| Nieuwsbrief FLORON-FWT 11 | april 1994 |
O.G.Zijlstra, J.W. Bielen & P.F. Stolwijk
New records of interesting species found in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) in 1989, among them first records for Twente of Alkanet (Anchusa officinalis), Dense Silky-bent (Apera interrupta), Scaly Male-fern (Dryopteris affinis [syn. Dryopteris pseudomas]), Bell Heather (Erica cinerea), Long-stalked Crane's-bill (Geranium columbinum), Heliopsis scabra, Common Bird's-foot-trefoil var. sativus (Lotus corniculatus var. sativus), Annual Beard-grass (Polypogon monspeliensis), Sand Catchfly (Silene conica).
Er zijn in 1993 zoveel meer of minder bijzondere vondsten gedaan dat het lastiger was dan ooit om de noodzakelijke selectie voor deze rubriek te maken. Opgenomen zijn in ieder geval eerste en tweede vondsten van soorten van de Standaard-lijst, verwilderingen die mogelijk tot inburgering leiden, interessante adventieven. Overige vondsten zijn alleen vermeld, als er in vorige Nieuwsbrieven nog geen aandacht aan is geschonken of als er iets nieuws over te melden is.
De voortgaande opmars van Grote kroosvaren (Azolla filiculoides) is een gevolg van toenemende waterverontreiniging met fosfaten (Gorteria 19: 123).
Tweetoppig struisgras (Agrostis castellana) is na dit seizoen geen bijzonderheid meer bij ons. In 1993 is ze aangetroffen in 9 km-hokken: Wierden, Almelo en vliegbasis Twente. (1)
Duinreigersbek (Erodium cicutarium subsp. dunense) is meermalen op spoorwegemplacementen aangetroffen. (1)
Bermooievaarsbek (Geranium pyrenaicum) is door ons voor het eerst vastgesteld in 1991 (Oldenzaal). Na een tweede vondst in 1992 (Hengelo) is de plant in 1993 op drie plaatsen verschenen (Almelo, 28.34; Enschede, 34.18 en 34.28). Wordt soms verward met forse exemplaren van Zachte ooievaarsbek (Geranium molle).
Van de Havikskruiden worden met name Muurhavikskruid (Hieracium murorum) Rode Lijst 3 (8 maal) en Boshavikskruid (Hieracium sabaudum) (31 maal) veel gemeld; inventarisatie-effect of uitbreiding? Dit lijkt ook te gelden voor Bochtig havikskruid (Hieracium maculatum), maar hier speelt mee dat de soort in het verleden onvoldoende herkend kan zijn geweest, doordat de ongevlekte vorm makkelijk met andere Havikskruiden, vooral met Dicht havikskruid (Hieracium vulgatum), kan worden verward.
Wellicht is ook Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus) aan een opmars begonnen. De soort gold als een bijzondere soort van weitjes in het gebied van de Dinkel, de Regge en de Overijsselse Vecht. Ze wordt nu ook in bermen gevonden, bijv. van de weg Enschede-Haaksbergen. Ook langs de weg Neede-Rietmolen (in het gebied van de Schipbeek) is de soort, al jaren geleden, aangetroffen, samen met Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga). Verdere meldingen uit Herike, Nijverdal en langs het Twentekanaal.
Oostenrijkse kers (Rorippa austriaca) en Valse akkerkers (= Oostenrijkse kers x Akkerkers) (Rorippa x armoracioides) zijn inmiddels op verscheidene plaatsen vertrouwde verschijningen geworden, o.a. Almelo-Wierden en op diverse plaatsen langs de weg Goor-Lochem.
Oosterse raket (Sisymbrium orientale) raakt op steeds meer industrieterreinen ingeburgerd, evenals Kleine zandkool (Diplotaxis muralis), die pas sinds 1988 van Twente bekend is en nu al in 7 km-hokken voorkomt. Ze wordt o.a. veel aangetroffen in het industriegebied Almelo-Wierden: 4 km-hokken.
Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) heeft nu vaste voet gekregen langs het Twentekanaal, inclusief de zijtak. Wanneer zal ze langs andere wateren verschijnen?
Duinkruiskruid (Senecio jacobaea subsp. dunensis). Het lijkt erop dat deze ondersoort zich uitbreidt. Voorzichtigheid is echter geboden: het taxon onderscheidt zich van Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea subsp. jacobaea) niet alleen door de afwezigheid van straalbloemen, maar ook door de randvruchten, die net zo behaard zijn als de centrale vruchten. Bij Jacobskruiskruid zijn de straalbloemen soms slecht of niet ontwikkeld en zijn de randstandige vruchten kaal.
Blonde egelskop (Sparganium erectum subsp. neglectum) is rond Vriezenveen tamelijk algemeen; elders is ze (nog) niet vastgesteld. Voor een zekere determinatie zijn rijpe vruchten noodzakelijk! (1)
Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria): Rode Lijst 3. Nieuw voor de FWT. Van deze soort, vroeger een niet zeldzame Dinkelbegeleider, resteert waarschijnlijk nog maar een kleine populatie in Twente, in een Dinkelweitje bij Beuningen (29.32).
Kale vrouwenmantel (Alchemilla glabra): Rode Lijst 3. In het Dinkelgebied (29.32). Tot nu toe was de soort ons alleen bekend van het Kanaal Almelo-Nordhorn.
Alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia): Tweede vondst in de FLORON-periode. Hengelo (28.57). De soort lijkt nooit standvastig.
Gewone ossetong (Anchusa officinalis): Nieuw voor Twente. Adventief in het havengebied van Enschede (34.18). Overige opgaven betroffen steeds uitgezaaide planten.
Stijve windhalm (Apera interrupta): Nieuw voor Twente. Stationsterrein Wierden (28.34). Dit gras is recent in opmars in Nederland en wordt hoofdzakelijk gevonden op zandige, open plekken langs spoorwegen. Ze verschilt van de Grote windhalm (Apera spica-venti) door de samengetrokken bloeiwijze, de kleinere helmknoppen en de vroegere bloeitijd (mei begin juni). Van de Stijve windhalm zijn nu landelijk ongeveer 15 waarnemingen bekend. Pas sinds kort wordt ze niet langer als adventief, maar als ingeburgerd beschouwd Gorteria 15: 141).
Platte bies (Blysmus compressus [syn. Scirpus cariciformis]): Rode Lijst 2. Nieuw voor de FWT. Spectaculaire vondst van deze in het binnenland verdwenen gewaande soort. Samen met onder meer Slanke waterbies (Eleocharis palustris subsp. uniglumis) op vochtige, halfopen zandgrond aan het Grasbroek bij Bornerbroek (28.55). Voor het laatst in Twente gezien in de jaren '50, omgeving Hazelbekke bij Vasse.
Zwarte mosterd (Brassica nigra): Industriegebied Almelo-Wierden (28.34). Meldingen van deze soort van vóór 1989 hebben bijna zeker betrekking op Grijze mosterd (Hirschfeldia incana). Het kaartje in de Atlas van de Nederlandse Flora geeft een aantal vindplaatsen rond Enschede, vermoedelijk ten onrechte, voor zover gebaseerd op meldingen van de FWT.
Bergdravik (Bromopsis erecta [syn. Bromus erectus]): Rode Lijst 4. Nieuw voor de FLORON-periode. Aan het Kanaal Almelo-Nordhorn (28.38). Na veel zoeken eindelijk teruggevonden (Stolwijk 1993).
Heggerank (Bryonia dioica [syn. Bryonia cretica subsp. dioica]): Na meldingen uit Hengelo en Enschede nu dus ook uit het industriegebied Almelo-Wierden (28.34). Andere meldingen behoeven nog bevestiging.
Vlozegge (Carex pulicaris): Rode Lijst 2. Bij Oldenzaal (29.51). Massaal
verschenen in heischraal grasland na het verwijderen van bosopslag als beheersmaatregel.
Deze melding berust op een foutieve determinatie!
Verspreidbladig goudveil (Chrysosplenium alternifolium): 253-474; 261-477; 265-482; 265-482. Aanvullingen op het kaartje in Nieuwsbrief FLORON-FWT 9. Hiermee komt het totaal in de FLORON-periode op 15 km-hokken in 10 atlasblokken.
Draadgentiaan (Cicendia filiformis): Rode Lijst 1. Rossum (28.38). Een nieuwe groeiplaats werd ontdekt tijdens
onze excursie in de Wiekermeden (Bielen & al. 1993).
Losser (29.51). Na plaggen op een oude vindplaats weer verschenen.
Smal vlieszaad (Corispermum intermedium [syn. Corispermum leptopterum]): Industriegebied Almelo-Wierden (28.34). Eerder in Goor (nog?) en Enschede gevonden.
Moerasstreepzaad (Crepis paludosa): Eerste melding voor de FWT. Zeven exemplaren in een vochtig loofbosjes tussen Enschede en Losser (35.11), samen met onder meer Slanke sleutelbloem (Primula elatior). Volgens de Atlas (ANF 2) voor het eerst gevonden in Twente in 1980. Twee atlasblokken worden vermeld: omgeving Weerselo en Vriezenveen. Wellicht kunnen deze groeiplaatsen, die wij verder niet kennen, teruggevonden worden.
Geschubde mannetjesvaren (Dryopteris affinis [syn. Dryopteris pseudomas]): Nieuw voor Twente. Friezenberg (28.53). Een plant op een beschaduwd walletje aan de rand van een kapvlakte van het Elsenerveld bij Rijssen. Deze zeldzame varensoort lijkt sterk op Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas), maar is daar onder andere van te onderscheiden door de sterke beschubbing. Met dank aan Piet Bremer voor de controle op de determinatie.
Beklierde kogeldistel (Echinops sphaerocephalus): Kanaal Almelo-Nordhorn (28.38). Tweede vondst in Twente. Deze soort verwildert wel uit tuinafval. In het rivierengebied wordt een tendens tot inburgeren waargenomen.
Armbloemige waterbies (Eleocharis quinqueflora): Rode Lijst 2. Beckum (34.25). Derde groeiplaats in Twente van een binnenslands zeer zeldzame soort.
Rode dophei (Erica cinerea): Rode Lijst 2. Nieuw voor Twente. In een berm op de Hellendoornse Berg (28.32), 1 exemplaar tussen Struikhei (Calluna vulgaris). De soort is in het wild in Nederland zeer zeldzaam, maar wordt ook gekweekt. De standplaats bij Hellendoorn lijkt echter natuurlijk.
Trosraaigras (Festulolium x loliaceum): Eerste melding voor de FWT. Deze bastaard tussen Beemdlangbloem (Festuca pratensis) en Engels raaigras (Lolium perenne) is bij Diepenheim in een berm gevonden (34.23).
Smalle raai (Galeopsis angustifolia [syn. Galeopsis ladanum subsp. angustifolia]): Rode Lijst 2. Tweede vondst in Twente. Enkele planten op omgewerkte grond in het industriegebied Almelo-Wierden (28.34). In 1987 adventief in het Enschede havengebied.
Verfbrem (Genista tinctoria): Rode Lijst 2. Tweede vondst in Twente. Een exemplaar aan een lemig paadje langs een heideveld ten zuiden van Buurse (34.37). De groeiplaats bij Oldenzaal staat op het punt te verdwijnen. In het Vechtdal resten nog slechts 3 kleine populaties, die zich niet meer verjongen. (Mededeling Piet Bremer).
Fijne ooievaarsbek (Geranium columbinum): Rode Lijst 3. Nieuw voor Twente. Een 10-tal planten op zandige grond langs het spoor tussen Wierden en Rijssen (28.43). De soort komt voor op droge, kalkhoudende grond en prefereert snel opgewarmde, wat open plaatsen. In Nederland voornamelijk aan te treffen in Zuid-Limburg, het rivierendistrict en het Deltagebied.
Heliopsis scabra: Nieuw voor Twente. Enkele bloeiende exemplaren van deze tuinplant zijn verwilderd aangetroffen op braakliggende grond in de Marssteden tussen Enschede en Boekelo (34.17). De plant is een geelbloeiende composiet en lijkt op Stijve zonnebloem (Helianthus x laetiflorus). Ze heeft echter alle bladen tegenoverstaand en de lintbloemen vallen in de vruchttijd niet af. In Denemarken en Duitsland heeft de soort hier en daar vaste voet gekregen langs kanalen en rivieren.
Weidehavikskruid (Hieracium caespitosum): Nieuw voor de FLORON-periode. Na 1984 (Markelo, waar ze in 1992 niet meer gevonden kon worden) niet meer door ons aangetroffen. In 1993 op 2 plekken gevonden, Enschede (UT-terrein, 34.18) en Denekamp (29.22), in grazige bermen op lemige zandgrond. De soort heeft zich de laatste 15 jaar sterk uitgebreid in Groningen en Drente (Gorteria 16: 148).
Engelse alant (Inula britannica): Rode lijst 2. Eerste melding voor de FWT. Langs de Vecht bij Arriën (22.52). Waarschijnlijk de laatste populatie in het (Nederlandse deel van het) Vechtdal. (Mededeling Piet Bremer.) Lenski (1990) geeft nog een groeiplaats aan de Vecht, ten noorden van Nordhorn.
Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia): Rode Lijst 2. Wiekermeden (28.38) en Brecklenkamp (29.12). In de FLORON-periode nu reeds 8 vindplaatsen; daarvoor slechts 2. De soort profiteert (tijdelijk?) van de vele schoonmaakoperaties in vennen e.d., evenals Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata [syn. Lycopodium inundatum]), Moerashertshooi (Hypericum elodes).
Rozetkruidkers (Lepidium heterophyllum): Wegberm bij Almelo (28.45). Een tweede vindplaats, na de reeds lang bekende bij Goor. Een oude opgave voor Enschede is onzeker.
Geelhartje (Linum catharticum): Rode Lijst 3. Gem. Vriezenveen, in natuurreservaat (28.25). Door goed beheer hier weer terug. Momenteel ons van slechts twee groeiplaatsen bekend.
Gewone rolklaver var. sativus (Lotus corniculatus var. sativus): Nieuw voor Twente. Gevonden in droge, zandige bermen bij Almelo (28.34) en op de vliegbasis Twente (28.58), meegekomen met (gras)zaadmengsels. Vooral langs autowegen in Noord-Nederland houdt deze tot 50 cm hoge variëteit van de Gewone rolklaver (Lotus corniculatus var. corniculatus) goed stand. Ze lijkt door haar rechtopstaande groeiwijze het meest op Moerasrolklaver (Lotus uliginosus). De kelktanden zijn net als bij de gewone vorm van Gewone rolklaver echter aanliggend. De stengel is hol; de oranje kleur die vaak optreedt in de bloemen en knoppen van de inheemse vorm ontbreekt Gorteria 14: 137).
Waterlepeltje (Ludwigia palustris): Rode Lijst 1. Rossum (28.38). Na de spectaculaire vondst van Waterlepeltje in 1990 bij Hengelo - terug in Twente na een afwezigheid van ruim 40 jaar -, is van deze zeer zeldzame soort opnieuw een groeiplaats ontdekt. Tijdens onze excursie van 3 juli 1993 in het Oude Broek troffen we in een natte laagte in een grasland enkele duizenden (!) planten aan, vergezeld van onder andere Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum) en Pilvaren (Pilularia globulifera) (Bielen & al. 1993). In een soortgelijk biotoop in het Agelerbroek, nog geen kilometer noordelijker, was het Waterlepeltje in 1947 voor het laatst gezien in Twente. (J. van Dijk)
Kleinbloemig kaasjeskruid (Malva parviflora): Wierden (28.34). In het gras aan een voetpad. Tweede vondst in Twente van deze
adventieve soort.
Determinatie onjuist. Zie Abbink-Meijerink 1998.
(2)
Sikkelklaver (Medicago falcata): Bij Daarlerveen (28.13). In een berm. Deze soort van het rivierengebied is eerder in Vriezenveen (station) gevonden.
Tuinbingelkruid (Mercurialis annua): Nieuw voor de FLORON-periode. Industrieterrein bij Almelo (28.34). Daarvoor een paar keer aangetroffen in Twente. De soort is in Nederland boven de grote rivieren zeldzaam.
Muizenstaart (Myosurus minimus): Boekelo (34.27). Nieuw voor de FWT. De plant stond tussen betontegels bij een stal in het buitengebied en was op het moment van vinden (augustus) reeds geheel verdroogd. De plant liet zich herkennen aan de kenmerkende vruchtbodem. De soort is in Friesland plaatselijk algemeen op de klei. Elders is de soort veel minder algemeen, maar kan over het hoofd gezien zijn. In het algemeen groeit de soort op sterk uitdrogende grond, vaak aan de ingang van weilanden. Op akkers wordt de plant nauwelijks meer gevonden.
Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum): Deze aquarium- en vijverplant is gevonden in een poel in de Zuid-Esmarke (35.21) bij Enschede, wel duidelijk aangeplant of uitgezet. Ze lijkt veel op Kransvederkruid (Myriophyllum verticillatum), maar is vegetatief van deze te onderscheiden door talloze minuscule witte klierpunten op de boven het water uitstekende bladen, waardoor deze een blauwgroene glans hebben.
Stippelvaren (Oreopteris limbosperma): Rode Lijst 4. In 1993 is deze varen in maar liefst 5 nieuwe km-hokken aangetroffen. Nu bekend van Boerskotten (sinds 1988), Lonnekerberg (28.58), Driene (28.57) en Delden (34.16). Ze groeit vooral op beschaduwde greppelkanten op zure, vochtige grond, vaak vergezeld van Dubbelloof (Blechnum spicant).
Zanddoddegras (Phleum arenarium): Aan het fabrieksspoor in het industriegebied Almelo-Wierden (28.34). Tweede vondst in Twente, na de vondst op het emplacement Wierden.
Witte rapunzel (Phyteuma spicatum subsp. spicatum): Rode Lijst 2. Nieuw voor de FLORON-periode. Op een vanouds bekende groeiplaats in het Singraven (29.31).
Brede eikvaren (Polypodium interjectum): Nieuw voor de FLORON-periode. Op de vroegere groeiplaats in het Singraven (29.31).
Baardgras (Polypogon monspeliensis): Nieuw voor Twente. Massaal in een omgewerkte berm bij Almelo (28.45). Mogelijk meegekomen met zaadmengsel. Deze van oorsprong mediterrane soort breidt zich recent uit in Nederland, vooral in het Deltagebied.
Klimopwaterranonkel (Ranunculus hederaceus): Rode Lijst 3. Tilligte (29.21); Beuningen (29.31). Blijkens een rapport van de provincie over de Ootmarsumse stuwwal komt deze soort ook rond Fleringen op diverse plaatsen voor.
Sierlijke vetmuur (Sagina nodosa): Rode Lijst 3. Nieuw voor de FLORON-periode. Beuningen (29.32). Tientallen planten op open vochtige zandgrond. Eindelijk weer een vondst van deze soort, die in het binnenland zeer zeldzaam is geworden. De laatste melding dateerde van 1980 (Lankheet, gem. Haaksbergen), waar de soort in 1991 en 1992 niet teruggevonden kon worden.
Zacht loogkruid (Salsola kali subsp. ruthenica): Derde vondst in Twente. In het industriegebied Almelo-Wierden (28.34). Op open zand, ca 60 planten.
Heen (Bolboschoenus maritimus [syn. Scirpus maritimus]): Tweede vondst in Twente. Bij zijn kleine broertje de Platte bies (28.55).
Viltig kruiskruid (Senecio erucifolius): Eerste melding voor de FWT. Enkele planten in een grazige berm bij Almelo (28.34). Van uitzaai lijkt geen sprake. Eerder door Koster vermeld van Oldenzaal, aan het spoor.
Kegelsilene (Silene conica): Nieuw voor Twente. Aan een fabrieksspoor in het industriegebied Almelo-Wierden (28.34). Samen met Zanddoddegras. Het is ons onbekend of hier duinzand aangevoerd is.
Bochtige klaver (Trifolium medium): Bij Oldenzaal (29.41) een terugmelding van een vroegere vondst.
Bij Buurse aan de Schipbeek in het talud (34.38). In dit gebied nooit eerder aangetroffen.
Fladderiep (Ulmus laevis): Twee nieuwe meldingen van deze zeldzame boom, die ons nu bekend is van drie lokaties, steeds op goede grond langs beken: bij Enschede (Drienerbeek, 34.17 en Eschbeek, 28.58) en Losser (Bethlehemschebeek, 1989).
Rijsbes (Vaccinium uliginosum): Rode Lijst 3. Nieuw voor de FWT. Boekelo (34.27). Hier reeds jaren bekend, maar tot dusverre nooit door de Werkgroep genoteerd.
Bonte wikke (Vicia villosa): Oldenzaal (28.48). Aan de rand van een pas ingeplant bosplantsoen in een veranderde wegberm.
1 Dit taxon wordt in de 23ste editie van Heukels' Flora van Nederland (Meijden 2005) niet meer erkend.
2 Abbink-Meijerink, Corry G. (1998). Verwarring rond kleinbloemige kaasjeskruiden. Nieuwsbrief FLORON-FWT 17.
Bielen, J.W., P.F. Stolwijk & O.G. Zijlstra (1993). Excursieverslagen FLORON-FWT 1993. Nieuwsbrief FLORON-FWT 10.
Dijk, J. van. Het Agelerbroek. In: Plantengroei in enkele Nederlandse landschappen. p.155-161.
Lenski, H. (1990). Farn- und Blütenpflanzen des Landkreises Grafschaft Bentheim.
Meijden, R. van der (2005). Heukels' Flora van Nederland. ed. 23.
Stolwijk, P.F. (1993). Bergdravik (Bromopsis erecta [syn. Bromus erectus]) teruggevonden. Nieuwsbrief FLORON-FWT 9.