| Nieuwsbrief FLORON-FWT 1 | februari 1990 |
P.F. Stolwijk
Report of three field meetings of the Flora Workgroup Twente at the Rhine in 1989 in the surroundings of Babberich, Pannerdense Kop en Tolkamer (eastern part of prov. of Gelderland, the Netherlands). Special attention is given to the typical species of the fluviatile district.
De excursie van 9 september was bestemd voor deelnemers uit de FLORON-districten 7 (Twente) en 8 (Achterhoek). Door een misverstand waren er geen deelnemers uit het FLORON-district Achterhoek.
Met 5 deelnemers togen we 's ochtends naar Babberich. Hoewel het al laat in het seizoen was, en vele planten, mede door de droge en warme zomer, al vroeg waren uitgebloeid, viel er nog veel te beleven. Een keus uit de uit 'Twents' oogpunt bijzondere soorten.
Langs de spoorlijn troffen we Handjesgras (Cynodon dactylon), Akkerklokje (Campanula rapunculoides), Schaafstro (Equisetum hyemale), Spiesleeuwenbek (Kickxia elatine), Plat beemdgras (Poa compressa) en aan de Kwartiersedijk in een maisveld het adventieve gras Kale gierst (Panicum dichotomiflorum), een oppervlak van minstens 100 m2 beslaande. Verder aan deze dijk en aan een landwegje vielen op Rood guichelheil ((Anagallis arvensis subsp. arvensis), Kromhals (Anchusa arvensis), Torenkruid (Arabis glabra), Hokjespeul (Astragalus glycyphyllos), Rapunzelklokje (Campanula rapunculus), Esdoornganzenvoet (Chenopodium hybridum), Echte kruisdistel (Eryngium campestre), Cipreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias), Heksenmelk (Euphorbia esula), Geel walstro ((Galium verum), Vijfdelig kaasjeskruid (Malva alcea), Akkerleeuwenbek (Misopates orontium), Echt bitterkruid (Picris hieracioides), Viltganzerik (Potentilla argentea), Noorse ganzerik (Potentilla norvegica), Heelblaadjes (Pulicaria vulgaris), Fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis), Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus), Duifkruid (Scabiosa columbaria), Akkerandoorn (Stachys arvensis), Akkerereprijs (Veronica agrestis).
Na de lunch werden de Rijnoever en de oever van de Bijland bij Tolkamer bezocht. Het 'zeer zandig dijkje te Tolkamer' (Westhoff & al. 1971) was al gemaaid; toch waren nog te zien: Grote centaurie (Centaurea scabiosa), Geoorde zuring (Rumex thyrsiflorus) en Kleine ruit (Thalictrum minus).
Voor het overige had de lage waterstand in combinatie met de warme zomer voor veel fraais gezorgd; daarom hebben we, in wisselende samenstelling, de 3 zaterdagen daarop dezelfde contreien bezocht: Spijk-Tolkamer, Pannerdense veer en Pannerdense Kop.
De volgende soorten waren dit jaar aan de oevers prachtig en vaak massaal ontwikkeld: Slijkgroen (Limosella aquatica), overal aan de Rijn aan te treffen, maar wel bijzonder massaal aan de Bijland en Bruin cypergras (Cyperus fuscus), vooral Bijland, maar ook hier en daar aan de Rijn. Verder Liggende ganzerik (Potentilla supina), Klein vlooienkruid (Pulicaria vulgaris), mooi in bloei, Zwanenbloem (Butomus umbellatus), Naaldwaterbies (Eleocharis acicularis) en Gewone waterbies (Eleocharis palustris), Moerasandijvie ((Tephroseris palustris [syn. Senecio congestus]), Rode waterereprijs (Veronica catenata), Slanke waterweegbree (Alisma lanceolatum) en Gewone waterweegbree (Alisma plantago-aquatica), Watergentiaan (Nymphoides peltata). Middelst helmkruid ((Scrophularia umbrosa) troffen we enige keren niet-bloeiend aan de Rijn.
Behalve de Zeegroene ganzenvoet (Chenopodium glaucum), Rode ganzenvoet ((Chenopodium rubrum) en Stippelganzenvoet (Chenopodium ficifolium) vonden we een heel sierlijke soort, het Druifkruid (Chenopodium botrys) (1) . Later werd dezelfde soort ook aangetroffen bij Pannerdense kop, onder Emmerich in Duitsland en bij Nijmegen. Bekend is dat deze soort op een aantal spoorwegemplacementen in Nederland is ingeburgerd. (Koster 1985).
Op de kribben bleken vaak adventieve soorten tot ontwikkeling te zijn gekomen: Vlinderstruik (Buddleja davidii), Tomaat (Solanum lycopersicum), met rijpe vruchten, Wonderboom (Ricinus communis), Zonnebloem (Helianthus annuus), Late stekelnoot (Xanthium strumarium).
Aan de vluchthaven in Tolkamer stuitten we op een Ambrosia, mogelijk A. trifida; maar de plant was 2,50 meter hoog, terwijl in de
Europese flora's een maximum van 100 cm. wordt opgegeven. (2)
Daar ook veel Kleine leeuwenbek (Chaenorrhinum minus) en Kaal breukkruid (Herniaria glabra).
Mogelijk ingeburgerd is Groene amarant (Amaranthus hybridus), die hier samen met andere amaranten als Papegaaienkruid (Amaranthus retroflexus) en Kleine majer (Amaranthus blitum) was te vinden.
De Nerfamarant (Amaranthus blitoides) was, vaak in gezelschap van de veel erop gelijkende Kleine majer, alleen bij Pannerdense Kop te zien.
Een verrassing hier was Physalis peruviana, een soort die bij mijn weten geen Nederlandse naam (3) heeft.
Ook stond hier veel Doornappel (Datura stramonium), vaak samen met zijn verwanten Beklierde nachtschade (Solanum nigrum subsp. schultesii) en Glansbesnachtschade (Solanum physalifolium [syn. S. nitidibaccatum]). Naar deze laatste hadden we eerder al uitgekeken op het traject Tolkamer-Spijk; lange tijd tevergeefs, maar op het uiteinde van de allerlaatste krib op Nederlands grondgebied bleek hij dan toch te staan.
Op de hogere oeverwallen: Echte kruisdistel (Eryngium campestre), Engelse alant (Inula brittanica), Oostenrijkse kers (Rorippa austriaca), Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum), deze slechts eenmaal.
Op en aan dijken: Wilde cichorei (Cichorium intybus), Geel walstro (Galium verum), Wilde marjolein (Origanum vulgare), bij Pannerdense Kop (aan de Kwartiersedijk hadden we die niet kunnen terugvinden), Cipreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias), Sikkelklaver (Medicago falcata [syn. M. sativa subsp. falcata]) en Bonte luzerne (Medicago x varia [syn. M. sativa subsp. x varia]), Echt bitterkruid (Picris hieracioides), Beemdkroon (Knautia arvensis), Kattendoorn (Ononis repens subsp. spinosa), Viltig kruiskruid (Senecio erucifolius) en Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea), Knikkende distel (Carduus nutans), Pastinaak (Pastinaca sativa), Kleine pimpernel (Sanguisorba minor), Ruige weegbree ((Plantago media), Mierik (Armoracia rusticana), Handjesgras (Cynodon dactylon), Grote zandkool (Diplotaxis tenuifolia); aan een wegrand Stomp kweldergras (Puccinellia distans subsp. distans).
Nog een greep: Rode ogentroost [syn. Late ogentroost] (Odontites vernus subsp. serotinus), Hopwarkruid (Cuscuta lupuliformis) en Groot warkruid (Cuscuta europaea), Wilde reseda (Reseda lutea), Wouw (Reseda luteola), Wede (Isatis tinctoria), Bosrank (Clematis vitalba), Poelruit (Thalictrum flavum), Bieslook (Allium schoenoprasum), Rood guichelheil (Anagallis arvensis subsp. arvensis), Plat beemdgras (Poa compressa), Zomerfijnstraal [syn. Madelieffijnstraal] (Erigeron annuus [syn. Phalacroloma annuum]), Fluweelblad (Abutilon theophrasti), Schijnraket (Erucastrum gallicum), Goudzuring (Rumex maritimus), Moeraszuring (Rumex palustris), Heggenrank (Bryonia dioica [syn. B. cretica subsp. dioica]), Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera), Smal vlieszaad (Corispermum intermedium [syn. C. leptopterum]), Kleine varkenskers (Coronopus didymus), Kompassla (Lactuca serriola), Goudgele honingklaver (Melilotus altissimus), een niet nader te determineren Cyperus-soort (Cyperus spec.) (4), Grote klit (Arctium lappa), Platte rus (Juncus compressus).
2 De determinatie is later bevestigd door Wout Holverda (Rijksherbarium, Leiden).
3 Bij Albert Heijn zag ik later een vrucht te koop liggen, duidelijk een Physalis-soort, met de naam 'Goudbes'; als dit Physalis peruviana is, waarvan de Flora Neerlandica vermeldt dat de bes eetbaar is, dan is een Nederlandse naam nu gevonden.
4 De soort is later als Cyperus glomeratus gedetermineerd. Zie Stolwijk (1991)
Stolwijk, P.F. (1991). Liggende ganzenvoet (Chenopodium pumilio). Nieuwsbrief FLORON-FWT 3.
Stolwijk, P.F. (1991). Cyperus glomeratus L., nieuw voor Nederland. Nieuwsbrief FLORON-FWT 5.
Westhoff, V., P.A. Bakker & al. (1971). Wilde Planten. Deel 2: 251.