De wilde flora van de Oosterbegraafplaats in Enschede

P.F. Stolwijk

(coƶrdinator FWT)


Abstract

The flora of an old cemetery in Enschede (Twente, Prov. of Overijssel) is described.



Inleiding

Van de vele mooie begraafplaatsen die Twente rijk is, is de Oosterbegraafplaats aan de Noordesmarker rondweg in Enschede wel een van de fraaiste. Hier vinden niet alleen de doden rust; ieder die hier wandelt zal aangenaam verrast zijn door de stilte, door de majesteitelijkheid van de bomen, de grote alleeƫn, en de intieme paadjes.


Begraafplaatsen

Begraafplaatsen staan al heel lang in de belangstelling van floristen. In het voorjaar is er, mede door de beschutte situatie en de aanwezigheid van de makkelijk opwarmende grafstenen, vaak al heel vroeg sprake van een uitbundige bloei van allerlei eenjarige planten: Vroegeling, Zandraket, Kleine veldkers, Bleke vogelmuur en vele andere. Voor een aantal soorten zijn begraafplaatsen zelfs het belangrijkste biotoop in Nederland geworden. Zo wordt de vaak al in februari-maart bloeiende Heelbeen in Nederland eigenlijk alleen nog maar op begraafplaatsen aangetroffen, in Twente in Overdinkel en in Hengelo. Ook de Steenbreeksoort met de toepasselijke naam Kandelaartje wordt hier wel gezien, maar heeft in Twente zijn hoofdverspreiding in het grind langs spoorbanen. Een aantal andere soorten hebben begraafplaatsen gemeen met kwekerijen; dat geldt voor Klein bronkruid, Winterpostelein en vooral ook voor Vreemde ereprijs, die overigens in het noorden van het land weer veel op spoorwegterreinen wordt gezien.


Bijzondere soorten

Aanleiding voor dit artikel is de vondst op de Oosterbegraafplaats door Jo Schunselaar van Rapunzelklokje (Campanula rapunculus), niet te verwarren met Akkerklokje (Campanula rapunculoides). De laatste is in Twente een tuinplant, die gemakkelijk verwildert, zo ook op de begraafplaats. Rapunzelklokje echter wordt niet zo vaak in tuinen geplant. Het is in Nederland vooral een soort van het rivierengebied. In Twente is de soort een tiental keren gevonden, maar slechts een keer in een situatie die natuurlijk leek; in de andere gevallen lijkt een adventief optreden of verwildering waarschijnlijker.
Jo Schunselaar heeft een fijne neus voor botanisch bijzondere terreinen; samen met Otto Zijlstra vond hij namelijk nog een aantal bijzonderheden voor Twente: Bevertjes, Gewone bermzegge, Groot streepzaad, Beemdkroon, Kleine pimpernel (niet de gekweekte variant!), Blaassilene, Gewone veldsla, Vierzadige wikke. Hoewel geen van deze soorten nieuw voor Twente is, valt wel op dat ze hun hoofdverspreiding in het fluviatiel district, de duinen of Zuid-Limburg hebben.


Oorsprong en beheer

Hoe zijn deze soorten hier terecht gekomen? Het vermoeden bestaat wel dat de meeste van de genoemde soorten er gezaaid of geplant zijn. We weten dat echter niet zeker. Men mag zich ook afvragen of dat er nog veel toe doet. Zoals de planten er nu bij staan, lijken ze er geheel natuurlijk te zijn. Blijkbaar overleven ze moeiteloos, waarbij opgemerkt moet worden dat de beheerders uiterst zorgvuldig met de bewuste percelen omgaan. Alle hulde daarvoor.


Nog een verrassing

Maar de koek was nog niet op. In september vond Jo nog een Bremraapsoort, Klavervreter, nieuw voor Twente. Bremrapen zijn parasiterende planten zonder eigen bladgroen. Klavervreter woekert zoals de naam al aangeeft op klaversoorten en verwanten. Van dit geslacht was uit Twente alleen de Grote bremraap, die op Brem parasiteert, bekend, in 1973 gevonden in de buurt van Markelo. Een recente melding ontbreekt echter, zodat veilig mag worden aangenaam dat Klavervreter de enige huidige vertegenwoordiger van dit geslacht in Twente is.


Slot

Voor mij was een en ander aanleiding om een volledige soortenlijst op te stellen van het terrein van de begraafplaats. Het zou wel interessant zijn om ook een lijst te maken van alle gekweekte soorten, maar daar heb ik noch de tijd noch de kennis voor.
Ik kom tot een lijst van 193 "wilde" soorten, inclusief soorten die waarschijnlijk oorspronkelijk aangeplant waren, maar nu een eigen plekje innemen. In een aantal gevallen is het moeilijk uit te maken of een soort geheel op eigen kracht de begraafplaats heeft bereikt of uit verwildering van planten op graven e.d. voortkomt.
193 wilde soorten is een heel hoog aantal, waarbij opgemerkt moet worden dat het feitelijke aantal hoger zal liggen. Mijn inventarisatie startte pas in juni, zodat typische voorjaarsplanten (zoals Vroegeling!) gemist zijn.
In een gemiddeld Twents kilometerhok komen we ook op 190-200 soorten. Maar de begraafplaats is slechts een kwart zo groot!
Slechts de Oosterbegraafplaats is bekeken; de aanpalende Joodse en Katholieke begraafplaatsen kunnen natuurlijk ook nog voor verrassingen zorgen. Een mooi doel voor het komende seizoen!


Vondsten van bijzondere planten kunnen altijd bij mij gemeld worden. Ook ben ik graag bereid determinaties te verrichten of te controleren. Voorwaarde is dan wel dat de plant goed is verzameld en dat zeer nauwkeurig de vindplaats is vastgelegd.


Oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd in: Typisch Twente, Driemaandelijks magazine over cultuur, natuur, taal & geschiedenis in Twente 2: 4 (december 2004).


Reacties naar: Redactie FWT-FLORON