| HYPERICUM 7 | maart 2008 |
P.F. Stolwijk, J.W. Bielen & O.G. Zijlstra
Geheel volgens de landelijke trend zijn er ook dit jaar weer een aantal verwilderingen vastgesteld van tuinplanten. Deze worden hier kort gememoreerd samen met soorten die inmiddels wat minder bijzonder zijn.
Conyza sumatrensis (Hoge fijnstraal): tweede vondst in naburig km-hok in Enschede, Roombeek. Een snelle uitbreiding van deze soort zoals in het westen van het land valt in Twente (nog) niet te constateren.
Crassula helmsii (Watercrassula): blijft zich uitbreiden ondanks bestrijding door het waterschap.
Cyrtomium fortunei: Op een muur van de moestuin van Twickel. Deze waarneming was eerder gemeld als Cyrtomium falcatum (IJzervaren). Van deze soort zijn landelijk meer verwilderingen bekend geworden, vaak eveneens als C. falcatum genoteerd.
Dryopteris affinis (Geschubde mannetjesvaren): Tiende vondst.
Geum macrophyllum (Groot nagelkruid): een verwilderende tuinplant, waarvan nu drie vondsten bekend zijn.
Hypericum x desetangsii (Frans hertshooi): de kruising tussen Hypericum
perforatum (Sint-Janskruid) en H. maculatum subsp. obtusiusculum
[syn. H. dubium] (Kantig hertshooi) is mogelijk algemener dan gedacht, maar
omdat de bastaard terugkruist met de ouders is een zekere determinatie niet altijd
mogelijk.
Er zijn nu tien vondsten van bekend, maar het taxon zal zeker ook over het hoofd gezien
worden. Herbariummateriaal welkom!
Mercurialis annua (Eenjarig bingelkruid): de zevende vondst van een soort die in Twente steeds adventief is, maar (vooral) beneden de grote rivieren algemeen voorkomt.
Sedum dasyphyllum (Dik vetkruid): de eerste vondst van deze verwilderende tuinplant.
Tellima grandiflora (Franjekelk): vierde vondst van deze verwilderende tuinplant.
Apium repens (Kruipend moerasscherm): RL-bedreigd. Vijfde vondst in Twente, in het natuurontwikkelingsterrein De Bevert (228-499). (M. Horsthuis). Als soort van de Habitat-richtlijn behoort deze soort bijzondere bescherming te krijgen.
Botrychium lunaria (Gelobde maanvaren): RL-kwetsbaar. Derde vondst in Twente. Langs het kanaal Almelo-Nordhorn, zuidzijde (256-488). Drie planten bovenaan het talud. Ruim 15 jaar geleden voor het laatst gezien langs het Kanaal, bij Denekamp. (Mevr. H. Ludwig-Meijers)
Callitriche palustris (Klein sterrenkroos): RL-ernstig bedreigd. Tweede vondst in Twente. Hondeven (247-491). (R. Poot).
Carex brizoides (Trilgraszegge): RL-gevoelig. Achtste vondst in Twente. Bij Delden (243-475), aan de rondweg; een fraai bloeiende, tamelijk grote populatie op het droge talud van een greppel. (P.F. Stolwijk). De soort is pas sinds 1994 uit Twente bekend (Van der Veen & Bremer 1997).
Chrysosplenium alternifolium (Verspreidbladig goudveil): 21ste vondst in Twente. Hagmolenbeek (245-470), talud aan de waterkant. De soort was uit dit gedeelte van Twente onbekend. (P.F. Stolwijk)
Dactylorhiza maculata subsp. fuchsii (Bosorchis): RL-kwetsbaar.
Eerste vondst in Twente. Bij Weerselo, in min of meer schraal grasland (256-483); twee
planten. Determinatie bevestigd door C.A.J. Kreutz. (J. Schunselaar).
Hoewel dit taxon door diverse orchideeënspecialisten al wel werd erkend, werd het tot nu
toe niet in de Heukels' vermeld. In de laatste druk (Meijden
2005) werd deze orchidee voor het eerst opgenomen door het splitsen van Dactylorhiza
maculata in de twee ondersoorten D. maculata subsp. maculata en subsp.
fuchsii. Er is een opgave van een vondst van Bosorchis in 1989 uit de omgeving van
Boekelo (parkeerplaats Bad Boekelo) (Kreutz 2000). Deze
opgave heeft de werkgroep nooit bereikt.
Dittrichia graveolens (Kamferalant): Tweede vondst in Twente. Hengelo, Kuipersdijk (251-474), aan een stoeprand. (P.F. Stolwijk). De soort vertoont wel tendens tot inburgering, maar niet zo snel als in Duitsland. (Stolwijk 1995; 1996)
Epipactis palustris (Moeraswespenorchis): RL-kwetsbaar. Vijfde vondst in Twente. Denekamp (265-48), moerassige plek bij de schaatsvijver. (J. Bruns)
Hypericum canadense (Canadees hertshooi): RL-ernstig bedreigd. Vierde vondst (derde actuele vindplaats) in Twente. Bruinehaar (244-498), een aanzienlijke populatie op de zwak glooiende, zandige, open oever van een spartelvijver. (H. Eggelte)
Jacobaea aquatica var. erratica [syn. Senecio aquaticus var. erraticus] (Waterkruiskruid var. erratica): Eerste vondst in Twente. Langs de Oude Postweg ter hoogte van Boerskotten (Afb. 1) bij de Lutte (230-497), tientallen planten. Dit taxon onderscheidt zich van de variëteit aquatica door kleinere lintbloemen en een lossere, meer uitstaande bloeiwijze. (O.G. Zijlstra)
Lithospermum officinale (Glad parelzaad): Eerste vondst in Twente. Enschede, Hof Espelo (255-475), drie planten aan een bospad (Afb. 2), met verder onder meer Solidago virgaurea (Echte guldenroede). De soort is in de duinen vrij algemeen, elders (zeer) zeldzaam. (J. Schunselaar)
Oenothera x fallax (Middelste x Grote teunisbloem): Eerste vondst in Twente. Bij Langeveen, (244-499) ruderaal. Houdt het midden tussen de oudersoorten, en heeft (deels) verkleefde in plaats van uitgespreide stempelstralen (O.G. Zijlstra). De soort zal nog wel over het hoofd gezien worden, evenals Oenothera deflexa (Zandteunisbloem).
Pedicularis palustris (Moeraskartelblad): RL-kwetsbaar. Zevende en achtste vondst in Twente. Reutumer Weuste (253-489) en Zuid-oost van Reutum ( 258-488), in heideterrein. (G. Euverman, SBB). Het lijkt er op dat de soort zich uitbreidt, mogelijk als gevolg van verspreiding via maaimachines.
Rorippa x anceps (Middelste waterkers): Tweede vondst in Twente. Noord van De Lutte (277-483), op Dinkelstrandje. De bastaard van Rorippa amphibia (Gele waterkers) en R. sylvestris (Akkerkers) is wellicht meer aan te treffen langs de Dinkel en de Vecht (A. van Renssen)
Veronica x lackschewitzii (Blauwe x Rode waterereprijs): Eerste vondst FWT. Langs de Dinkel noord van de Lutte (267-483). Het taxon is onder andere herkenbaar aan de loze vruchten en de steeds doorgroeiende bloeiwijze. (A. van Renssen)
Viola persicifolia (Melkviooltje): RL-bedreigd. Derde vondst Twente. Needse Achterveld (239-464), natuurontwikkelingsterrein. (G. & J. Meutstege). Tot nog toe was de soort alleen bekend van de omgeving van Ypelo.
Kreutz, C.A.J. & H. Dekker (2000). De Orchideeën van Nederland. Ecologie, verspreiding, bedreiging, beheer: 313-319.
Meijden, R. van der (2005). Heukels' Flora van Nederland.
Stolwijk, P.F. (1995). Riekende alant (Dittrichia graveolens) in Nederland. Nieuwsbrief FLORON-FWT 13.
Stolwijk, P.F. (1996). Kamferalant (Dittrichia graveolens (L.) W. Greuter) in Nederland. Gorteria 21: 210.
Van der Veen, K. & P. Bremer (1997). Een eerste vondst van Trilgraszegge (Carex brizoides) in Twente. Nieuwsbrief FLORON-FWT 16.