Nieuwsbrief FLORON-FWT 13 juni 1995


De hybride Rood zwenkgras x Eekhoorngras (Festuca rubra x Vulpia bromoides), nieuw voor Nederland

O.G. Zijlstra


Abstract

This article deals with the first record of the hybrid Red Fescue x Squirreltail Fescue (Festuca rubra x Vulpia bromoides) in the Netherlands. A description of the Dutch material is given and a comparison is made with English material.



Grassen zijn voor veel floristen de laatste plantenfamilie die ze (hebben) leren kennen. Op sommigen oefent deze lastige groep planten echter een grote aantrekkingskracht uit. Deze lieden nemen elke onbekende grasspriet mee om deze thuis uit te pluizen en ontwikkelen langzamerhand een oog voor de verschillende vormen binnen de grassenfamilie.

Zo viel, niet geheel toevallig, tijdens een inventarisatie in Wierden op 28 juli 1993 het oog van Corry Abbink op een voor haar afwijkende bloeistengel van Rood zwenkgras (Festuca rubra L.) bovenaan het spoortalud. De enige bloeistengel - de overige hadden een recente maaibeurt niet overleefd - viel op door zijn langgenaalde bloemen. Een deel van de plant inclusief de bloeistengel werd verzameld en nader onderzocht. Al gauw bleek dat het geen Rood zwenkgras kon zijn: de kafnaalden bleken ongeveer 5 mm lang (bij Rood zwenkgras 1 - 3 mm). De onderste kelkkafjes waren ongeveer half zo lang als de bovenste (in plaats van even lang) en de (ingesloten) korte helmknoppen bevatten geen goed stuifmeel.

De gedachte drong zich op dat het een kruising betrof tussen Rood zwenkgras en een Langbaardgras (Vulpia spec.), een x Festulpia Melderis ex Stace & Cotton. In Nederland was slechts één keer eerder een x Festulpia gevonden, en wel Rood zwenkgras x Gewoon langbaardgras (Vulpia myuros (L.) C.C. Gmelin), door Eddy Weeda in 1978 bij Woensdrecht. De plant van Wierden voldoet in zoverre niet aan de beschrijving in de Flora van Nederland (Meijden 1990) van deze x Festulpia, dat de bloeiwijze bij haar eerder uitstaand dan samengetrokken is en ver boven de bovenste bladschede uitsteekt. Het leek ons dat de Vulpia-ouder daarom niet Gewoon langbaardgras kon zijn, maar mogelijk Eekhoorngras (Vulpia bromoides (L.) S.F. Gray). Deze soort heeft een meer uitstaande, ver boven de bladschede uitstekende bloeiwijze en is sinds 1992 bekend van Wierden. Net als Gewoon langbaardgras is ze te vinden vlak bij de groeiplaats van de x Festulpia aan het schouwpad van de spoorlijn. Onze plant paste wonderwel in de beschrijving van Rood zwenkgras x Eekhoorngras (Festuca rubra x Vulpia bromoides - een eigen wetenschappelijke naam heeft ze nog niet -, in Stace (1991). Van deze x Festulpia waren slechts een handjevol zekere vondsten bekend, alle in Engeland.

Het materiaal werd daarom door ons als een mogelijke Rood zwenkgras x Eekhoorngras ter determinatie naar het Rijksherbarium te Leiden gestuurd. Bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal zond Wout Holverda haar door naar Professor C.A. Stace in Leicester, die over x Festulpia heeft gepubliceerd en geldt als een autoriteit op het gebied van Festuca, Vulpia en x Festulpia.
Eind mei 1994 bevestigde Stace ons vermoeden. Hij schrijft: ".... I agree that it is Festuca rubra x Vulpia bromoides... this is not always easy to distinguish from F. rubra x V. myuros, but I am happy with the identification of this specimen."

Van Rood zwenkgras x Eekhoorngras waren tot nu toe slechts vijf vondsten bekend, op drie locaties in Engeland: Suffolk: 1969, 1973 en 1976, op zandig grind langs de kust; Yorkshire: 1980, langs spoorlijn; Leicestershire: 1983, langs spoorlijn. Een eerdere melding van Sussex (1961) bleek Rood zwenkgras x Dicht langbaardgras (Festuca rubra x Vulpia fasciculata (Forsskal) Fritsch = x Festulpia hubbardii Stace & R. Cotton) te betreffen. Over deze bastaard schrijft Stace in zijn brief overigens:".... will surely be found in the Netherlands at sites of Vulpia fasciculata." (!)


Korte beschrijving

Rood zwenkgras x Eekhoorngras lijkt vegetatief sterk op de Zwenkgras-ouder: ze is overblijvend en vormt dichte, uitstoelende pollen met talrijke niet-bloeiende scheuten. De bladschede is tot bijna bovenaan kokervormig vergroeid en net als de grijsgroene bladen, kort behaard. De bloeistengel meet bij de plant van Wierden 60 cm. De bloeiwijze is meer naar één zijde gericht dan bij Rood zwenkgras, en bij onze plant zo'n 10 cm lang. De aartjes zijn 4 tot 8-bloemig; de bovenste bloem is onvruchtbaar. De twee kelkkafjes van het aartje zijn ongelijk: het bovenste kelkkafje is net als bij Eekhoorngras ongeveer twee keer zo lang als het onderste. Uit de top van de buitenste kroonkafjes (lemma's) zet de middennerf zich voort in een (vaak paarse) naald, die driekwart van de lemma-lengte meet. De bovenste lemma's van een aartje zijn niet of nauwelijks kleiner dan de onderste en alle kort behaard. De drie helmknoppen zijn intermediair lang. Ze treden niet uit de bloem (de bloemen zijn kleistogaam) en bevatten praktisch geen goed stuifmeel (<1%). Vruchtzetting is niet waargenomen.

tabel kenmerken

In Engeland is de afgelopen 15 jaar onderzoek verricht aan wilde en in cultuur genomen x Festulpia's. Hoewel er gericht is gezocht naar nieuwe groeiplaatsen, blijkt Rood zwenkgras x Eekhoorngras (relatief) zeldzaam. Hetzelfde geldt voor Rood zwenkgras x Gewoon langbaardgras (Baardzwenkgras). De belangrijkste reden hiervoor is gelegen in het feit, dat de bloemen van Eekhoorngras en Gewoon langbaardgras in de regel kleistogaam zijn, d.w.z. dat ze zich niet openen en er dus geen bestuiving door pollen van buitenaf kan plaatsvinden. In de enige helmknop per bloem wordt bovendien erg weinig stuifmeel gevormd. De enige niet zeldzame x Festulpia in Engeland is Rood zwenkgras x Dicht langbaardgras (x Festulpia hubbardii). Dicht langbaardgras is semi-kleistogaam; op praktisch alle groeiplaatsen langs de Britse zuidkust is genoemde bastaard aangetroffen. Zoals al gezegd, moet ze ook zeker in Nederland te vinden zijn. Rood zwenkgras x Dicht langbaardgras lijkt op Rood zwenkgras x Eekhoorngras, maar heeft aartjesstelen die aan de rugzijde duidelijk verdikt zijn. De lemma's van een aartje worden naar boven toe steeds kleiner en de bovenste kelkkafjes zijn genaald. In plaats van alleen de topbloem, zijn bij deze kruising de bovenste twee of drie bloemen steriel.


Literatuur

Ainscough, M.M., C.M. Baker & C.A. Stace (1986). Natural hybrids between Festuca and species of Vulpia section Vulpia. Watsonia 16: 143-151.

Meijden, R. van der (1990). Heukels' Flora van Nederland.

Stace, C.A. (1991). x Festulpia Melderis ex Stace & Cotton. In: New Flora of the British Isles, p. 1012.

Willis, A.J. (1975). Festuca L. x Vulpia C.C. Gmel. = x Festulpia Melderis ex Stace & Cotton. In: Stace, C.A., ed. Hybridisation and the Flora of the British Isles, pp. 552-554.