| Nieuwsbrief FLORON-FWT 3 | januari 1991 |
P.F. Stolwijk
Several finds of Clammy Goosefoot (Chenopodium pumilio) on the banks of the Rhine (in the prov. of Gelderland, the Netherlands) are reported. Originally, the plants were taken for Sticky Goosefoot (Chenopodium botrys). The differences between these taxa are pointed out. Mention is made too of Slender mugwort (Artemisia biennis), a probably naturalized species.
In het verslag (Stolwijk 1990) van de excursies naar de Rijn in 1989 schreef ik:
"Behalve Zeegroene ganzenvoet (Chenopodium glaucum), Rode ganzenvoet (Chenopodium rubrum) en
Stippelganzenvoet (Chenopodium ficifolium) vonden we een heel sierlijke soort, Druifkruid (Chenopodium botrys).
Later werd dezelfde soort ook aangetroffen bij Pannerdense kop, onder Emmerich in Duitsland en bij Nijmegen. Bekend is dat deze soort op een
aantal spoorwegemplacementen in Nederland is ingeburgerd." (Stolwijk 1990)
De determinatie van Druifkruid geschiedde destijds aan de hand van de 19e druk van de Flora van Nederland; de 20e
druk vermeldde deze soort niet meer. De determinatie werd naderhand ook door het Rijksherbarium bevestigd.
Bij het verschijnen van de 21e druk trok de beschrijving van de nieuw opgenomen soorten Druifkruid en Liggende
ganzenvoet onze aandacht. Al gauw werd duidelijk dat we vorig jaar niet Druifkruid hadden gevonden, maar Liggende ganzenvoet.
Het verschil tussen beide soorten staat summier, maar duidelijk, in de Flora.
Dat konden we constateren toen we op 15 september dit jaar weer de Rijn bezochten, ditmaal de zuidoever. Liggende ganzenvoet vonden we
moeiteloos op diverse plaatsen bij Millingen. Echter, tot onze grote verrassing vonden we op één plaats een exemplaar van Druifkruid,
vlakbij een groeiplaats van de Liggende ganzenvoet. Terwijl Liggende ganzenvoet liggend-opstijgende stengels heeft en
bloemkluwens in de bladoksels, staan de stengels van Druifkruid rechtop en lijken de bloemkluwens gesteeld als miniatuur
druiventrosjes.
Liggende ganzenvoet wordt al enige jaren aan de Rijn, vooral bij Millingen, gevonden (Van de Steeg 1986).
Het aantal vindplaatsen en de bestendigheid van het voorkomen geven de soort, menen wij, er recht op om tot de Nederlandse flora gerekend te
worden.
Mogelijk moet dit ook gelden voor een andere soort die we bij deze excursie aantroffen, nl. Rechte alsem (Artemisia biennis).
Deze plant groeide veel in de grasmat langs een binnendijks water ten westen van Millingen en maakte op ons de indruk in die vegetatie thuis te
horen. Ook de Flora geeft aan dat inburgering langs de grote rivieren waarschijnlijk is.
Stolwijk, P.F. (1990). Excursies naar de Rijn. Nieuwsbrief FLORON-FWT 1.