| Nieuwsbrief FLORON-FWT 1 | februari 1990 |
P.F. Stolwijk
New records of interesting species found in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) in 1989, among them first records for Twente of Bog Arum (Calla palustris) and Horse Mint (Mentha longifolia).
Vondsten die in eerdere jaarverslagen van de FWT al zijn toegelicht, worden hier in het algemeen niet opnieuw besproken.
De onderstreepte soorten zijn nieuw voor de FWT; maar doordat het werkgebied van de FWT kleiner is dan het district Twente e.o. waren sommige onderstreepte soorten wel al bekend bij andere instanties.
Grote engelwortel (Angelica archangelica). De groeiplaats wordt mogelijk bedreigd door de aanleg van de zuidelijke bandweg in Enschede. (FWT, 1988) (Opg. Stolwijk)
Grote kroosvaren (Azolla filiculoides). Waarschijnlijk al voor 1988 (FWT 1988) in het Almelo-Nordhornkanaal in Almelo gevonden. Inmiddels heeft uitbreiding plaatsgevonden: een vondst in Losser (de bleek) en een vondst in een piepklein tuinvijvertje in Oldenzaal. Wordt de soort wellicht via plantmateriaal van kwekerijen of door vissers verspreid? (Opg. Poot, Bielen, Stolwijk)
Stijf struisriet (Calamagrostis stricta). De soort komt, evenals de Noordse zegge (Carex aquatilis), voor in een natuurreservaat aan de Reest; niet echt nieuw dus. (Opg. Paasman)
Slangenwortel (Calla palustris). Nieuw voor Twente. Sinds enige jaren bij het Hondeven. (Opg. Poot e.a.)
Verspreidbladig goudveil (Chrysosplenium alternifolium) en Paarbladig goudveil (Chrysosplenium oppositifolium). Op een plek bij Ootmarsum groeien beide soorten naast elkaar; dat is van slechts een andere plaats in Twente bekend. (Opg. Bielen, Stolwijk)
Draadgentiaan (Cicendia filiformis). Met o.a. Dwergvlas (Radiola linoides) en Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia) op een plagplaats in een natuurreservaat. (Opg. Eysink)
Moerassmele (Deschampsia setacea). Buurserzand; een kleine populatie. (Opg. Weeda)
Gebogen driehoeksvaren (Gymnocarpium dryopteris). Op 2 plaatsen op de Lonnekerberg; op een plek samen met Smalle beukvaren (Phegopteris connectilis). Deze vindplaatsen blijken al langer bij de K.N.N.V. Hengelo bekend te zijn. (Opg. Kers, Spee)
Grijze mosterd (Hirschfeldia incana). Eerder 'Pluimraket' (FWT 1988) geheten. Breidt zich bijzonder snel uit in Enschede, Hengelo en Almelo, maar ook elders (spoorlijn Oldenzaal-De Poppe). Makkelijk te verwisselen met Zwarte mosterd (Brassica nigra). (Opg. Spee, Zijlstra)
Fraai hertshooi (Hypericum pulchrum). Reeds in 1988 tussen Enschede en Glanerbrug door Jo Schunselaar ontdekt. De vroegere vindplaats in Egheria kon dit jaar niet teruggevonden worden. (Opg. Schunselaar)
Gevlekte dovenetel (Lamium maculatum). Twee vondsten betreffen de gekweekte vorm; een vondst echter, die reeds jaren van een plaats in Enschede bekend is, is o.i. de wilde vorm. (Opg. Spee)
Zomerklokje (Leucojum aestivum). Verwilderd. (Opg. Stolwijk)
Lenteklokje (Leucojum vernum). Reeds sinds vele jaren verwilderd aan de Knalhütteweg in Enschede. (Opg. Stolwijk)
Slijkgroen (Limosella aquatica). In weerwil van mijn verwachting (FWT 1988) heeft deze bijzondere soort zich gehandhaafd. (Opg. Zijlstra, Stolwijk)
Struisvaren (Matteuccia struthiopteris). Deze varen blijkt makkelijk te verwilderen. De melding van Stippelvaren (Oreopteris limbosperma) in het vorige jaarverslag (FWT 1988) is onjuist en heeft betrekking op deze soort. (Opg. Spee) (Zie verderop bij Stippelvaren.)
Hertsmunt (Mentha longifolia). Nieuw voor Twente. Aan de spoorlijn Oldenzaal-De Poppe, vanaf schouwpad tot in het talud. De soort komt voornamelijk in het rivierengebied voor, tussen stenen beschoeiingen, vooral in het getijdengebied. (Opg. Zijlstra, Stolwijk)
Kleine teunisbloem (Oenothera parviflora). Niet echt nieuw, want al geruime tijd van station Mariënberg bekend. (Opg. Zijlstra, Stolwijk)
Stippelvaren (Oreopteris limbosperma) (FWT 1988). Door Piet Bremer is deze varen op twee plaatsen in Boerskotten vastgesteld, zodat deze soort toch weer in Twente aanwezig is. (Opg. Bremer)
Zanddoddegras (Phleum arenarium). Spoorwegemplacement Wierden; niet genoemd door Koster (1984). (Opg. Stolwijk)
Voorjaarsganzerik (Potentilla verna). Aan de Overijsselse Vecht; daar al langer bekend. Recente vindplaatsen aan de Dinkel zijn niet bekend. (Opg. Zijlstra, Stolwijk)
Gevleugeld helmkruid (Scrophularia umbrosa). Aan de Dinkel bij Kraesgenberg. Vroeger een vindplaats ten zuiden van Losser aan de Dinkel. (Opg. Bielen)
Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum). Op de oude vindplaats (FWT 1981) in Enschede teruggevonden. (Opg. Zijlstra)
FWT (1988). Jaarverslag.
Koster, A. (1984). Verspreiding en betekenis van de Nederlandse spoorwegflora. Notitie 4.