Nieuwsbrief FLORON-FWT 5 oktober 1991


Cyperus glomeratus L., nieuw voor Nederland

P.F. Stolwijk


Abstract

The first occurence of Cyperus glomeratus L. in the Netherlands, on the bank of the Rhine, is reported.



In het verslag van de excursies naar de Rijn in 1989 (Stolwijk 1990) wordt de vondst vermeld van een niet nader te determineren Cyperus-soort.
Het heeft even geduurd voordat ik de plant naar Leiden had opgestuurd, maar inmiddels heeft Wout Holverda (Rijksherbarium) de plant op naam gebracht. Het blijkt te gaan om Cyperus glomeratus L.
De soort was nog niet eerder in Nederland aangetroffen.

De vondst werd gedaan op 26 september 1989, aan de Rijn tussen Spijk en Tolkamer (km-hok 206-429 = IVON 40.56.12), niet ver van de Duitse grens. De plant stond op zand, op een vochtig gedeelte van het rivierstrand.

Een Nederlandse naam heeft de soort uiteraard niet. Vertaald komt de naam neer op Kluwencypergras.

Cyperus glomeratus is een overblijvende plant, 30-50 (-100) cm hoog; de bloeiwijze bestaat uit 3 tot 9 (10), deels kort-, deels langgesteelde hoofdjes, elk bestaande uit 2 tot 6 (of meer) kluwens van aartjes; een aartje is 5-15 mm lang en heeft 8-20 bloemen. Het geheel is omgeven met schutbladen die ver boven de bloeiwijze uitsteken.
Opgemerkt moet worden dat de plant afwijkt van de beschrijving in Hegi wat betreft de lengte van de schutbladen: 'tot meer als dubbel zolang als de bloeiwijze'. Ons exemplaar heeft een langste schutblad van maar liefst 40 cm lengte, terwijl de bloeiwijze korter dan 5 cm is. De tekening in Flora Italica (Zangheri 1976) laat een bloeiwijze van een aantal kogelvormige hoofdjes zien, terwijl onze plant langwerpige hoofdjes heeft. (Hegi: kogel- tot eivormig).
Als standplaats geeft Hegi: 'Selten an feuchten, sandigen oder schlickigen Ufern, in Sümpfen, in Reis- und Maisfeldern'. Het valt in ieder geval op dat het biotoop goed lijkt overeen te komen met de standplaats aan de Rijn.

Algemene verspreiding: Middellandse Zee-gebied (ontbreekt in Frankrijk en Spanje), Hongarije, Balkan, Zuid-Rusland, Kaukasus, Siberië. Gezien de hoofdverspreiding lijkt het me niet waarschijnlijk dat de soort zich in onze streken blijvend vestigt. De enige aangetroffen plant is bovendien door ons meegenomen.

Op een van de winterbijeenkomsten van de FWT zal de plant te bekijken zijn. Daarna verhuist het herbariummateriaal naar het Rijksherbarium.


Literatuur
Stolwijk, P.F. (1990). Excursies naar de Rijn. Nieuwsbrief FLORON-FWT 1

Zangheri, P. (1976). Flora Italica. Deel 2: 196 (7220).