| Nieuwsbrief FLORON-FWT 14 | november 1995 |
P.F. Stolwijk & O.G. Zijlstra
Report of the field meetings in 1995 of the Flora Workgroup Twente (FWT) (prov. of Overijssel, the Netherlands).
Bornerbroek, 22 april; 19 deelnemers.
De opkomst op deze vroege voorjaarsdag was zo goed dat we met twee groepen op weg zijn gegaan; de een geleid door Otto Zijlstra, de ander door Pieter Stolwijk.
De groep van Pieter nam een stuk ten oosten van Bornerbroek voor zijn rekening. Gelukkig was het mooi weer, want heel veel bijzonders vonden we niet. De aardigste vondsten deden we in km-hok 242-481 (Maatveld): Rechte ganzerik (Potentilla recta) en Middelste ganzerik (Potentilla intermedia). Hoewel het hok goed onderzocht werd, bleven we op een totaal van 142 soorten steken. Terloops bezochten we ook nog de km-hokken 241-480 (Bornerbroek) met o.a. Deens lepelblad (Cochlearia danica), dat allang niet meer tot de snelwegen is beperkt, en 241-481 (Bolschersmors), waar we respectievelijk 64 en 74 soorten noteerden. In het laatste km-hok vonden we Kleine varkenskers (Coronopus didymus), waaruit blijkt dat de soort in zijn opmars nu ook het platteland heeft bereikt.
De groep van Otto, waaronder deelnemers van buiten het district, richtte zijn schreden westwaarts, richting oostoever zijtak Twentekanaal. De leukste vondst in km-hok 240-481 (Workerlanden) was een pol Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum RL 3) in een pas gekapt berkenbosje. Bosanemonen (Anemone nemorosa) zochten we tevergeefs in houtwallen; we vonden ze tenslotte op het talud van de Bornerbroekse waterleiding. Andere aardige soorten waren Hemelsleutel (Sedum telephium) en Kleine leeuwenklauw (Aphanes inexpectata). In totaal werden 139 soorten aangestreept. Langs de Entersestraat (km-hok 240-480) liepen we terug richting Bornerbroek en noteerden nog 121 algemene soorten.
's-Middags gingen we met de overgebleven excursiegangers naar de westoever van de zijtak Twentekanaal. Door een navigatiefout van Pieter werd het een km-hok (239-482) waar al eerder gewerkt was. Toch hebben we nog 48 voor het hok nieuwe soorten genoteerd, waarmee het km-hok op 176 soorten kwam. De leukste soorten waren Grote ereprijs (Veronica persica) en, al bekend, Bittere veldkers (Cardamine amara) en Poelruit (Thalictrum flavum).
Mariënberg, 21 mei; 13 deelnemers.
Verdeeld over drie groepen gingen we deze ochtend op pad. De groep van Otto toog naar de Overijsselse Vecht bij Junne (km-hok 230-505), die van Jacques naar Beerze (km-hok 232-503) en Pieter's groep vertrok richting Rheeze (km-hokken 236-508 en 237-508).
Goed en wel gestart, deed Otto's groep bij de stuw ten noorden van Junne al meteen een leuke vondst: een tiental exemplaren Gevleugeld
helmkruid (Scrophularia umbrosa). Deze soort hadden we in ons district nog maar twee keer gevonden: aan de Dinkel bij Kraesgenberg
(1989) en aan een spoorsloot bij Mariënberg (1994), 3 kilometer zuidoost van de nieuwe vindplaats. Mogelijk is ze in het Vechtgebied meer te
vinden.
Langs de Vecht vonden we op droge, grazige zandgrond karakteristieke soorten als Geel walstro (Galium verum),
Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus), Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga) en Gekroesde paardenbloem (Taraxacum tortilobum). Aan een oude Vecht-arm groeiden Lange ereprijs (Veronica longifolia, RL 4) en Poelruit
(Thalictrum flavum). Enkele planten Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) zagen we op de muur van de stuw. In totaal
streepten we 209 soorten in km-hok 230-505.
Jacques bezocht met zijn groep km-hok 232-503. Ook zij vonden enige voor dit gebied min of meer karakteristieke soorten: Zandzegge (Carex arenaria) en Kleine bevernel; daarnaast Wegedoorn (Rhamnus catharticus) en Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus). In totaal 149 soorten.
Pieter begaf zich naar de omgeving van de Rheezerbelten (km-hok 236-508) en Heemserhooilanden (km-hok 237-508). De reservaten zijn echter niet
bezocht.
In km-hok 236-508 zagen we in en bij het water Waterscheerling (Cicuta virosa), Moeraswederik (Lysimachia
thyrsiflora), Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata), Poelruit, Kleine lisdodde (Typha angustifolia) en
Lange ereprijs. Op drogere plaatsen o.a. Knolboterbloem. Met 160 nieuwe soorten kwam het totaal op 165.
In km-hok 236-508 eveneens aan en bij het water: Kalmoes (Acorus calamus), Stijf barbarakruid (Barbarea stricta),
Moeraswederik (Lysimachia thyrsiflora) en Grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius). De zandige bermen gaven
Zandzegge, Geel walstro en Knolboterbloem. Dat bracht met 99 nieuwe soorten het eindresultaat van dit km-hok op 186
soorten.
Naast een aantal van de reeds genoemde soorten vonden we 's-middags bij Rheeze (km-hok 236507) nog Gevleugeld sterrenkroos (Callitriche stagnalis), Pluimzegge (Carex paniculata) en Beekpunge (Veronica beccabunga). Hier zijn in totaal 170 soorten genoteerd.
Zenderen, 1 juli; 8 deelnemers.
Onder leiding van Pieter bezochten we de oevers van de Loolee en de benedenloop van de herstelde Oude Bornse Beek. In eerdere jaren waren
daarin meer oostelijk een aantal leuke soorten gevonden en we hoopten op meer interessants. Uit het gebied reeds bekend waren: Grote
kroosvaren (Azolla filiculoides), Stomphoekig sterrenkroos (Callitriche obtusangula), Bultkroos (Lemna
gibba), Doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus) en Haarfonteinkruid (Potamogeton trichoides).
Hiervan zijn Grote kroosvaren en Bultkroos niet aangetroffen. Wellicht waren we daar te vroeg voor. In km-hok 246-484 (Loolee)
vonden we in en bij het water onder meer: Knikkend tandzaad (Bidens cernua), Stomphoekig sterrenkroos,
Watergentiaan (Nymphoides peltata), Pijptorkruid (Oenanthe fistulosa), Glanzig fonteinkruid (Potamogeton
lucens), Doorgroeid fonteinkruid, Haarfonteinkruid, Heelblaadjes (Pulicaria dysenterica), Grote
boterbloem (Ranunculus lingua), Rode waterereprijs (Veronica catenata) en Heggenwikke (Vicia sepium). De
absolute verrassing was echter Watergras (Catabrosa aquatica), opgemerkt door een deelnemer uit het westen van het land. Het
groeide massaal aan de Oude Bornse Beek, op een pas hersteld traject met nog kale oevers. Deze soort is in Twente eenmaal eerder gevonden: in
1980 in de km-hokken 241-464 en 242-464, dus in de uiterste zuid-westhoek van het district. Later is de soort daar niet meer gevonden, ondanks
herhaald zoeken. Ook de Atlas van de Nederlandse Flora geeft geen Twentse vindplaatsen. In totaal werden hier 192 soorten gestreept.
Uit km-hok 247-484 (Broekslag) waren eerder 45 soorten bekend; we vonden er 130 nieuwe bij. De Loolee en zijn oevers leverden de volgend
soorten op: Stomphoekig sterrenkroos, Oeverzegge (Carex riparia), Watergentiaan, Glanzig en Doorgroeid
fonteinkruid en Rode waterereprijs.
Bermen en een zandweg brachten nog Dauwnetel (Galeopsis speciosa), Oranje havikskruid (Hieracium aurantiacum),
Grondster (Illecebrum verticillatum, RL 3) en Ingesneden dovenetel (Lamium hybridum [Lamium purpureum subsp. incisum]).
Lemele, 16 september; 7 deelnemers.
Op deze zonnige nazomerochtend hebben we twee km-hokken geïnventariseerd aan de Regge bij Archem (km-hokken 227-498 en 227-499). Op de topografische kaart lijkt de variatie in het landschap hier veelbelovend: we zien de Regge, oude Regge-armen, houtwallen en bos, onverharde paden, akkers. Deze variatie vonden we echter niet terug in een grote verscheidenheid aan plantensoorten. In de droge bossen en houtwallen waren de aardigste soorten Valse salie (Teucrium scorodonia), Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum) en Dalkruid (Maianthemum bifolium). De taluds van de Regge bleken ook hier sterk verruigd: Grote brandnetel (Urtica dioica) voerde de boventoon. In de Regge vonden we hier en daar Groot blaasjeskruid (Utricularia vulgaris RL 3), samen met Haak- en Gewoon sterrenkroos (Callitriche hamulata en C. platycarpa) en plaatselijk Stomphoekig sterrenkroos (C. obtusangula). Aan een oude arm groeiden Waterscheerling (Cicuta virosa) en Stijf barbarakruid (Barbarea stricta). Uiteindelijk bleven we in km-hok 227-498 steken op 134 soorten, in km-hok 227-499 op 151.
's-Middags maakten we een lange wandeling door het bos- en heidegebied oost van Stegeren, waarbij we drie km-hokken aandeden (231-504, 231-505 en 232-505). Naast heischrale soorten als Tandjesgras (Danthonia decumbens), Borstelgras (Nardus stricta), Mannetjesereprijs (Veronica officinalis) en Bosdroogbloem (Gnaphalium sylvaticum) troffen we langs zandweggetjes meterslange linten Grondster aan. In de heide zagen we Veenbies (Trichophorum cespitosum subsp. germanicum [Scirpus cespitosus subsp. germanicus]), Bruine snavelbies (Rhynchospora fusca RL 3), Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis) en Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe).
Het was al bij vijven toen we richting huis vertrokken.