Nieuwsbrief FLORON-FWT 7 november 1992


Liefdegras (Eragrostis) in Twente

P.F. Stolwijk


Abstract

The occurence of Jersey Love-grass (Eragrostis pilosa) and Small Love-grass (E. minor) in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) is discussed. Jersey Love-grass was first discovered in 1981 (although there is an uncertain report from 1977). In the meantime it is firmly established in most urban areas and in small villages of Twente; in many streets of Enschede, this grass has even supplanted Annual Meadow-grass (Poa annua).
Small Love-grass has had less success; it has disappeared in Enschede, and only small stands survive in Almelo, Hengelo and Wierden.



Woont u in een stad of dorp? In een straat met druk verkeer? Is de straat wellicht geplaveid met ouderwetse klinkers? Dan is er een gerede kans dat ook bij u Straatliefdegras (Eragrostis pilosa) aan te treffen is.
De eerste melding van dit gras (onder de naam Eragrostis multicaulis) in Twente stamt uit 1977 (Mennema & van Ooststroom 1980). Hoewel de vinder, Eddy Weeda, de vondst later herroept (Weeda 1980), omdat het verzamelde materiaal Klein liefdegras (Eragrostis minor, [syn. E. poaeoides]) bleek te zijn, lijkt het me niet onwaarschijnlijk dat ter plaatse ook toen al Straatliefdegras aanwezig was.

Zelf leerde ik de beide soorten in 1981 kennen in Rotterdam. Straatliefdegras was hier sinds 1958 bekend, Klein liefdegras al tientallen jaren langer, maar ze breidden zich nauwelijks landelijk uit. In de Atlas van de Nederlandse Flora deel 1 (Mennema & al. 1978) staan 10 atlasblokken voor Straatliefdegras en 8 atlasblokken voor Klein liefdegras.
Verdere literatuur en kaartjes bij Jongepier (1982), uitbreiding in Zeeland, en Meijden & Weeda (1982), snelle toename in Midden-Nederland. In de Atlas van de Nederlandse Flora deel 2 (Mennema & al. 1985) is een kaartje gepubliceerd waaruit de snelle toename duidelijk wordt van Straatliefdegras in de jaren 1980-1984.

kaart Eragrostis pilosa 1992

Mijn eerste vondst van Straatliefdegras in Twente deed ik vlug nadat ik de soorten had leren kennen: september 1981 Borne, station; Hengelo, station; Enschede, Schiffstraat; Almelo, buitenhaven; en bij Rijssen in wielsporen van een parkeerplaats. In 1983 bleek de soort al op zoveel plaatsen te vinden te zijn (soms reeds in grote aantallen), dat ik er geen melding meer van maakte in de jaarlijkse lijst bijzondere vondsten van de Floristische Werkgroep Twente: Delden, Diepenheim, Goor, Markelo, Holten, Nijverdal, Haaksbergen, Losser, Oldenzaal, enz. In Enschede werd ze zelfs zeer algemeen. In het noorden en oosten van Twente kon ik de soort in 1988, ondanks gericht zoeken (Vriezenveen, Denekamp, Ootmarsum) niet vinden, evenmin als bijvoorbeeld in Boekelo en Beckum.
De opmars van Straatliefdegras is echter verder gegaan; ze heeft nu alle delen van Twente bereikt. Van alle plaatsen die ik op deze soort heb onderzocht, slaagde ik alleen in Kloosterhaar niet. Vele open plekken kunnen ongetwijfeld nog worden ingevuld; ik ben nog niet overal geweest!

Klein liefdegras heeft in Twente niet het succes weten te bereiken van Straatliefdegras.
Behalve in Hengelo (1981) ontdekte ik ook in het centrum van Enschede in 1982 verschillende vindplaatsen, maar die waren enige jaren later verdwenen. In Hengelo is de soort sterk achteruitgegaan; nog slechts enkele planten zijn achter het station te vinden, bij de hoofdingang van de MTS. (Straatliefdegras is hier echter massaal aanwezig.) Verder wordt de soort nog aangetroffen in Almelo (sinds 1984) en Wierden (sinds 1985). In de Achterhoek daarentegen is deze soort op de meeste stations (perron) te vinden. Op het stationsplein staat dan vaak Straatliefdegras.

kaart Eragrostis minor 1992


Waar vinden we deze soorten?

Voornamelijk tussen de voegen van bakstenen plaveisel, vooral in druk bereden straten; tussen trottoirtegels en op vluchtheuvels; tussen het grind van spoorwegterreinen (vooral Klein liefdegras), een enkele maal ook in perkjes. (1)


Hoe de planten te herkennen?

Van de in soortgelijke situaties groeiende grassen zijn de in Nederland voorkomende Liefdegrassen te onderscheiden aan de volgende kenmerken.

Klein liefdegras is makkelijk te onderscheiden van Straatliefdegras doordat de bladrand en delen van de bloeiwijze zijn bezet met putjes (zittende kliertjes). De bladschede is geheel behaard (bij Straatliefdegras kaal behalve bij de overgang van bladschede naar bladschijf).

In zeer korte tijd heeft Straatliefdegras in veel van onze straten Straatgras (Poa annua) meer of minder verdrongen. De meeste plantenliefhebbers oefenen hun hobby echter meestal in het vrije veld uit, zodat deze verandering hun veelal is ontgaan.
Kijk eens in uw buurt rond. En als u denkt melding te kunnen maken van een van de genoemde soorten, stuur dan een plant mee ter controle.


1 Klein liefdegras hebben we ook meermalen gevonden aan Rijn en Waal, op zandstrandjes, samen met o.a. Liggende ganzenvoet (Chenopodium pumilio).
Literatuur

Jongepier, J.W. (1982). Het voorkomen van enkele niet-oorspronkelijk wilde grassoorten in Zeeland. Gorteria 11: 79-86.

Meijden, R. van der & E.J. Weeda (1982). Eragrostis pilosa (L.) Beauv. en E. minor Host in Nederland. Gorteria 11: 106-113.

Mennema, J., A.J. QuenĂ©-Boterenbrood & C.L. Plate (1985). Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 2: 36. Zeldzame en vrij zeldzame planten.

Mennema, J. & S.J. van Ooststroom (1979). Nieuwe vondsten van zeldzame planten in Nederland, hoofdzakelijk in 1977. Gorteria 9: 216.

Weeda, E.J. in: Mennema, J., A.J. QuenĂ©-Boterenbrood & C.L. Plate (1980). Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 1: 105. Uitgestorven en zeer zeldzame planten.