| Nieuwsbrief FLORON-FWT 6 | april 1992 |
O.G. Zijlstra
Report of the field meetings in 1991 of the Flora Workgroup Twente (FWT) (prov. of Overijssel, the Netherlands).
Den Ham, 19 april; 13 deelnemers.
Onder een stralende lentezon werden 's morgens 2 km-hokken geïnventariseerd rond Kasteel Eerde, een afwisselend landschap van bos, grasland,
akkers en houtwallen, waar de Regge doorheen snijdt.
De door ons verwachte voorjaarsbossoorten als Bosanemoon (Anemone nemorosa) en Witte klaverzuring (Oxalis
acetosella) werden slechts in kleine aantallen aangetroffen. Een gevolg van verdroging?
Hier en daar werd langs bospaden Valse salie (Teucrium scorodonia) en op een plek Bosdroogbloem (Gnaphalium
sylvaticum) gezien. In een wegberm Muursla (Mycelis muralis) en Hemelsleutel (Sedum telephium). Langs de Regge
onder andere de oeverplanten Poelruit (Thalictrum flavum) en Stijf barbarakruid (Barbarea stricta).
Ten zuiden van het eerder onderzochte gebied vonden we 's middags op schrale grond langs de Regge nog onder meer Kaal breukkruid
(Herniaria glabra), Hondsviooltje (Viola canina) en Schraallandpaardenbloem (Taraxacum celticum s.l.
microspecies T. gelertii), voordat hevige sneeuwval (!) een einde maakte aan de excursie.
Fleringen, 25 mei; 13 deelnemers.
Een van de doelen van deze excursie was het terugvinden van een populatie van Klimopwaterranonkel (Ranunculus hederaceus), oost
van Herinckhave bij Fleringen. Dit lukte moeiteloos: in kwelslootjes aan de Grobbenhoeksweg was ze massaal aanwezig. Noordoost Twente is een
van de weinige streken in ons land waar de soort nog aan te treffen is. Klimopwaterranonkel is gebonden aan een bepaalde kwelsituatie en
is niet bestand tegen het droogvallen van haar groeiplaats. Ook verdwijnt ze wanneer de groeiplaats dichtgroeit. Een echt zorgenkindje.
Het bos rond Herinckhave bleek niet bijster interessant. Adderwortel (Polygonum bistorta) was hier de leukste vondst. Op de
grachtmuur werd naast Gewone eikvaren (Polypodium vulgare) en Smalle stekelvaren (Dryopteris carthusiana) een ons
onbekend varentje aangetroffen. Omdat er nog geen sporen aanwezig waren, kon ze niet gedetermineerd worden. Komende nazomer zal bekeken worden
of er fertiele veren gevormd zijn. (1)
's Middags vonden we langs het Kanaal Almelo-Nordhorn ten zuiden van Albergen nog enkele bijzonderheden: Kale vrouwenmantel (Alchemilla glabra) en Vaccinium x intermedium, de bastaard van de Blauwe bosbes (V. myrtillus) en Rode bosbes (V. vitis-idaea), (overigens zonder de stamouders!). Smal beemdgras (Poa angustifolia) en Veldbeemdgras (P. pratensis) groeiden hier en daar in elkaars nabijheid, de eerste steeds op het hogere, drogere deel van het talud. De verschillen konden zo eens goed bekeken worden.
Nijverda, 8 juni; 18 deelnemers.
Een record-aantal mensen nam deel aan deze excursie, die voerde naar verschillende terreinen langs de Regge, noord van Hellendoorn.
De Regge-oevers bleken hier sterk verruigd. Wel de moeite waard was een elzenbroekbosje met een grote verscheidenheid aan zeggen:
Zompzegge (Carex curta), IJle zegge (C. remota), Elzenzegge (C. elongata), Scherpe zegge
(C. acuta), Blaaszegge (C. vesicaria) en Hoge cyperzegge (C. pseudocyperus). Een flinke groeiplaats van de
Grote boterbloem (Ranunculus lingua) werd teruggevonden aan de rand van het bosje.
In de graslandjes ernaast vonden we vrij veel Kamgras (Cynosurus cristatus). Ook Grote pimpernel (Sanguisorba
officinalis), die langs de Regge nog regelmatig wordt aangetroffen, werd gezien, evenals de in onze streek zeldzaam geworden Zeegroene
muur (Stellaria palustris).
Gramsbergen, 22 juni; 8 deelnemers.
Deze trip naar het noorden van ons FLORON-district leverde leuke vondsten op; zo ontdekten we pal voor de grens met Duitsland aan de Vecht een
aardige Kamgrasweide met veel Kamgras en op de nattere plekken Beekpunge (Veronica beccabunga) en Waterkruiskruid
(Senecio aquaticus). In een poeltje zagen we Waterscheerling (Cicuta virosa) en een Sterrenkroossoort (Callitriche
spec.), waar nog op gestudeerd wordt.
West van De Haandrik vonden we later op de dag aan de noord-oever van de Vecht vrij veel Kweekdravik (Bromopsis inermis [syn.
Bromus inermis]) en Groot warkruid (Cuscuta europaea), woekerend op Grote brandnetel (Urtica dioica). Hoewel
het grootste deel van het traject dat we onderzochten, vrij sterk verruigd was, bleek een klein gedeelte de moeite waard. Hier troffen we een
niet meer alledaagse combinatie aan: Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus), Geel walstro (Galium verum),
Steenanjer (Dianthus deltoides) en Kattendoorn (Ononis repens subsp. spinosa).
Als afsluiting van de excursie bezochten we de molenbelt van Ane, waar we verrast werden door een massavegetatie van de echte 'molenbeltplant'
Grijskruid (Berteroa incana) en Gevlekte scheerling (Conium maculatum).
Millingen, 24 augustus; 6 deelnemers.
Het doel van onze al bijna traditionele nazomer-excursie in het rivierengebied was dit jaar de Millingerwaard, bij floristen bekend om haar
rijkdom aan fluviatiele soorten. En teleurgesteld werden we niet! Een selectie van wat we aantroffen:
- in een vochtige ruigte Rivierkruiskruid (Senecio fluviatilis), Knolribzaad (Chaerophyllum bulbosum) en
Gevlekte dovenetel (Lamium maculatum).
- tussen basaltstenen Stijve steenraket (Erysimum hieracifolium), Hondstarwegras (Elymus caninus), Spaanse
zuring (Rumex scutatus) en Vederesdoorn (Acer negundo). Laatstgenoemde is een van oorsprong Noord-Amerikaanse soort,
die waarschijnlijk ons land is binnengedrongen vanuit Duitsland, waar ze ingeburgerd is in rivierbegeleidende bossen. Enkele jaren geleden is
ze voor het eerst in ons land aangetroffen op kribben langs de IJssel (Gorteria 16: 126). Wij kwamen haar later in het seizoen ook nog
westelijker aan de Waal tegen, bij Ewijk. Steeds betrof het alleenstaande struikjes van ca. 2 meter hoog.
- op strandjes Klein liefdegras (Eragrostis minor), de adventieve Wonderboom (Ricinus communis), een exemplaar
Postelein (Portulaca oleracea), en overal de onvermijdelijke Liggende ganzenvoet (Chenopodium pumilio).
- in droog grasland Vijfdelig kaasjeskruid (Malva alcea), Zacht vetkruid (Sedum sexangulare) en plaatselijk veel
Handjesgras (Cynodon dactylon).
- verder konden we alle vijf inheemse Amarant-soorten noteren en vonden we een Kleine kaardenbol (Dipsacus pilosus); deze lijkt
zich recentelijk uit te breiden.
De Lutte, 7 september; 8 deelnemers.
Bermen langs nieuwe wegen leveren floristisch gezien vaak verrassende dingen op. Zo heeft bijvoorbeeld de aanleg van de A-1 er bij ons voor
gezorgd dat zeldzaamheden als Kleverige ogentroost (Parentucellia viscosa), Bleekgele droogbloem (Gnaphalium
luteo-album), Akkerandoorn (Stachys arvensis), Stijve moerasweegbree (Echinodorus ranunculoides) en Zittende
zannichellia (Zannichellia palustris subsp. palustris) hier een (tijdelijke) groeiplaats vonden. De laatste 3 jaren was
vooral het traject Borne-Hengelo goed onderzocht. Inmiddels is de aanleg van de A-1 gevorderd tot de Duitse grens, en het leek daarom nuttig de
bermen bij De Lutte eens aan een onderzoek te onderwerpen.
De resultaten bleven enigszins achter bij de verwachtingen: de bermen waren eigenlijk nog te 'vers' en door de droogte in augustus was er niet
veel groen meer. Veel werd echter vergoed door de vondst van 3 exemplaren Amsinckia (Amsinckia menziesii), die door ons nooit
eerder in Twente was aangetroffen. Zie ook: Bielen & al. (1992).
Andere aardige soorten die we langs de weg vonden: Akkerereprijs (Veronica agrestis), Kleine varkenskers (Coronopus
didymus), Valse kamille (Anthemis arvensis) en Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens).
Terug bij het vertrekpunt ontdekten we op een grindhoop nog Witte amarant (Amaranthus albus), Papegaaienkruid
(Amaranthus retroflexus) en Kleine leeuwenbek (Chaenorrhinum minus).
1 Hoe het hiermee afliep, is te lezen in Zijlstra (1992). Nieuwsbrief FLORON-FWT 7.
Bielen,J.W., P.F. Stolwijk & O.G. Zijlstra (1992). Bijzondere vondsten FLORON-FWT 1991. Nieuwsbrief FLORON-FWT 6.