| Nieuwsbrief FLORON-FWT 12 | februari 1995 |
O.G. Zijlstra
Report of the field meetings in 1994 of the Flora Workgroup Twente (FWT) (prov. of Overijssel, the Netherlands).
Reutum, 23 april; 12 deelnemers.
Zo'n tien jaar geleden was het houtwallenlandschap van de Broek- en Voortmaten bij Reutum voor het laatst door de Floristische Werkgroep Twente
bezocht.
In vergelijking met toen lijkt het gebied verder verdroogd en is de ondergroei van veel houtwallen en bosjes tot een bramenruigte
gedegradeerd.
Gelukkig vonden we toch nog hier en daar Bosanemoon (Anemone nemorosa), Muskuskruid (Adoxa moschatellina), Grote
Muur (Stellaria holostea), Witte klaverzuring (Oxalis acetosella), Groot heksenkruid, (Circaea
lutetiana), en Groot springzaad (Impatiens noli-tangere). In een natte greppel werd een kleine populatie Boswederik (Lysimachia nemorum) RL4 ontdekt. Omdat ze niet bloeide, werd even gedacht aan Penningkruid (Lysimachia nummularia), die
er vegetatief sterk op lijkt. De laatste heeft echter stompe, vaak wat geplooide bladen met (rode) klierpunten. Deze ontbreken bij de
Boswederik, terwijl haar bladen vlak en toegespitst zijn.
Burgsteinfurt, Duitsland, 28 mei; 11 deelnemers.
Zie Bielen (1995).
Beckum, 18 juni; 12 deelnemers.
De excursie voerde ons door de Bentelerzijde, een afwisselend droog en vochtig heidegebied west van Beckum, aan de noordkant begrensd door de
Hagmolenbeek. br>In afgeplagde natte heide vonden we Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis), de beide Snavelbiezen
(Rhynchospora alba en R. fusca) en Kleine zonnedauw (Drosera intermedia). Opmerkelijk was de grote populatie
(honderden planten) Lavendelheide (Andromeda polifolia), de we in de heide aantroffen. In Twente is deze soort sterk
achteruitgegaan en tellen de resterende groeiplaatsen vaak maar weinig planten.
Na een korte wandeling door en langs het bos, waar we op en langs het pad respectievelijk Gevleugeld sterrenkroos (Callitriche
stagnalis) en Koningsvaren (Osmunda regalis) mochten noteren, liepen we langs de Hagmolenbeek terug richting Beckum. In de
beek, die hier tamelijk (4 meter) breed is, ontwaarden we een 'onderwaterweide' van Rossig fonteinkruid (Potamogeton alpinus).
Deze waterplant, die we al eens eerder stroomafwaarts hadden gevonden, lijkt wat zijn verspreiding betreft bij ons beperkt tot de Hagmolenbeek
en enkele kwelsloten langs het Twentekanaal west van Goor. Verder dreven hier en daar op het water de bladen van Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans), Gele plomp (Nuphar lutea) en als grote bijzonderheid Drijvende waterweegbree (Luronium
natans) RL3. Over een lengte van ongeveer 250 meter ontdekten we zeven (deel-)populaties, elk gemiddeld een meter in doorsnee. Deze
bedreigde soort gedijt alleen in fosfaat- en carbonaatarm water. Frappant in dit kader is dat we Luronium alleen hebben aangetroffen in
het traject waar de beek langs het bos loopt. Vanaf het punt waar ze aan beide zijden weer wordt geflankeerd door landbouwgronden, is er geen
buffer meer tegen inwaaiende bestrijdingsmiddelen en mest.
Holten, 10 september; 15 deelnemers.
Deze ochtend werd een bezoek gebracht aan de Holterberg. Onze gids Henk Roelofs leidde ons vanaf het NS-station door het zuidelijk deel van dit
droge bosgebied. Op de weg ernaar toe deden we meteen al een leuke vondst: Stinkende ballote (Ballota nigra subsp.
foetida) RL3. Enkele jaren geleden is 200 meter hiervandaan een groeiplaats van deze plant in een zuidelijker gelegen km-hok ontdekt.
Verder kennen we geen recente vindplaatsen in ons FLORON-district.
Aangekomen op de Holterberg vonden we al gauw voor dit gebied karakteristieke, elders bij ons vaak minder algemene soorten. Aan zandweggetjes:
Grondster (Illecebrum verticillatum), Viltganzerik (Potentilla argentea) en Klein kaasjeskruid (Malva
neglecta). In beschaduwde bermen: Bosdroogbloem (Gnaphalium sylvaticum), Valse salie (Teucrium scorodonia) en
Bosaardbei (Fragaria vesca). Een vreemde 'bastaardbosbes' bleek achteraf een forse vorm van de Rode bosbes (Vaccinium
vitis-idaea). Aan het einde van de ochtendexcursie werd een tiental jonge wikkeplanten gevonden op het stationsterrein; mogelijk gaat het
om Lathyruswikke (Vicia lathyroides). Vegetatief is ze echter niet met zekerheid van Smalle wikke (Vicia sativa subsp.
nigra) te onderscheiden.
's Middags, met een kleiner gezelschap, hebben we het oostelijk deel van het Notterveld onder de loep genomen. Hier waren de aardigste soorten:
Stijve ogentroost (Euphrasia stricta), Naaldwaterbies (Eleocharis acicularis) in een waterleiding en Kraaihei
(Empetrum nigrum).
Bielen, J.W. (1995). De Buchenberg. Nieuwsbrief FLORON-FWT 12.