| Nieuwsbrief FLORON-FWT 5 | oktober 1991 |
P.F. Stolwijk
New records of interesting species found in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) in 1990, among them first records for Twente of Kidney Vetch (Anthyllis vulneraria), Sea Aster (Aster tripolium), Thunberg's Brome (Bromus japonicus), Sea Club-rush (Bolboschoenus maritimus [syn. Scirpus maritimus]), Blunt-fruited Water-starwort (Callitriche obtusangula), Small Teasel (Dipsacus pilosus), White Ramping-fumitory (Fumaria capreolata), Hedgerow Crane's-bill (Geranium pyrenaicum), Woad (Isatis tinctoria), Sickle Medic (Medicago falcata [syn. M. sativa subsp. falcata]), Yellow Figwort (Scrophularia vernalis), Crown Vetch (Securigera varia [syn. Coronilla varia]), American Speedwell (Veronica peregrina) and a rare casual: Scarce Fiddleneck (Amsinckia lycopsoides).
Fluweelblad (Abutilon theophrasti): Losser (264-480). In bietenakker. De soort lijkt in Nederland in dit biotoop in te burgeren, tot nog toe vooral in het zuiden, maar breidt zich uit in noordelijke richting. Eerder door de FWT (adventief) aangetroffen in het havengebied van Enschede. Ook adventief bekend van Vriezenveen e.o. Kaartjes in Gorteria 11: 53 en Gorteria 13: 42.
Groene amarant (Amaranthus hybridus): Enschede (255-471); Almelo (239-487); Delden (244-474). Deze soort is pas sinds kort voldoende ingeburgerd om tot de Nederlandse flora gerekend te kunnen worden. Of de Twentse vondsten allemaal ingeburgerde voorkomens zijn, staat niet vast. Eerder door de FWT gevonden in Enschede (255-471) in 1987.
Amsinckia lycopsoides: Oldenzaal (257-479). Op open, droog zand aan de spoorbaan Oldenzaal-Hengelo. Adventief. Aanvoer met fazantenvoer wordt soms als mogelijke oorzaak voor het optreden geopperd. Het verschil met de ingeburgerde Amsinckia (Amsinckia menziesii) is vooral te vinden in de plaats waar de meeldraden op de bloemkroon staan ingeplant: bij A. lycopsoides onder het midden van de kroonbuis, bij A. menziesii in de keel van de kroonbuis. De determinatie is door het Rijksherbarium gecontroleerd.
Wondklaver (Anthyllis vulneraria): Wierden, stationsemplacement (236-486); Hengelo, aanleg A1 (253-477; 253-478). De soort is nieuw voor Twente. De soort is thuis in de duinen en in krijtgraslanden in Zuid-Limburg. Daarnaast heeft ze zich op verscheidene spoorwegemplacementen gevestigd. Op het emplacement Wierden wordt de soort vergezeld door Zanddoddengras (Phleum arenarium) en IJzerhard (Verbena officinalis).
Zulte (Aster tripolium): Oldenzaal (259-479). Eerste vondst in Twente na 1950. Aan de A1 in aanleg, op een kleihoop. Deze soort komt oorspronkelijk aan de kust voor. Sinds jaren echter ook aan de grote rivieren en een enkele maal aan gepekelde wegen.
Grote kroosvaren (Azolla filiculoides): Nijverdal (228-486; 228-487; 228-489); Weerselo (235-481); Enschede (254-473). Na de eerste vondst in Twente in 1988 (Spee 1988) blijft deze soort zich uitbreiden, maar lijkt nergens standvastig.
Heen (Bolboschoenus maritimus [syn. Scirpus maritimus]): Markelo (233-470). Baggerstort Twentekanaal. Eerste vondst in Twente van een soort die in Noord- en West-Nederland en langs de grote rivieren algemeen is. Overigens is mij slechts een geïsoleerd voorkomen bekend aan de Berkel bij Neede (239-458).
Gelobde maanvaren (Botrychium lunaria): berm Kanaal Almelo-Nordhorn (263-489). Eerste vondst FWT op aanwijzing van de werkgroep Flora en Fauna Denekamp. Deze soort die altijd al zeldzaam was in Twente, is in het verleden op verscheidene plaatsen langs dit kanaal aangetroffen.
Japanse dravik (Bromus japonicus). Oldenzaal (259-481). Determinatie door het Rijksherbarium. Eerste vondst in Twente.
Slangenwortel (Calla palustris): Engbertsdijksvenen (242-496). De tweede vondst in Twente na 1950 (eerste vondst Hondeven, 147-491, 1989). Voor 1950 is de Slangenwortel uit dit gebied wel bekend.
Stomphoekig sterrenkroos (Callitriche obtusangula): Markelo, Herikervlier (231-483; 232-482; 234-470; 234-481; 235-471; 235-481). Eerste vondst in Twente. De soort is vooral van het kustgebied bekend. Vermoedelijk echter is zij al geruime tijd ook op vele andere plaatsen in het land te vinden, maar zal veel over het hoofd worden gezien. (Zijlstra 1991b).
Voorjaarszegge (Carex caryophyllea): Losser (266-476). Tweede recente vindplaats; zandig walletje niet ver van de Dinkel. De vroeger bij de FWT bekende vindplaats bij Kraesgenberg is verloren gegaan. Zie ook onder Kattendoorn.
Riempjes (Corrigiola littoralis): Almelo (240-486). Moeizaam bestaan op spoorwegemplacementen. De soort kan na jaren van schijnbare afwezigheid plotseling weer opduiken. Ook bekend van spoorweglocaties in Borne, Enschede en Haaksbergen.
Kleine zandkool (Diplotaxis muralis): Boekelo (251-469); Haaksbergen, station (247-464). Tweede en derde vindplaats in Twente (eerste vondst Enschede 256-471, 1988). De soort, die in het westen niet zeldzaam is, (spoorwegen, braakland, duinen) is in het oosten zeldzaam.
Kleine kaardenbol (Dipsacus pilosus): Losser (265-474). Eerste vondst in Twente. De groeiplaats in een ruigte aan de Dinkel bij Losser doet zeer natuurlijk aan; mogelijk uitbreiding uit Duitse populaties. In Nederland (bijna) alleen in Zuid-Limburg, bijvoorbeeld aan de Geul. Vroeger in het Fluviatiel district aangetroffen.
Duinreigersbek (Erodium cicutarium subsp. dunense): Boekelo, emplacement (251-469). Deze ondersoort komt voornamelijk in de duinen voor, maar wordt met name op spoorwegemplacementen ook wel binnenslands gevonden.
Schijnraket (Erucastrum gallicum): Glanerbrug (263-471). Ruderaal. In Twente af en toe. De soort is vrij algemeen in het Fluviatiel district, daarbuiten (zeer) zeldzaam.
Rankende duivenkervel (Fumaria capreolata): Oldenzaal (260-481). Eerste vondst in Twente. Zie Nieuwsbrief FLORON-FWT 5.
Bermooievaarsbek (Geranium pyrenaicum): Oldenzaal (260-482). Eerste vondst Twente. In perkje. Deze soort, die vooral is aan te treffen aan dijken en in bermen in het zuiden en westen van het land, is nog steeds bezig zijn areaal uit te breiden. Zie ook Gorteria 16: 134: "Oldenzaal, massaal in plantsoen, 28.48 (J.Oosterloo)."
Fraai hertshooi (Hypericum pulchrum): Lonnekerberg, verscheidene vindplaatsen (258-477; 259-476; 259-477); Oldenzaal (263-485). Na de vondst bij Glanerbrug (262-471, 1989), nu ook (of opnieuw?) Lonnekerberg. Voorts is de soort na jaren afwezigheid op enige plaatsen teruggevonden bij Oldenzaal, zij het niet op de ons van vroeger bekende plaats. Het is een zoomplant, die bij dichtgroeien van de groeiplaats niet kan gedijen.
Wede (Isatis tinctoria): Markelo (234-470). Eerste vondst in Twente. Ruigte aan het Twentekanaal. De soort wordt in Nederland voornamelijk aan de Waal aangetroffen op open, eventueel stenige plaatsen. Niets wijst er op dat het voorkomen aan het Twentekanaal niet spontaan is.
Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia): Enschede, poeltje Steenriet (254-473). Met o.a. Slijkgroen (Limosella aquatica) en Rosse vossenstaart (Alopecurus aequalis). Zie Zijlstra (1991a).
Slijkgroen (Limosella aquatica): Enschede, waterwingebied (257-473; 257-474). Massaal op drooggevallen oever. Tweede vondst na de vondst in Enschede, Steenriet (254-473, 1988), waar de soort goed stand houdt. Zie Zijlstra (1991a).
Geelhartje (Linum catharticum): bij Enschede (256-478). Eerste vondst FWT. Deze soort heeft in Twente zware klappen gehad en is zeer zeldzaam geworden.
Waterlobelia (Lobelia dortmanna): Beuningen (268-488). Een nieuwe vestiging in een natuurreservaat. Nieuw voor de FWT.
Waterlepeltje (Ludwigia palustris): bij Enschede (256-478). Zie Zijlstra (1991a).
Grote wolfsklauw (Lycopodium clavatum): Nijverdal (225-486; 225-487); Holten (229-476; 231-477; 232-477). Plaatselijk al jaren bekend, maar nieuw voor de FWT. Een opgave van deze soort in het stuwwal-rapport van de provincie (zie ook Gorteria 16: 138: "Losser, in geplagd stuk heide, 29.52.") zal vrijwel zeker Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata [syn. Lycopodium inundatum]) betreffen.
Sikkelklaver (Medicago falcata): Vriezenveen, station (237-491). Eerste vondst in Twente. Dit is een soort van het rivierengebied, te vinden op zandige, zonnige plaatsen, vooral op rivierduintjes. Door grondverplaatsing is ze elders terecht gekomen, met name ook op spoorwegterreinen. De bastaard van Sikkelklaver met Luzerne (Medicago sativa), Bonte luzerne (Medicago x varia), is vorig jaar aan een spoordijk in Enschede gevonden.
Rode (=Late) ogentroost (Odontites vernus): Hengelo (248-478; 247-477). Landweg aan spoorbaan; veel. Deze soort was ons nog van slechts één andere vindplaats (264-477) uit Twente bekend.
Kattendoorn (Ononis repens subsp. spinosa): Losser (266-476). Eerste vondst FWT. Aan hetzelfde zandige walletje waar ook Voorjaarszegge (Carex caryophyllea) is gevonden.
Dubbelkelk (Picris echioides): bij Oldenzaal (264-479). Op een bospad. De soort is vrij algemeen in het Deltagebied, elders zeldzaam. Waarschijnlijk geen blijvertje. De tweede vondst in Twente sinds 1950, na een vondst in Enschede (34.28; 1980), waar de soort niet heeft stand gehouden.
Vetblad (Pinguicula vulgaris): Vriezenveen (241-492); Vasse (255-496); Beuningen (269-486). In natuurreservaten. Jarenlang was de soort slechts van één vindplaats in Twente bekend. Gericht beheer heeft tot een lichte opleving van de soort geleid.
Kerspruim (Prunus cerasifera): Enschede (256-471). Eerste vondst in Twente. Aan spoordijk. Een soort die verwildert en soms inburgert.
Klein wintergroen (Pyrola minor): Lonnekerberg (259-476). Nieuwe vindplaatsen in dit gebied! Van deze bedreigde soort zijn twee vindplaatsen bij Diepenheim verloren gegaan. Wie kent nog andere, huidige vindplaatsen?
Wintereik (Quercus petraea): een populatie op de Sprengenberg (225-483) die ooit is aangeplant, maar zich nu spontaan verjongt (schrift. mededeling H. Veerbeek). Deze soort was bij de FWT niet bekend, maar kan over het hoofd gezien zijn.
Klimopwaterranonkel (Ranunculus hederaceus): Tubbergen (250-489; 250-491). Nieuwe vondsten van een op de meeste plaatsen onbestendig voorkomende soort.
Behaarde boterbloem (Ranunculus sardous): Enschede (254-470). Eerste vondst FWT. Ruderaal. Een soort uit zilte graslanden (Zeeland) en graanakkers (Zuid-Limburg), die echter recentelijk in Midden-Limburg ook is gevonden in overbemeste graslanden.
Oostenrijkse kers (Rorippa austriaca): Beckum (248-470). Grazige berm. Eerste vondst FWT. Tweede in Twente (Hengelo, adventief, 1979). Tot voor kort vooral in het rivierengebied. Lijkt zich landelijk uit te breiden.
Egelantier (Rosa rubiginosa): Ommen (227-503); Lonnekerberg (258-476). Eerste vondst FWT. Terwijl de soort in het gebied van de Overijsselse Vecht niet zelden is, komt zij in Twente nauwelijks voor.
Kandelaartje (Saxifraga tridactylites): De Lutte, spoorbaan (265-481; 266-481). Behalve op begraafplaatsen (Overdinkel) wordt de soort in Twente nu ook aan spoorwegen gevonden.
Voorjaarshelmkruid (Scrophularia vernalis): Enschede (260-472). Eerste vondst in Twente. Adventief op mesthoop bij boerderij. Een sinds de 19e eeuw in Nederland ingeburgerde soort, voornamelijk in de duinen.
Bont kroonkruid (Securigera varia [syn. Coronilla varia]): Enschede (254-472). Eerste vondst Twente na 1950. Ruigte langs spoorbaan. In Nederland is de soort vooral aan te treffen in het gebied van Rijn en Waal aan dijken en in ruigtes.
Oostelijk kruiskruid (Senecio vernalis): Markelo (233-473); Oldenzaal (260-481); De Lutte (265-481). In Twente zoals ook elders, onbestendig. In Duitsland, direct over de grens aan de A1, in 1990 massaal; daar ongetwijfeld met gras ingezaaid. Dit kan een verspreidingsbron voor diverse Nederlandse voorkomens zijn resp. worden.
Kransnaaldaar (Setaria verticillata): Enschede (254-469; 254-470). Langs maïsakkers. Op dezelfde plaats (Usseleres) waar de soort in 1977 ook is aangetroffen. De meest warmte-minnende van de Nederlandse Naaldaar-soorten. Vooral rond Maastricht niet ongewoon.
Drijvende egelskop (Sparganium angustifolium): Beuningen (268-488). Nieuwe vestiging in natuurreservaat. Nieuw voor de FWT.
Vreemde ereprijs (Veronica peregrina): De Lutte, schouwpad spoorbaan (265-481). Eerste vondst in Twente. Deze van oorsprong niet-tropische, Amerikaanse soort, is al sinds de 18e eeuw uit het noorden van Nederland bekend, in graanakkers en kwekerijen. Vanaf de jaren 70 breidt de soort zich uit op stationsterreinen, vooral in Noord- en (in mindere mate) Zuid-Nederland. Daarnaast komt ze sinds het midden van de vorige eeuw voor aan de oevers van de Rijn c.a. Het is een pionierplant(je) van open, voedselrijke, verdichte, zandige bodem.
Lathyruswikke (Vicia lathyroides): Losser (267-477). Tweede vondst in Twente. Talrijk op een merkwaardig terreintje, een droog en grazig graslandje in de nabijheid van de Dinkel met o.a. Dwergviltkruid (Filago minima). Eerder heeft hier ook de nu weer verdwenen Esparcette (Onobrychis viciifolia) gestaan.
Zijlstra, O.G. (1991a). De zomer van 1990. Nieuwsbrief FLORON-FWT 3.
Zijlstra, O.G. (1991b). Excursieverslagen FLORON-FWT 1990. Nieuwsbrief FLORON-FWT 5.