Nieuwsbrief FLORON-FWT 4 maart 1991


Boekbespreking

J.W. Bielen

H. Lenski. Farn- und Blütenpflanzen des Landkreises Grafschaft Bentheim, Verlag Heimatverein der Grafschaft Bentheim E.V., Bad Bentheim, 1990. 226 pag., 20 x 30 cm, DM 18,00.
Te verkrijgen via boekhandels in Gildehaus, Bentheim, enz.


Abstract

Book Review.
A comparison is made of the flora of county Bentheim (Germany) and that of adjacent Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands).



Deze voor Twentse floristen uitermate interessante verspreidingsatlas is een, zeker gezien de prijs, fraaie uitgave gebonden in een harde kaft. Dit boek, een aanrader voor de liefhebbers, maakt het mogelijk in navolging van Luiken (1957) een vergelijking te maken tussen de flora van het Bentheimerland en Twente.

Tot voor kort bestond er nog in het geheel geen samenvattend overzicht van de flora van het Graafschap Bentheim. Pas in 1987 verscheen de "Atlas der Gefährdeten Gefäßpflanzen in Niedersachsen und Bremen". In deze voorlopige uitgave, gebaseerd op inventarisaties in de jaren 1982 - 1986, is dus alleen een aantal van de zeldzamere plantensoorten in het Bentheimse te vinden. In 1988 verscheen de schitterend uitgevoerde "Atlas der Farn- und Blütenpflanzen der BRD", waarin ook gegevens over het graafschap te vinden zijn. De schaal waarop werd gewerkt, is evenwel nogal groot. Een atlasblok wordt gevormd door een gehele "Topographische Karte 1 : 25.000" (TK 25) en meet daardoor 11 bij 11 km.

Voor de nu verschenen atlas van het graafschap werd de TK 25 eerst verdeeld in vier gelijke "Quadranten", vervolgens elk Quadrant weer in vier gelijke "Viertelquadranten" (VQ's) van ongeveer 2,8 km bij 2,8 km. Het graafschap werd op deze wijze in 162 VQ's verdeeld.

Het veldwerk is verricht in de jaren 1986 - 1990, waarbij werd uitgegaan van de door de auteur in tientallen jaren onderzoek verkregen kennis van de flora in het betrokken gebied. Het Graafschap Bentheim omvat globaal het gebied dat omgrensd wordt door, in het westen en noorden de grens met Nederland, in het zuiden een lijn vanaf het drielandenpunt bij Overdinkel bijna recht naar het oosten tot iets voorbij de Vecht, in het oosten een lijn vrijwel vanaf de zuidoost punt van Drenthe tot het eindpunt van de zuidelijke grenslijn. Deze zuidelijke grenslijn is tevens de grens tussen Nedersaksen en Westfalen.

De kern van het boek wordt gevormd door de 736 verspreidingskaartjes. De 44 kaartjes van bramensoorten werden bewerkt door een specialist op dit gebied. Van de 194 soorten die in meer dan 75% van de VQ's voorkomen, wordt geen kaartje gegeven. Zij worden wel alle vermeld en kort besproken. Alleen van nu uitgestorven planten werden gegevens verzameld uit de schaarse oudere literatuur en het herbarium van een enkele onderzoeker. Van de andere soorten is de voor- of achteruitgang daarom niet met deze atlas te bepalen.

Bij een eerste bestudering van de plantenkaartjes lijken er weinig soorten te zijn gemist. Dat is geen geringe prestatie, zeker wanneer je in aanmerking neemt dat grotendeels sprake is van slechts één onderzoeker. Deze vermeldt dat elk VQ minstens eenmaal door hem is bezocht. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij slechts een bezoek aan een terrein 20 tot 40 % van de op dat moment aanwezige soorten wordt gemist (Baas 1987). Het zal dus niet verbazen dat Twentse floristen wel enige aanvullingen op de plantenkaartjes zullen kunnen geven. De al jaren bij ons bekende groeiplaats van Reuzenpaardestaart (Equisetum telmateia) westelijk van de weg Bentheim-Nordhorn wordt bijvoorbeeld niet vermeld. Het boek geeft wel te weinig opgaven van soorten uit stedelijke gebied en ruderale terreinen. De auteur vermeldt dat trouwens zelf in de inleiding. Het is goed om dat te weten, anders wekken sommige kaartjes enige verbazing. Hongaarse raket (Sisymbrium altissimum) bijvoorbeeld wordt maar uit twee VQ's gemeld, terwijl deze soort in Twente in een jaar in 28 km-hokken werd aangetroffen. Slechts in 11 VQ's is Kleine veldkers (Cardamine hirsuta) aangetroffen; dat is gezien de situatie aan deze kant van de grens, veel te weinig.

De Twentse florist zal ook ontdekken dat direct over de grens meer te beleven valt dan hij misschien wel dacht. Mij verraste bijvoorbeeld het voorkomen van Heggenvogelmuur (Stellaria neglecta) en Bosmuur (Stellaria nemorum). Zij werden in hetzelfde VQ aangetroffen. In Zuid-Limburg komen deze twee zeldzame planten ook tezamen in een zelfde vegetatie voor (Weeda 1985). Het is wel te betreuren dat bij dit soort vondsten de auteur in zijn korte beschrijving bij elk taxon niet heeft vermeld hoe lang ongeveer de vindplaats reeds bekend is. De vraag blijft dus of het slechts een incident betreft of dat er sprake is van een meer permanente aanwezigheid.

In de inleidende hoofdstukken komen nog aan bod de verschillende natuurlijke landschapselementen en hun ontstaan in pleistoceen en holoceen, en de invloed van de mens op het landschap. Ook is een aantal hoofdstukken gewijd aan de soorten van de Rode Lijst van Nedersaksen en hun verspreiding en voorkomen in het Graafschap Bentheim. Speciaal voor deze streek maakte de auteur een uitbreiding van de genoemde Rode Lijst.

De serie fraaie en meestal duidelijke kleurenfoto's op formaat 7 bij 8 cm van 48 zeldzame plantensoorten mag niet onvermeld blijven.

Natuurlijk stuiten we in zo'n buitenlandse uitgave snel op problemen rond naamgeving en taxonomie. In Middeneuropa worden, mede in verband met de karteringsprojecten, moeilijke soorten nogal eens bijeengevoegd tot aggregaten (Ehrendorfer 1973). Zo worden alle in Heukels' Flora besproken Alchemilla-soorten, behalve Fraaie vrouwenmantel (Alchemilla mollis), door Lenski in het aggregaat Alchemilla vulgaris geplaatst. Voor een aantal taxa waarvan de naam niet in de nieuwste Heukels' voorkomt, geef ik hieronder (onder voorbehoud) een toelichting.

naam bij Lenski commentaar
Hieracium sylvaticum (L.) L. Hieracium murorum auct.
Pulmonaria obscura Dum. niet inheems in Nederland
Symphytum asperum Lepech niet in Heukels'
Potentilla * mixta Nolte niet in Heukels'; kruising tussen Potentilla reptans en Potentilla anglica
Claytonia alsinoides Sims Claytonia sibirica L. (Munz 1968)
Betula carpatica W.&K. in Heukels' bij Betula pubescens ondergebracht
Valeriana procurrens Wallr. (in Heukels') Valeriana officinalis L.; onder deze naam treedt in Midden-Europa blijkbaar een ander taxon op.
Dactylorhiza sphagnicola Höppn.; kwam vroeger bij Brunssum in Nederland voor (Kreutz 1987). door Heukels' niet erkend? valt dan onder Dactylorhiza majalis s.l.

Literatuur
Baas, T.A. & al. (1987). Wilde planten in Noord-Holland. p. 17.

Ehrendorfer, F. (1973). Liste der Gefäßpflanzen Mitteleuropas.

Kreutz, C.A.J. (1987). De verspreiding van de inheemse orchideeën in Nederland.

Luiken, R. & al. (1957). Drie Flora's. De Levende Natuur 60: 9 p. 189-202.

Munz, P.A. (1968). A Californian flora. p.304.

Weeda, E.J. & al. (1985). Nederlandse Oecologische Flora. Deel 1,2,3.