Nieuwsbrief FLORON-FWT 3 januari 1991


De zomer van 1990

O.G. Zijlstra


Abstract

The consequences of the exceptionally dry and hot summer of 1990 are described, in particular with regard to vegetations of the Littorellion uniflorae and the Nanocyperion flavescentis.



Dankzij het uitzonderlijk droge en warme weer van de afgelopen zomer waren veel sloten, vennen en plassen (gedeeltelijk) drooggevallen.
Stikstofrijke en vervuilde bodems, - waar er genoeg van zijn -, werden al snel ingenomen door algemene planten als Moeraskers (Rorippa palustris), Duizendknopen (Persicaria spec. [syn. Polygonum spec.]) en Veerdelig tandzaad (Bidens tripartita); in de meeste (sterk verzuurde) vennen kon de Knolrus (Juncus bulbosus) zich nog verder uitbreiden.

Echter ook minder algemene tot zeldzame vegetaties kregen een kans. Zo hebben kenmerkende soorten van het zeldzaam geworden Oeverkruid-verbond (Littorellion uniflorae) zich in de weinig overgebleven sloten, vennen en plassen in Twente met min of meer voedselarm water, in de meeste gevallen weten uit te breiden op drooggevallen plekken, met name Vlottende bies (Eleogiton fluitans [syn. Scirpus fluitans]), Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum) en Moerashertshooi (Hypericum elodes). Van deze soorten zijn bovendien verschillende nieuwe vindplaatsen ontdekt, o.a. een eerder dat jaar geschoonde en daarna drooggevallen spoorsloot tussen Enschede en Hengelo, waar Ondergedoken moerasscherm en Moerashertshooi voorkomen samen met Schildereprijs (Veronica scutellata), Stijve moerasweegbree (Echinodorus ranunculoides) en Waterpostelein (Lythrum portula).

Een andere interessante vegetatie heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld op de bodem van een vijver aan het Steenriet in Enschede-West. De vijver is gegraven in 1987 en heeft een sterk lemige bodem. In de nazomer van 1988 was ze drooggevallen en werd er Slijkgroen (Limosella aquatica) ontdekt. Dit nietige plantje komt praktisch alleen voor op slikkige plaatsen langs de grote rivieren en de vondst in Twente was dan ook een grote verrassing. Opmerkelijk is ook dat deze onbestendige soort zich tot dusverre heeft weten te handhaven en deze zomer gezelschap kreeg van nog twee bijzonderheden: het in Twente zeldzame gras Rosse vossenstaart (Alopecurus aequalis), dat eveneens in hoofdzaak in het rivierengebied voorkomt, en de Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia), een soort die nog heel af en toe opduikt in zand- en leemafgravingen en goed beheerde natuurreservaten in heidestreken. Ze is een kensoort van een zeer zeldzaam geworden associatie binnen het Dwergbiezenverbond (Nanocyperion flavescentis), namelijk de Draadgentiaan-associatie (Cicendietum filiformis). In het midden van de jaren '60 is in een afgraving aan de Hendrik ter Kuilestraat, - nog geen 2 km ten zuiden van de vijver -, een grotendeels identieke vegetatie ontdekt en beschreven (Weeda 1970). Toen echter geen Slijkgroen, maar wel Draadgentiaan (Cicendia filiformis)! Wie weet, komt dit fijnproevertje in de toekomst ook nog tevoorschijn (1). Door middel van een permanent proefvlak, dat dit jaar is uitgezet, zal bekeken worden hoe deze bijzondere vegetatie zich de komende jaren verder gaat ontwikkelen.
Van Slijkgroen is overigens dit jaar in Twente een nieuwe groeiplaats ontdekt. Samen met o.a. Bleekgele droogbloem (Gnaphalium luteo-album) is ze gevonden op de bodem van een drooggevallen plas.

Heel bijzonder tenslotte was een vondst van Waterlepeltje (Ludwigia palustris) op een drooggevallen oever van een plas op een landgoed bij Hengelo.
"In het begin van deze eeuw kwam de soort in sommige streken in het zuidoosten des lands nog vrij veel voor. Omstreeks 1950 verdwenen de laatste vindplaatsen in Twente en de omgeving van Eindhoven; sindsdien is Waterlepeltje nog slechts bekend van een vindplaats bij Deventer." (Weeda 1980)
Na een vondst bij Nuenen in 1983 (Bronkhorst & Spronk 1983) is ze dit jaar op 3 (!) nieuwe plekken aangetroffen: naast de groeiplaats bij Hengelo, ook nog in de omgeving van Barneveld en bij Sevenum.

Wel moeten we bedenken dat bijna al deze soorten na een of enkele jaren weer verdwenen zijn, tenzij beheersmaatregelen als afplaggen, opschonen e.d. worden toegepast. Maar een droge zomer op zijn tijd is ook mooi meegenomen!


1 Draadgentiaan is in 1995 niet ver hiervandaan aangetroffen, samen met o.a. Wijdbloeiende rus. Zie Horsthuis, M.A.P. (1997). Nieuwsbrief FLORON-FWT 16.
Literatuur
Rensen-Bronkhorst, R. & J. Spronk (1983). Ludwigia palustris (L.) Elliot weer in Noord- Brabant gevonden. Gorteria 11: 262-263.

Weeda, E.J. (1970). Over het Nanocyperion in Twente. Gorteria 5: 46-48.

Weeda, E.J. (1980). In: Mennema, J.J., & al. Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 1: 146. Uitgestorven en zeer zeldzame planten.