O.G. Zijlstra
Twente staat bekend om haar rijke flora en fauna. Bijzondere geologische omstandigheden en natuurlijke processen in samenhang met het menselijk
landgebruik hebben in de loop der eeuwen geleid tot een afwisselend landschap met een grote diversiteit aan planten en dieren. Deze variatie
heeft onderzoekers altijd gefascineerd. De levende natuur van Twente is dan ook grotendeels goed onderzocht.
In dit artikel wordt verslag gedaan van de huidige kennis van de wilde planten, met de nadruk op die van de gemeente Enschede. De flora van de
gemeente is de afgelopen jaren grondig geïnventariseerd in het kader van de 'Atlas van de flora van Enschede 1977-1999', waarin
verspreidingskaartjes van de wilde planten zullen worden gepresenteerd.
Aan het begin van deze eeuw werd de plantengroei van Twente al uitvoerig onderzocht en beschreven. De florist D. Lako legde in zijn 'Cartographische atlas van Overijssel' de toenmalige verspreiding van wilde planten grotendeels vast. De uit Enschede afkomstige M.J. Blijdenstein deed hetzelfde, maar concentreerde zich op de flora van zijn geboortestreek. Dankzij zijn zorgvuldig aangelegde herbarium (bewaard in het Natuurmuseum te Enschede) en publicaties in het tijdschrift van Heimans en Thijsse, 'De Levende Natuur', kunnen we de vroegere plantengroei vergelijken met die van nu. De huidige kennis van de Enschedese flora is vooral te danken aan de impuls die uitging van de oprichting van de Floristische Werkgroep Twente in 1977 door een groep Twentse plantenliefhebbers die zich tot op de dag van vandaag bezig houdt met de inventarisatie van de wilde planten in onze streek.
Bij de inventarisatie van wilde planten worden per vierkante kilometer plantensoorten genoteerd op streeplijsten. Deze lijsten werden tot 1989
landelijk verzameld door het Rijksherbarium in Leiden, en vanaf dat jaar door de stichting Floristisch Onderzoek Nederland (FLORON), die de
aangeleverde gegevens beheert.
Op de topografische kaart vallen ruim 170 vierkante kilometers (kilometerhokken) binnen de gemeentegrenzen van Enschede. Het grondgebied van de
gemeente beschrijft ruwweg een cirkel met een straal van 14 kilometer, met als middelpunt de stad Enschede. Ze wordt aan de noordkant begrensd
door de gemeentegrenzen van Weerselo en Oldenzaal, in het oosten door die van Losser en de landsgrens. Ten zuiden van Enschede is Haaksbergen
de aangrenzende gemeente, Hengelo is de westelijke buurgemeente. Eerst van 1977 tot en met 1988 en vanaf 1989 (het startjaar van FLORON)
opnieuw, is getracht om alle 170 kilometerhokken zo grondig mogelijk te inventariseren op wilde planten. Met de verzamelde gegevens is het
mogelijk een goede vergelijking te maken tussen de periodes 1977-1988 en 1989-1999 en zo een beeld te schetsen van recente veranderingen in de
flora van Enschede.
Volgens de Standaardlijst van de Nederlandse Flora 1996 omvat de wilde flora van ons land 1474 soorten hogere planten. Hiervan zijn er sinds
1977 in de gemeente Enschede 814 gevonden, dat is 55 % van alle inheemse plantensoorten! Daarnaast is een groot aantal verwilderde en van
elders aangevoerde (adventieve) planten aangetroffen, evenals bastaarden en zogenaamde 'kleine soorten' of 'microsoorten' van de geslachten
Paardenbloem en Braam. In totaal telt de Enschedese flora recent meer dan 1000 soorten.
Per kilometerhok zijn in de periode 1989-1999 gemiddeld ruim 230 soorten bekend. Het hok met het hoogste aantal telt 369 verschillende
plantensoorten en ligt nota bene voor een groot deel in bebouwd gebied, aan de westkant van de stad. Negatieve uitschieters vinden we in de
binnenstad, waar soms amper 100 soorten per kilometerhok zijn aangetroffen.
Veel inheemse planten en dieren worden in hun voortbestaan bedreigd. In 1990 werd de FLORON-Rode Lijst gepubliceerd, een opsomming van
uitgestorven en (potentieel) bedreigde plantensoorten in ons land. De lijst telt ruim een derde (541) van alle inheemse soorten, veelal planten
van milieus (ecotopen) die tegenwoordig steeds zeldzamer worden door vernietiging en/of omdat ze gevoelig zijn voor verzuring, verdroging of
vermesting. Voorbeelden van deze ecotopen zijn natte duinvalleien, kalkgraslanden, vochtige, onbemeste graslanden (blauwgraslanden,
schraallanden), droge en natte heide.
In de gemeente Enschede zijn recent zo'n 75 Rode Lijst-soorten aangetroffen, waaronder 9 landelijk sterk bedreigde (Rode Lijst-categorie 2) en
3 zeer sterk bedreigde (RL-categorie 1), te weten: Blonde zegge (Carex hostiana), Klein warkruid, (Cuscuta
epithymum), Stijve moerasweegbree (Echinodorus ranunculoides), Smalle raai (Galeopsis
angustifolia),Verfbrem (Genista tinctoria), Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia), Oeverkruid
(Littorella uniflora), Witte waterranonkel (Ranunculus ololeucos), Klein glidkruid (Scutellaria minor)
(RL-categorie 2); en Korensla (Arnoseris minima), Draadgentiaan (Cicendia filiformis) en Waterlepeltje
(Ludwigia palustris) (RL-categorie 1). We vinden de hoogste concentratievan Rode Lijst-soorten (8-12 soorten per km-hok) in het bos- en
heidegebied tussen Driene en Vliegveld Twente, op de Lonnekerberg en in het Aamsveen. Deze schitterende gebieden zijn gelukkig niet bedreigd en
deels in de goede handen van Stichting Landschap en Natuur Overijssel.
Ongeveer 40 vierkante kilometer grondgebied van de gemeente Enschede is merendeels bebouwd. Hoewel men het wellicht niet zou verwachten, is de
stad Enschede gezegend met een rijke flora. Vond men 20 jaar geleden in voegen van straatstenen enkel het dwergplantje Liggende vetmuur
(Sagina procumbens), tegenwoordig is overal in de stad ook haar rechtopstaande zusje Tengere vetmuur (Sagina apetala) te
vinden.
In de nazomer is praktisch elke straat vergeven van Straatliefdegras (Eragrostis pilosa), een oorspronkelijk tropisch grasje dat
pas sinds de jaren '80 Nederland stormachtig veroverde.
In droge gazons in het westelijke deelvan de stad wordt sinds kort plaatselijk Duinvogelmuur (Stellaria pallida) aangetroffen,
een in het voorjaar bloeiende verwant van de bekende Vogelmuur (Stellaria media). Van Duinvogelmuur werd tot voor kort
gedacht dat ze alleen in het kustgebied voorkwam.
Oude muren blijken een toevluchtsoord voor zeldzame varentjes. De laatste 10 jaar is op verschillende plaatsen naast Muurvaren
(Asplenium ruta-muraria) de zeldzame Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) en Tongvaren (Asplenium
scolopendrium) gevonden, in de Lijsterstraat zelfs alle drie bij elkaar.
In een dynamische omgeving als de stad, waar veel 'gerommeld'wordt, profiteren sommige planten van de nieuw ontstane situatie. Zo kan het op
braakliggende grond soms rood zien van de Klaprozen (Papaver spec.) of geel van allerlei snel groeiende Kruisbloemigen als
Herik (Sinapis arvensis) en Koolzaad (Brassica napus). In het havengebied van Enschede vindt men elk jaar weer van
elders aangevoerde soorten, met namen als Oosterse raket (Sisymbrium orientale), Franse amarant (Amaranthus
bouchonii) en Amerikaanse kruidkers (Lepidium virginicum).
Soms worden oude zaadvoorraden in de grond opnieuw aangeboord, zoals enkele jaren geleden in het nieuwe bedrijvengebied De Marssteden aan de
westkant van Enschede. Hier werd grasland afgegraven, zodanig dat de zaadbank van de hier vroeger gelegen heide aan de oppervlakte kwam.
Vroeger algemene, thans zeldzame pioniersoorten van het heidelandschap doken weer op: Grondster (Illecebrum verticillatum),
Wijdbloeiende rus, Oeverkruid en Draadgentiaan. Een vreemde sensatie: een halve hectare oude glorie, ingeklemd tussen
beton en snelweg!
Tegenwoordig zijn bermen langs wegen voor veel graslandplanten een laatste toevluchtsoord. Kruidenrijke graslanden waarin nog soorten als
Pinksterbloem (Cardamine pratensis), Veldzuring (Rumex acetosa) en Scherpe boterbloem (Ranunculus
acris) voorkomen zijn buiten natuurreservaten amper meer te vinden. Hoewel veel bermen door slecht beheer (onnodig vaak maaien zonder
afvoer van het maaisel) verworden zijn tot brandnetelruigtes, kent Enschede nog enkele voorbeelden van 'de bonte berm', waar bijvoorbeeld naast
genoemde soorten 's zomers Margriet (Leucanthemum vulgare) en Knoopkruid (Centaurea jacea) bloeien. De meest
waardevolle berm van de gemeente ligt langs de Lossersestraat, waar zich een soortenrijke vegetatie heeft ontwikkeld die men tegenwoordig
alleen nog in goed beheerde schraallanden kan aantreffen. Hier groeien de sierlijke grassen Bevertjes (Briza media) en
Kamgras (Cynosurus cristata), met daartussen onder meer Blauwe knoop, Stijve ogentroost (Euphrasia stricta),
het dwergvarentje Addertong (Ophioglossum vulgare) en een enkele Grote keverorchis (Listera ovata).
Langs de snelweg A35 ziet het de laatste jaren in maart en april wit van de bloemen van het plantje Deens lepelblad (Cochlearia
danica). Deze tot voor kort alleen in het kustgebied voorkomende soort verovert sinds kort in ijltempo de (snel)wegbermen van Nederland en
is zelfs al in de binnenstad van Enschede gesignaleerd. Haar explosieve uitbreiding is te danken aan het 's winters pekelen van wegen. Andere
voorbeelden van deze zogenaamde bermhalofyten zijn Hertshoornweegbree (Plantago coronopus), Engels gras (Armeria
maritima) en Stomp kweldergras (Puccinellia distans subsp. distans).
Over de meeste cultuurgraslanden kunnen we kort zijn: in sommige kost het zelfs moeite een Paardenbloem (Taraxacum spec.) te vinden! Graslandplanten leiden veelal een kwijnend bestaan aan perceelsranden. Overgebleven snippers van kruidenrijke graslanden vinden we in de gemeente Enschede praktisch alleen in natuurgebieden, zoals bij Driene en het Aamsveen. Bij Driene liggen nog enkele vochtige oude hooilandjes die een keur aan bijzondere planten herbergen als Blonde zegge, Kleine valeriaan (Valeriana dioica), Brede orchis ((Dactylorhiza majalis subsp. majalis) en Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata). In het Aamsveen zijn enkele restanten fraai heischraal grasland bewaard gebleven. Hier vindt men nog juweeltjes als Welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia), Liggende vleugeltjesbloem (Polygala serpyllifolia) en Heidekartelblad (Pedicularis sylvatica).
Wuivende rogge-akkers met kleurige onkruiden als Klaproos, Korenbloem (Centaurea cyanus) en Gele ganzenbloem (Chrysanthemum segetum) hebben de laatste decennia plaats gemaakt voor glanzend-groene maïspercelen. Hoewel minder kleurrijk herbergen ook deze akkers hun eigen specifieke flora. Warmteminnende, oorspronkelijk vaak tropische eenjarigen vinden hier een geschikte groeiplaats. Naast Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata) en Klein knopkruid (G. parviflora) en de grassen Hanenpoot (Echinochloa crus-galli) en Glad vingergras (Digitaria ischaemum) zijn sinds kort Kransnaaldaar (Setaria verticillata) en Kale gierst (Panicum dichotomiflorum) in opmars.
Anderhalve eeuw geleden bestond de gemeente Enschede grotendeels uit heide, die in de loop der jaren is ontgonnen. Het Aamsveen is het enige resterende heidegebied van behoorlijke omvang. Verspreid over Enschedees grondgebied liggen er nog zo'n twintig kleinere restanten, sommige nog met soorten als Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) en Beenbreek (Narthecium ossifragum). Bij Boekelo ligt een dichtgroeiend heideveldje met de in het binnenland zeer zeldzame bosbessoort Rijsbes (Vaccinium uliginosum). In een aantal met Pijpenstrootje (Molinia caerulea) of Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) vergraste terreinen wordt de laatste jaren de bovenlaag afgeplagd, waardoor Struikhei (Calluna vulgare) en Dophei (Erica tetralix) zich weer kunnen verjongen en nieuwe kansen geschapen worden voor pioniersoorten als Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata) en Snavelbiezen (Rhynchospora spec.). Het opschonen van verzuurde vennen met enkel Knolrus (Juncus bulbosus) zorgt hier en daar voor de terugkeer van zeldzaam geworden venplanten als Moerashertshooi (Hypericum eleodes), Witte waterranonkel en Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis).
De Twentse houtwallen, singels en bossen zijn voor het merendeel de laatste 150 jaar aangelegd. Het zo ontstane kleinschalige
'coulissen'landschap heeft niet alleen een hoge esthetisch waarde, maar zorgt ook voor een grote verscheidenheid aan planten en dieren.
Enschede kent verschillende typen bossen. Aanplanten van louter naaldhout vertonen een weinig gevarieerde ondergroei en hebben een geringe
natuurwaarde. Min of meer 'natuurlijke' bosjes en bossen met een rijke flora en fauna vinden we verspreid in de gemeente. Allereerst zijn er de
prachtige vochtige loofbosjes op leemgrond in de Zuid-Eschmarke (Kersdijk, Haverkamp) met een gevarieerde boomlaag van onder meer
Zomereik (Quercus robur), Hazelaar (Corylus avellana) en Zoete kers (Prunus avium). In het vroege
voorjaar kan men hier tussen Bosanemoon (Anemone nemorosa) en Bosviooltjes (Viola riviniana en V.
reichenbachiana) Slanke sleutelbloem (Primula elatior) zien bloeien. Later treft men er bijzonderheden als Heelkruid
(Sanicula europaea) en Boskortsteel (Brachypodium sylvaticum). In soortgelijke bosjes langs de Boekelerbeek groeit nog
Zwartblauwe rapunzel (Phyteuma spicatum subsp. nigrum) met haar schitterende bloemen en op één plek is in het vroege
voorjaar Schedegeelster (Gagea spathacea) te bewonderen. Andere exclusieve loofbossoorten als Eenbes (Paris
quadrifolia) en Moerasstreepzaad (Crepis paludosa) vindt men in de Lindermaten.
Ten noorden van de stad liggen de grootste boscomplexen van de gemeente, op min of meer zure, arme bodems. Bij Driene komt hier en daar nog
door ontwatering zeldzaam geworden Berken- en Elzenbroekbos voor met Elzenzegge (Carex elongata), Gele lis (Iris
pseudacorus) en Groot springzaad (Impatiens noli-tangere). De hoger gelegen bossen, het Haagsche Bosch en de Lonnekerberg,
herbergen een groot aantal Rode Lijst-soorten. De Lonnekerberg spant wel de kroon. Langs haar bospaadjes vindt men heischrale vegetaties met
Liggende vleugeltjesbloem, Fraai hertshooi (Hypericum pulchrum) en Klein glidkruid. Beide laatstgenoemde soorten,
die elders in Twente zeer zeldzaam zijn geworden, komen hier nog in redelijke aantallen voor. Hetzelfde geldt voor Klein wintergroen
(Pyrola minor) en Bospaardenstaart (Equisetum sylvaticum). Duizenden exemplaren van deze sporeplant bedekken in de
voorzomer de bosbodem met een feeëriek lichtgroen waas. Ook voor varens moet men op de Lonnekerberg zijn: naast algemene soorten groeien er
zeldzaamheden als Stippelvaren (Oreopteris limbosperma), Gebogen driehoeksvaren (Gymnocarpium dryopteris),
Smalle beukvaren (Phegopteris connectilis), Addertong en het watervarentje Pilvaren (Pilularia globulifera),
dat enige jaren geleden opdook in een gegraven poeltje langs de Bergweg.
De flora van houtwallen is te vergelijken met die van bosranden. Vooral bij Twekkelo en in de Lonnekermarke en Zuid-Eschmarke zijn fraaie
voorbeelden te vinden, met in de boomlaag onder meer Zomereik, Vogelkers (Prunus padus) en Mispel (Mespilus
germanica). Grote muur (Stellaria holostea) en Veelbloemige salomonszegel (Polygonatum multiflorum) komen
talrijk voor. Rode en Blauwe bosbes (Vaccinium vitis-idaea en V. myrtillus), Hengel (Melampyrum
pratense) en Havikskruiden (Hieracium spec.) vormen de karakteristieke ondergroei van houtwallen op arme bodems.
De laatste jaren worden in het landelijk gebied steeds meer amfibieënpoelen aangelegd. Hierbij worden niet alleen nieuwe kansen gecreëerd voor kikkers en salamanders, ook bijzondere planten weten hiervan te profiteren. Nationaal en internationaal hooggewaardeerde water- en pioniervegetaties van voedselarme bodem, waarvan Twente altijd een bolwerk was geweest, waren midden jaren'70 bijna verdwenen. Graafwerkzaamheden in het kader van natuurherstel en -ontwikkeling zorgen recent voor een opleving van deze kwetsbare vegetaties. Zo herbergen sommige kikkerpoelen weer Vlottende bies (Eleogiton fluitans), Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum) en Pilvaren. In een poel aan de rand van het Aamsveen dook enkele jaren geleden het wonderlijke Waterlepeltje op, een plant die tot 1990 in ons land alleen nog bij Bathmen voorkwam. Sindsdien heeft ze in Twente een opmerkelijke come-back gemaakt; inmiddels kennen we haar al van 6 km-hokken.In een kwelslootje langs de Hengelosestraat ter hoogte van de UT vinden we nog steeds Drijvende waterweegbree (Luronium natans) en Witte waterranonkel, al sinds 1979. Het waterwingebied ten noorden van Enschede kent als grote bijzonderheid het zeldzame Gesteeld glaskroos (Elatine hexandra), een minuscuul plantje met roze bloempjes en doorschijnende stengels dat verder alleen bekend is van het Kleine Lonnekermeer. In het waterwingebied groeien verder onder meer nog vijf Fonteinkruiden (Potamogeton spec.) en de in het binnenland schaarse Zittende zannichellia (Zannichellia palustris subsp. palustris).
Het bovenstaande is slechts een greep uit de huidige flora van de gemeente Enschede. Wanneer we de flora van nu vergelijken met die van de
eerste helft van deze eeuw blijken 57 Standaardlijstsoorten verdwenen. Bij meer dan de helft van deze planten gaat het om soorten van het oude
heidelandschap en van natte, voedselarme graslanden en moerassen. Deze ecotopen hebben de afgelopen eeuw veel te lijden gehad. Heide werd
ontgonnen, moerassen ontwaterd, oude graslanden gescheurd. Rozenkransje (Antennaria dioica) en Rond wintergroen
(Pyrola rotundifolia) verdwenen, net als Moeraskartelblad (Pedicularis palustris) en de orchideeën Harlekijn
(Orchis morio) en Grote muggenorchis (Gymnadenia conopsea).
Nieuwkomers, veelal minder kritische plantensoorten, zo'n 90 in getal, wisten zich aan te passen of te vestigen in het hedendaagse overal door
de mens beïnvloede landschap.
Zoals geschetst, valt hier en daar in de gemeente Enschede gelukkig nog steeds veel te genieten en te ontdekken.
Oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd in: Jaarboek Twente 2000.
adres van de schrijver:
O.G. Zijlstra
Lekstraat 44, 7523 HW Enschede
E-mail: Otto Zijlstra