Nieuwsbrief FLORON-FWT 10 oktober 1993


Excursieverslagen FLORON-FWT 1993

J.W. Bielen, P.F. Stolwijk & O.G. Zijlstra


Abstract

Report of the field meetings in 1993 of the Flora Workgroup Twente (FWT) (prov. of Overijssel, the Netherlands).




Sint Isidorushoeve
, 15 mei; 9 deelnemers.

In twee groepen hebben we 4 km-hokken bekeken. Door het mooie en vroege voorjaar waren we helaas te laat voor de bloeiende Bosanemonen waar de convocatie voor deze excursie van sprak. De groep van Otto lukte het in twee hokken wel de restanten ervan te vinden; de groep van Pieter was dat geluk niet beschoren. Het was echter ongetwijfeld aan de aanwezigheid van Peter Waardenburg te danken, dat wij een Rode Wouw mochten aanschouwen.
De berm van de weg Sint Isidorushoeve - Hengevelde bleek tamelijk schraal te zijn en leverde soorten op als Struikhei (Calluna vulgaris), Tandjesgras (Danthonia decumbens), Dophei (Erica tetralix), Borstelgras (Nardus stricta), Tormentil (Potentilla erecta) en Blauwe knoop (Succisa pratensis). Ook bleek Deens lepelblad (Cochlearia danica) zich al aan de wegrand gevestigd te hebben. In de Bolscherbeek was Waterviolier (Hottonia palustris) en Gekroesd fonteinkruid (Potamogeton crispus) te zien. Verder: Kruipend zenegroen (Ajuga reptans), Zompzegge (Carex curta), Elzenzegge (Carex elongata).
De groep van Otto vond o.a. een Zwenkdravik (Bromus tectorum), een plant die we vooral van spoorweg- en industrieterreinen kennen en die we daar niet direct verwacht hadden.
Verder: Kruipend zenegroen (Ajuga reptans), Bosanemoon (Anemone nemorosa), Reuzenzwenkgras (Festuca gigantea), Dicht havikskruid (Hieracium vulgatum), Waterviolier (Hottonia palustris), Hengel (Melampyrum pratense), Vogelmelk (Ornithogalum umbellatum), Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum), Bosandoorn (Stachys sylvatica).


Tillenbergen, Duitsland
, 5 juni; 12 deelnemers.

Het natuurreservaat Tillenberge ligt aan de Vechte ten zuiden van Nordhorn. Het bestaat uit rivierduinen en restanten van een 'Auwald'. De Vechte is ter plaatse geheel gekanaliseerd.
Voor de aanvang van de wandeling legde Jacques uit op welke manier in Duitsland wordt geïnventariseerd, namelijk op basis van 'Viertelquadrante', d.w.z. 1/16 van de Duitse topografische kaart schaal 1:25.000, een zogenaamd 'Messtischblatt'.
Op het droge, begraasde, voedselarme rivierduin-complex vonden we o.a. Pilzegge (Carex pilulifera), Jeneverbes (Juniperus communis) en Heidespurrie (Spergula morisonii).
Aan en bij de rivier vielen op: Steenanjer (Dianthus deltoides), Geel walstro (Galium verum), Kaal breukkruid (Herniaria glabra), Beemdkroon (Knautia arvensis), Gewone rolklaver (Lotus corniculatus subsp. corniculatus), Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga), Gevleugeld helmkruid (Scrophularia umbrosa) en Lange ereprijs (Veronica longifolia). Deze soorten zijn in Twente ook bekend van de Dinkel, met dien verstande dat Gevleugeld helmkruid aan de Dinkel maar van een plaats bekend is, terwijl deze soort blijkens Lenski (1990) aan de Vechte algemeen voorkomt. Verder nog Liggende klaver (Trifolium campestre), waarvan in Twente wat verspreide en onbestendige vindplaatsen bekend zijn, die echter geen relatie met de Dinkel hebben, en Gewone bermzegge (Carex spicata) en Kamgras (Cynosurus cristatus), die niet bekend waren van dit gedeelte van de Vechte. Aan de rivier vlogen de libellensoorten Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens), in Twente niet ongewoon, en Breedscheenjuffer (Platycnemis pennipes).
In het rivierbegeleidend bos staan o.a. Muskuskruid (Adoxa moschatellina), Bosanemoon (Anemone nemorosa), Heksenkruid (Circaea lutetiana), Reuzenzwenkgras (Festuca gigantea), Groot springzaad (Impatiens noli-tangere), Bosgierstgras (Milium effusum), Slanke sleutelbloem (Primula elatior), Gulden boterbloem (Ranunculus auricomus), Bloedzuring (Rumex sanguineus) en Bosereprijs (Veronica montana).
Een moment meenden we hier ook Bosmuur (Stellaria nemorum) gevonden te hebben. De plant bloeide echter niet en het leek ons niet verantwoord louter af te gaan op de ronde stengel en de gesteelde onderste bladen.
Aan het pad langs de Vechte stond overvloedig Watermuur (Stellaria aquatica [syn. Myosoton aquaticum]) te bloeien; ze was echter aangetast door een roest, wat aanvankelijk het tellen van de stijlen bemoeilijkte, hetgeen bij Pieter tot enige verwarring leidde.
Aan hetzelfde pad vonden we een Muur-soort die wel wat weg had van Heggenvogelmuur (Stellaria neglecta), een curiositeit, die, evenals Bosmuur, door Lenski wordt vermeld voor dit 'Viertelquadrant', de enige bekende vindplaats in dit deel van Nedersaksen. Het toeval wilde dat Jacques de Heggenvogelmuur een maand eerder bij Burgsteinfurt, een nieuwe vindplaats, had aangetroffen. De planten aan de Vechte voldeden niet geheel aan de beschrijving in de Flora en aan Jacques' beeld van de plant. Wel hadden ze langgesteelde, geheel teruggeslagen vruchten (zie bijvoorbeeld de afbeelding in de Oecologische Flora 1). Maar het aantal vruchtbare meeldraden bleef bijna steeds bij 8 steken (eenmaal 10), de kroonbladen waren even lang als de kelk en de bloemen leken ook te klein. Op de gewone Vogelmuur (Stellaria media), die ook wel aan het pad was te vinden, leek de plant echter ook weinig. Als het toch Heggenvogelmuur is geweest, dan zouden de afwijkingen misschien te verklaren zijn doordat de planten begin juni aan het einde van hun bloei zijn.
Tenslotte vonden we verrassenderwijs aan het pad aan de rechteroever van de Vechte een pol Boskortsteel (Brachypodium sylvaticum), alleen bekend bij Bentheim.
Aan een zandig talud tussen een weggetje en een akker stonden onder meer Kleine leeuwenklauw (Aphanes inexpectata), Noorse ganzerik (Potentilla norvegica) en Langbaardgras (Vulpia myuros), alle nieuw voor deze omgeving.
Teruglopend naar de auto zagen we een grote gele kruisbloemige: het bleek Valse akkerkers (Rorippa x armoracioides) te zijn, de bastaard van Akkerkers (Rorippa sylvestris) en Oostenrijkse kers (Rorippa austriaca). Even later was het weer raak; aan de wegrand stond Kleine varkenskers (Coronopus didymus). De beide laatste soorten worden door Lenski niet voor de Graafschap Bentheim vermeld.
De excursie werd besloten met een waarneming van de Mierenleeuw bij zijn vangkuilen in een zandig hellinkje aan de parkeerplaats.


Markelo
, 19 juni; 10 deelnemers.

Ook bij deze excursie zijn in verband met de hoge opkomst 2 groepen gevormd. Pieter heeft enige hokken bezocht tussen de buurtschap Stokkum en de Schipbeek. De toezichthouder van het waterschap wees ons er vriendelijk op dat we zonder toestemming de kaden van de Schipbeek niet mochten betreden, zodat we maar een klein gedeelte van de Schipbeek hebben kunnen doen. (1). Otto heeft twee km-hokken aan het Twentekanaal gedaan.
's Middags hebben we (wederom vergeefs) geprobeerd in het Hogelaarsblok Paardenhaarzegge (Carex appropinquata) terug te vinden.
Karakteristiek voor de Schipbeek waren: Kleine watereppe (Berula erecta), Zwanenbloem (Butomus umbellatum), Kruldistel (Carduus crispus), Gele plomp (Nuphar lutea), Schedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus), Doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus), Pijlkruid (Sagittaria sagittifolia).
Verder de in deze streek altijd aan te treffen Zwarte toorts (Verbascum nigrum) en Driekleurig viooltje (Viola tricolor). Overige bijzonderheden: Papegaaienkruid (Amaranthus retroflexus), Klein kaasjeskruid (Malva neglecta), Zilte schijnspurrie (Spergularia salina) aan een wegrand, Rode waterereprijs (Veronica catenata), Heggenwikke (Vicia sepium).
De km-hokken aan het Twentekanaal waren zoals verwacht het rijkst: in 232-469 zijn 235 soorten gestreept. De meest bijzondere: Wouw (Reseda luteola), Kleine ratelaar (Rhinanthus minor), deze ook in 234-469; beide hier al van vroeger bekend, Dwergbies (Isolepis setacea [syn. Scirpus setaceus]), Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea), Blaassilene (Silene vulgaris), aan het Kanaal op meer plaatsen voorkomend, Moerasmelkdistel (Sonchus palustris), nog steeds in opmars. In 233-469 komen hier nog bij: Rood guichelheil (Anagallis arvensis subsp. arvensis), Boshavikskruid (Hieracium sabaudum), die zich in Twente lijkt uit te breiden, Goudgele honingklaver (Melilotus altissima), ook van deze omgeving al bekend, Schedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus), in de zwaaikom van het Twentekanaal, Schildereprijs (Veronica scutellata).
Slangenkruid (Echium vulgare) werd niet meer aangetroffen.


Kanaal Almelo-Nordhorn; Oude Broek - Wiekermeden
, 3 juli 1993; 10 deelnemers.

Bij de planning van deze excursie was overwogen dat het kanaaltraject oostelijk van de weg Almelo-Ootmarsum nog niet gedaan was. Inmiddels echter hadden diverse FWT-leden het gat in mei en juni gevuld. Daarom zaten we een beetje met de excursie in de maag. In de convocatie was in het vooruitzicht gesteld 'Hier zijn altijd verrassingen mogelijk!' en dat konden we misschien in het geheel niet waarmaken. Daarom besloten we niet zozeer de kanaaloevers als wel het ten zuiden van het kanaal gelegen Oude Broek en Wiekermeden met een bezoek te vereren. Dat viel dus, zacht gezegd, niet tegen. In km-hok 259-488 vonden we (inclusief voor- en na-excursie) maar liefst 12 Rode Lijst-soorten en 31 Aandachtsoorten; in km-hok 259-489 7 Rode Lijst-soorten en 26 Aandachtssoorten. Van km-hok 260-488 is slechts een heel klein hoekje bekeken.
Een korte opsomming van enkele van de bijzonderheden. (2).
In een natte laagte vonden we: Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum), Dwergzegge (Carex oederi subsp. oederi), Naaldwaterbies (Eleocharis acicularis), Waterviolier (Hottonia palustris), Waterlepeltje (Ludwigia palustris), Waterpostelein (Lythrum portula), Pilvaren (Pilularia globulifera), Waterpunge (Samolus valerandi), Vlottende bies (Eleogiton fluitans [syn. Scirpus fluitans]), Schildereprijs (Veronica scutellata).
In en aan een heidepoel: Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum), Draadgentiaan (Cicendia filiformis), Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), Ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia), Stijve moerasweegbree (Echinodorus ranunculoides), Naaldwaterbies (Eleocharis acicularis), IJle rus (Juncus tenageia), Oeverkruid (Littorella uniflora), Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata [syn. Lycopodium inundatum]), Witte snavelbies (Rhynchospora alba), Bruine snavelbies (Rhynchospora fusca), Waterpunge (Samolus valerandi), Gewone veenbies (Trichophorum cespitosum subsp. germanicum [syn. Scirpus cespitosus subsp. germanicus]), Vlottende bies (Eleogiton fluitans [syn. Scirpus fluitans]), Dwergbies (Isolepis setacea [syn. Scirpus setaceus]), Schildereprijs (Veronica scutellata).
In het moerasbos bij het Kanaal: Oeverzegge (Carex riparia), Grote boterbloem (Ranunculus lingua), Groot springzaad (Impatiens noli-tangere), Watermuur (Stellaria aquatica [syn. Myosoton aquaticum]).
In sloten: Rode waterereprijs (Veronica catenata), Rosse vossenstaart (Alopecurus aequalis), Getand vlotgras (Glyceria notata subsp. declinata).
In bermen: Dauwnetel (Galeopsis speciosa), Gevleugeld hertshooi (Hypericum tetrapterum [syn. Hypericum quadrangulum]), Bolletjesraket (Rapistrum rugosum), Welriekende agrimonie (Agrimonia procera).


Manderheide
, 4 september; 8 deelnemers.

Deze late excursie voerde ons naar de zogenaamde cirkels van Jannink, landbouwenclaves in de Manderheide. Het Overijssels Landschap heeft de teeltlaag van deze landbouwenclaves onlangs verwijderd.
Op het nu nog ruderale terrein vonden we de volgende bijzondere soorten: Kromhals (Anchusa arvensis), Valse kamille (Anthemis arvensis), veel, Akkermunt (Mentha arvensis), Knopherik (Raphanus raphanistrum), Zwarte nachtschade (Solanum nigrum subsp. nigrum), waarvan een groot aantal planten groene in plaats van zwarte bessen had, en verscheidene exemplaren van de Rode Lijst-soort Akkerandoorn (Stachys arvensis).
Daarnaast de heischrale soorten Tandjesgras (Danthonia decumbens), Liggend walstro (Galium saxatile), Bosdroogbloem (Gnaphalium sylvaticum), Borstelgras (Nardus stricta).
Henri Ludwig wist zich van vroeger te herinneren dat aan de weg naar de grens Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga) moest staan. We vonden de soort inderdaad in twee km-hokken. Kleine bevernel heeft bij Vasse een nogal geïsoleerde concentratie van vindplaatsen. De overige vindplaatsen liggen bijna alle aan Overijsselse Vecht, Schipbeek, Dinkel en Kanaal Almelo-Nordhorn. De groeiplaatsen in het gebied van de Regge zijn blijkens de Atlas van de Nederlandse Flora 3 nog voor 1950 alle verdwenen. Misschien is hier met goed zoeken toch nog wat te bereiken.


1 Inmiddels heeft het waterschap mij op mijn verzoek toestemming verleend om de kaden te inventariseren. (Pieter Stolwijk)

2 inclusief na-excursie door Otto Zijlstra op 6 juli.


Literatuur

Lenski, H. (1990). Farn- und Blütenpflanzen des Landkreises Grafschaft Bentheim.