opgaven uit de hokken 263-488 en 263-489. Dit betreft waarschijnlijk een en dezelfde populatie. De waarnemingen dateren al van respectievelijk 1994 en 1993; of de soort daar nu nog staat is te betwijfelen. De nieuwe groeiplaats ligt op meer dan een kilometer afstand. (H. Meek).
Plantago media (Ruige weegbree):RL2000. Zesde vondst in Twente. (264-481). Op lemige grond onderaan (zuid)talud van de A-1 bij de Lutte (264-481). (J. Schunselaar)
Polystichum aculeatum (Stijve naaldvaren): RL2000. Eerste vondst in Twente. Wierden (237-486). Drie planten op industrieterrein met opslag van stalen matten. (Mevr. C.G. Abbink-Meijerink)
Potentilla tabernaemontani [syn P. verna] (Voorjaarsganzerik):
Vijfde vondst in Twente, de eerste recente in het Dinkelgebied. Overdinkel, begraafplaats
(268-473). Gazon tussen graven, een kleine 10 planten.
De overige vindplaatsen liggen aan de Overijsselsche Vecht, op één na in natuurresevaten.
(P.F. Stolwijk)
Pyrola rotundifolia (Rond wintergroen): RL2000. Eerste vondst FWT. Talud van de A-1 bij de Lutte (264-481), ruim tien bloeiende planten. (J. Schunselaar). De Atlas van de Nederlandse Flora 2 (Mennema & al., 1985) geeft voor Twente 6 Atlasblokken voor 1950 en 5 Atlasblokken vanaf 1950 aan. Deze groeiplaatsen zijn waarschijnlijk meer dan veertig jaar geleden al verdwenen.
Sagina nodosa (Sierlijke vetmuur): RL2000. Zesde vondst in Twente. Enter, de Doorbraak, in retentiegebied (237-482). Twee planten op open, zandige grond. (P.F. Stolwijk & J.W. Bielen).
Scutellaria x hybrida (Bastaardglidkruid): Vierde vondst in Twente. Landgoed Oosterveld bij Enschede(256-477). Vier planten op grazig bospad, met verder o.m. Ajuga reptans (Kruipend zenegroen)en Hypericum maculatum subsp. obtusiusculum (Kantig hertshooi). (O.G. Zijlstra). De overige vindplaatsen liggen alle bij de Lutte. Voor zover bekend zijn dit de enige vindplaatsen in Nederland!
Sedum rupestre [syn. S. reflexum] (Tripmadam): RL2000. Tweede en derde vondst in Twente. Aan de Overijsselsche Vecht. (234-506). (E. Pullen). Bij de Lutte, noordtalud van de A-1; ca. 150 bloeistengels. (264-481). (J. Schunselaar). De natuurlijkheid van deze laatste vindplaats is moeilijk vast te stellen.
Sonchus palustris (Moerasmelkdistel): Twaalfde vondst in Twente; eerste vindplaats die niet onmiddellijk aan het Twentekanaal is gelegen. (236-482). Enkele planten op de oever van de verlegde Bornsche Waterleiding. Nabij de verbinding met de Eksosche Aa, die weer de verbinding vormt tussen het Twentekanaal en de Regge. (Mevr. C.G. Abbink-Meijerink)
Stachys x ambigua (Bastaardandoorn): Tweede vondst FWT. Hamermaten bij Beuningen (266-485). Vier planten in loofbosje nabij de Dinkel, samen met S. sylvatica (Bosandoorn). (A. Van Renssen)
Trisetum flavescens (Goudhaver): RL2000. Tweede en derde vondst in Twente. Beuninger Binnenveld (267-486; 268-486). Tientallen planten langs de verlegde en nu meanderende Puntbeek. (Mevr. C.G. Abbink-Meijerink). De eerste vindplaats bij Haaksbergen betrof met zekerheid een adventief voorkomen.
Vicia lathyroides (Lathyruswikke): Vijfde vondst in Twente. Enschede, Twekkelo (251-470). Enige tientallen planten., in geroerde, open zandgrond bij een 'zouthuisje'. (P.F. Stolwijk)
Viola persicifolia (Melkviooltje): RL2000. Derde vondst in Twente. Enter, de Doorbraak, in retentiegebied (237-482). Drie planten op open, zandige grond. (Mevr. C.G. Abbink-Meyerink). De soort was al uit dit km-hok bekend, van het reservaat Het Mokkelengoor.
1 Het lijkt erop dat er opnieuw iemand gemeend heeft de natuur hier (illegaal) een handje te moeten helpen. Het is wel zeer onwaarschijnlijk dat Valkruid en Spaanse ruiter, soorten die we elders nooit in een natuurontwikkelingsterrein spontaan hebben zien verschijnen, dat hier tegelijk op slechts tien meter afstand van elkaar wel zouden doen. Van Valkruid hebben we de onwaarschijnlijkheid al eerder besproken (Bielen 2003). Spaanse ruiter vormt geen zaadvoorraad en kan zich wellicht enigszins over grotere afstanden verspreiden, maar de kans daarop is zeer klein.
Natuurmonumenten wordt wel meer met illegale uitzettingen geconfronteerd en publiceerde onlangs opnieuw een aantal eisen waaraan voldaan moet worden voor tot introductie kan worden overgegaan. (Broek 2006). Tenminst de beheerder van een terrein zal moeten beoordelen (eventueel na het raadplegen van specialisten) of aan deze eisen is voldaan. Illegale introductie is dus altijd af te keuren. Een van de eisen is: "De soort kan het gebied niet zelf bereiken". Illegale en daarom meestal stiekem uitgevoerde introducties geven ons onjuiste informatie omtrent de verspreidingsmogelijkheden van organismen. Het zou de indruk kunnen wekken dat die ecologische verbindingszones toch niet zo hard nodig zijn. De meningen van ecologen omtrent de noodzaak van (legale) herintroducties zijn overigens ook nogal verdeeld.
2 Dit is ons meegedeeld door Bas Slatman van Sylvester-Adviesburo Natuurontwikkeling onder wiens begeleiding dit retentiebekken is aangelegd. Ook met deze her(?)introductie zijn we niet gelukkig. Het gaat nu weliswaar niet om een terrein van Natuurmonumenten, maar het lijkt ons dat toch dat hier dezelfde eisen gelden. Gelukkig is deze introductie nu wel enigszins gedocumenteerd en is de zaadbron bekend.
In Hypericum 4 (Stolwijk & al. 2005) staat een vondst vermeld van Carex diandra (Ronde zegge) in km-hok 257-480 (Hulsbeek). Dit berust op een onjuiste determinatie. De vermelding dient derhalve geschrapt te worden.
Bielen, J.W. (2003). Dubieuze vondst van Valkruid (Arnica montana). Hypericum 1: 22.
Broek, T. van den & R. Ketelaar (2006). Terughoudend met herintroductie planten en dieren. Van Nature 16 (1): 4.
Horsthuis, M.A.P. & M. Zonderwijk (2003). Watercrassula (Crassula helmsii (Kirk) Cockayne): een nieuwe soort voor Oost-Nederland. Hypericum 1: 8.
Kleuver, J.J. & al. (1999). Tussen Dinkel en IJssel. Natuurgebieden in Overijssel. p. 113.
Mennema, J., A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate (1985). Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 2. Zeldzame en vrij zeldzame planten. p. 256.
Stolwijk, P.F., O.G. Zijlstra & J.W. Bielen (2005). Bijzondere vondsten FWT-Floron 2004. Hypericum 4: 16.