HYPERICUM 6 maart 2006


Bijzondere vondsten FWT-FLORON 2005

P.F. Stolwijk, J.W. Bielen, O.G. Zijlstra & C.G. Abbink-Meijerink


Ook dit jaar konden we ons weer verheugen over een groot aantal bijzondere vondsten: soorten nieuw voor Twente, nieuwe vindplaatsen van zeer zeldzame soorten, en eerste meldingen van verwilderde en inburgerende soorten.

Tot deze laatste categorie behoren in 2005:

Uitbreiding naar een aangrenzend km-hok is geconstateerd bij:

Een bijzonder geval is de eerste vondst in Twente van Echinochloa muricata (Stekelige hanenpoot). De soort blijkt al op tal van plaatsen aangetroffen te kunnen worden en is in een jaar tijds gemeld uit 28 km-hokken, vooral door de inspanning van Mevr. C.G. Abbink-Meijerink. Stekelige hanenpoot is pas in de laatste (2005) druk van Heukels' opgenomen.

Apium repens

Foto Pieter Stolwijk

Pyrola rotundifolia

Foto Jo Schunselaar

1 Het lijkt erop dat er opnieuw iemand gemeend heeft de natuur hier (illegaal) een handje te moeten helpen. Het is wel zeer onwaarschijnlijk dat Valkruid en Spaanse ruiter, soorten die we elders nooit in een natuurontwikkelingsterrein spontaan hebben zien verschijnen, dat hier tegelijk op slechts tien meter afstand van elkaar wel zouden doen. Van Valkruid hebben we de onwaarschijnlijkheid al eerder besproken (Bielen 2003). Spaanse ruiter vormt geen zaadvoorraad en kan zich wellicht enigszins over grotere afstanden verspreiden, maar de kans daarop is zeer klein.

Natuurmonumenten wordt wel meer met illegale uitzettingen geconfronteerd en publiceerde onlangs opnieuw een aantal eisen waaraan voldaan moet worden voor tot introductie kan worden overgegaan. (Broek 2006). Tenminst de beheerder van een terrein zal moeten beoordelen (eventueel na het raadplegen van specialisten) of aan deze eisen is voldaan. Illegale introductie is dus altijd af te keuren. Een van de eisen is: "De soort kan het gebied niet zelf bereiken". Illegale en daarom meestal stiekem uitgevoerde introducties geven ons onjuiste informatie omtrent de verspreidingsmogelijkheden van organismen. Het zou de indruk kunnen wekken dat die ecologische verbindingszones toch niet zo hard nodig zijn. De meningen van ecologen omtrent de noodzaak van (legale) herintroducties zijn overigens ook nogal verdeeld.

2 Dit is ons meegedeeld door Bas Slatman van Sylvester-Adviesburo Natuurontwikkeling onder wiens begeleiding dit retentiebekken is aangelegd. Ook met deze her(?)introductie zijn we niet gelukkig. Het gaat nu weliswaar niet om een terrein van Natuurmonumenten, maar het lijkt ons dat toch dat hier dezelfde eisen gelden. Gelukkig is deze introductie nu wel enigszins gedocumenteerd en is de zaadbron bekend.


Rectificatie

In Hypericum 4 (Stolwijk & al. 2005) staat een vondst vermeld van Carex diandra (Ronde zegge) in km-hok 257-480 (Hulsbeek). Dit berust op een onjuiste determinatie. De vermelding dient derhalve geschrapt te worden.


Literatuur

Bielen, J.W. (2003). Dubieuze vondst van Valkruid (Arnica montana). Hypericum 1: 22.

Broek, T. van den & R. Ketelaar (2006). Terughoudend met herintroductie planten en dieren. Van Nature 16 (1): 4.

Horsthuis, M.A.P. & M. Zonderwijk (2003). Watercrassula (Crassula helmsii (Kirk) Cockayne): een nieuwe soort voor Oost-Nederland. Hypericum 1: 8.

Kleuver, J.J. & al. (1999). Tussen Dinkel en IJssel. Natuurgebieden in Overijssel. p. 113.

Mennema, J., A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate (1985). Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 2. Zeldzame en vrij zeldzame planten. p. 256.

Stolwijk, P.F., O.G. Zijlstra & J.W. Bielen (2005). Bijzondere vondsten FWT-Floron 2004. Hypericum 4: 16.