| Nieuwsbrief FLORON-FWT 16 | januari 1997 |
P.F. Stolwijk & O.G. Zijlstra
New records of interesting species found in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) in 1995. With a few exceptions, only first and second
finds are mentioned.
First records for Twente include: Sea Rocket (Cakile maritima), Carex brizoides, Sticky Goosefoot (Chenopodium
botrys), Wallflower Cabbage (Coincya monensis subsp. recurvata), Little-Robin (Geranium purpureum),
False Grass-Poly (Lythrum junceum), Yellow Serradella (Ornithopus compressus), Willow-leaved Pondweed
(Potamogeton lucens x perfoliatus).
Het was weer erg moeilijk om uit de grote hoeveelheid interessante vondsten uit 1995 de meest bijzondere te halen. In principe worden in onderstaande lijst alle eerste en tweede vondsten vermeld. Een enkele keer een derde vondst.
Maar dat houdt in dat vondsten van soorten die landelijk als (zeer) bijzonder gelden, geen kans maken in deze lijst. Vooral van soorten die
profiteren van de diverse maatregelen van natuurbehoud zoals plaggen en schoonmaken van vennen en poelen, zijn ook in 1995 weer nieuwe
groeiplaatsen ontdekt: Draadgentiaan (Cicendia filiformis): 1 vondst (Horsthuis 1997); Alpenrus (Juncus alpinoarticulatus subsp. alpinoarticulatus): 2
vondsten; Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia): 3 vondsten; Witte waterranonkel (Ranunculus ololeucos): 4
vondsten.
Van Waterlepeltje (Ludwigia palustris) zijn ook weer twee nieuwe vondsten gedaan; het heeft nu in totaal 5 Twentse
groeiplaatsen.
Loos blaasjeskruid (Utricularia australis) heeft in 1995 op verschillende plaatsen gebloeid, zodat vondsten waar we in eerdere
jaren nog onzeker over waren (Stolwijk &
Zijlstra 1995) , nu bevestigd kunnen worden. Het beeld dat uit de verspreidingskaartjes oprijst is dat Gewoon blaasjeskruid
(Utricularia vulgaris) (15 vindplaatsen) vanaf Almelo naar het noorden toe (bijvoorbeeld tussen Gramsbergen en Coevorden) tamelijk
algemeen is en dat Loos blaasjeskruid, dat met 5 zekere vindplaatsen in ieder geval veel zeldzamer is, slechts ten zuiden van de lijn
Almelo-Nordhorn voorkomt, waar Gewoon blaasjeskruid ontbreekt. Daarnaast hebben we nog 10 vindplaatsen waarvan niet zeker is welk
Blaasjeskruid er groeit; maar vrijwel zeker gaat het merendeels om Gewoon blaasjeskruid.
Blonde egelskop (Sparganium erectum subsp. neglectum), tot nog toe vastgesteld om Almelo en noordelijker, is nu ook bij
Enschede gevonden. De toename van het aantal vindplaatsen (nu 15) is vooral te danken aan de betere herkenning door de waarnemers. (1)
Hetzelfde geldt voor Klein fonteinkruid (Potamogeton berchtoldii), dat nu uit minstens 8 km-hokken bekend is.
Verheugend is verder dat vroegere lokaties van Trilgras (Briza media) en Vierzadige wikke (Vicia tetrasperma subsp.
tetrasperma) zijn teruggevonden.
Materiaal van een in 1994 in de Marssteden bij Enschede gevonden Rus (Juncus), door ons benoemd als Alpenrus (Juncus
alpinoarticulatus subsp. alpinoarticulatus), behoort volgens Leiden tot Duinrus (Juncus alpinoarticulatus subsp.
atricapillus), nieuw voor Twente. Zie Meijden & al. (1996). De verschillen tussen beide
ondersoorten zijn klein en niet altijd scherp. De resultaten van een nog te verrichten vergelijkend eigen onderzoek aan materiaal van de
verschillende Twentse groeiplaatsen zullen in een van de volgende Nieuwsbrieven gepubliceerd worden.
De naamgeving in volgende lijst volgt ed. 22 van de Flora van Nederland. (Meijden 1996). Waar van toepassing, zijn de namen uit de vorige druk tussen [ ] opgenomen.
Stinkende kamille (Anthemis cotula): Rode Lijst 3. Nieuw voor FLORON-FWT. Omgewerkte wegberm bij Tubbergen. (250-493).
Stijve windhalm (Apera interrupta): Tweede vondst FLORON-FWT. Usselo, ruderaal terrein bij de snelweg (253-469).
Zeeraket (Cakile maritima): Nieuw voor Twente. Nijverdal; industrieterrein, op aangevoerde grond (230-485; 230-486).
Rapunzelklokje (Campanula rapunculus): Rode Lijst 3. Industrieterrein Almelo-Wierden (238-487). Adventief.
Paardenhaarzegge (Carex appropinquata): Rode Lijst 3. Bij Diepenheim (233-467; 233-468). (Beringen & Bremer 1997)
Trilgraszegge (Carex brizoides): Nieuw voor Twente. Bij Delden (246-474), bosje aan Twentekanaal. Dit bosje is in het verleden meermalen geïnventariseerd, maar Trilgraszegge was tot nu toe over het hoofd gezien. (Van der Veen & Bremer 1997)
Watergras (Catabrosa aquatica): Eerste vondst FLORON-periode. Oude Bornsebeek (246-484). Zie excursieverslag Zenderen (Stolwijk & Zijlstra 1996)
Druifkruid (Chenopodium botrys): Nieuw voor Twente. Oldemeijer, ruderale plek in naaldbos (234-507). 80 exemplaren.
Muurbloemmosterd (Coincya monensis subsp. recurvata [syn. C. cheiranthos]): Nieuw voor Twente. Wegberm bij Hardenberg (236-509). Zie Meijden (1996).
Veldwarkruid (Cuscuta campestris): Derde vondst FLORON-FWT. Bij Wierden, op voormalige maïsakker (237-488). Enorm woekerend op Gingellikruid (Guizotia abyssinica).
Bruin cypergras (Cyperus fuscus): Rode Lijst 4. Derde vondst FLORON-periode. Op de kale, lemige oever van de geschoonde gracht rond de Hunenborg bij Tilligte (260-489). Ruim 15 planten in gezelschap van onder meer Waterlepeltje (Ludwigia palustris), Vlottende bies (Eleogiton fluitans [syn. Scirpus fluitans]) en Waterviolier(Hottonia palustris).
Geschubde mannetjesvaren (Dryopteris affinis [syn. D. pseudo-mas]): Derde vondst FLORON-FWT. Een plant aan een bermgreppel in het Lankheet bij Haaksbergen (245-460).
Egeria (Egeria densa): Vriezenveen, bergingsvijver (237-492). Uit weggeworpen aquariummateriaal.
Gesteeld glaskroos (Elatine hexandra): Rode Lijst 4. Eerste vondst FLORON-FWT. Enkele duizenden planten bijeen op de drooggevallen zandige oever van een spaarbekken in het waterwingebied noord van Enschede (256-474). De soort is recent ook nog aangetroffen op de tot dan toe enige Twentse groeiplaats, het Klein Lonnekermeer bij Hengelo. Zie ook Hofstra (1977).
Klein robertskruid (Geranium purpureum): Nieuw voor Twente. Industrieterrein Almelo-Wierden (238-487). Natte, vastgereden zand- en grindgrond. Naast de in de Heukels' genoemde kenmerken van deze neofiet noemt Hügin & al. (1995) onder meer nog: Lengte van de kelkbladnaalden: tot 1,2 mm; (bij Robertskruid (G. robertianum) 1,5-2,5 mm). Kelkbeharing: 1,0 mm lang; (bij Robertskruid bij tot 3,0 mm). De typische geur van Robertskruid ontbreekt. Zoals op de afbeelding is te zien, is de vrucht buikiger dan bij Robertskruid, terwijl de vruchtsteel bovenaan iets verdikt is.
Gingellikruid (Guizotia abyssinica): Tweede en derde vondst FLORON-FWT. Bij Wierden, op voormalige maïsakker (237-488); > 30 manshoge exemplaren met vruchten, geparasiteerd door Veldwarkruid. Bij Oldenzaal (263-478), ingezaaide berm.
Spits havikskruid (Hieracium lactucella): Rode lijst 1.Eerste vondst FLORON-periode. Bij Oldenzaal (261-483), aan de rand van een weiland onder prikkeldraad. De laatste Twentse vondst (255-496) dateert van 1979.
Zwaardrus (Juncus ensifolius): Tweede vondst Twente. Enkele planten aan een ven aan de Kennebroeksweg tussen Enschede en Losser (263-473).
Kleine margriet (Leucanthemum paludosum): Nieuw voor Twente. Bij Radewijk (246-509). Ruderale berm, ingang akker.
Witte veldbies (Luzula luzuloides): Rode Lijst 3. Derde vondst FLORON-FWT. Bij Oldenzaal (256-478); tientallen pollen op talud spoorweg.
Kruipkattenstaart (Lythrum junceum: Nieuw voor Twente. Almelo, op slootkant (241-487). 2 bloeiende en vruchtdragende exemplaren tussen Grote kattenstaart (L. salicaria).
Tuinbingelkruid (Mercurialis annua): Derde vondst FLORON-FWT. Nijverdal, industrieterrein (230-486).
Groot bronkruid (Montia fontana subsp. fontana): Eerste vondst FLORON-FWT. Oldenzaal, Tankenberg (261-482). Zie Meijden (1996).
Teer vederkruid (Myriophyllum alterniflorum): Rode Lijst 2. Eerste vondst in Twente na 1950! Enkele tientallen planten in een geschoond ven bij Beckum (244-469), samen met Pilvaren (Pilularia globulifera) en Duizendknoopfonteinkruid (Potamogeton polygonifolius). Teer vederkruid is altijd al (zeer?) zeldzaam geweest in Twente. Voor 1950 was ze bij ons van slechts 3 atlasblokken bekend (Weeda 1985).
Geel vogelpootje (Ornithopus compressus): Nieuw voor Twente. Inmiddels is deze nieuwkomer ook bij ons gesignaleerd: bij Nijverdal is ze aangetroffen in een droge zandige berm (226-487). Op de vliegbasis Twente (258-477) groeide ze in gezelschap van haar naaste verwanten Klein vogelpootje (O. perpusillus) en Serradelle (O. sativus). Waarschijnlijk is de soort hier aangevoerd met pootgoed van Zomereik (Quercus robur)uit Zuid-Europa. Zie ook Reijerse (1996).
Kale gierst (Panicum dichotomiflorum): Nieuw voor Twente. Bij Tilligte (262-492), aan de rand van een maïsakker. Zie ook Meijden (1996), Gorteria 22: 72: "Het is mogelijk dat in Nederland twee nauw verwante soorten zijn ingeburgerd." Het gaat daarbij dan om P. dichotomiflorum Michx. en P. schinzii Hack. ex Schinz (Ryves & al. 1996). Het Twentse materiaal moet nog worden onderzocht.
Spits fonteinkruid (Potamogeton acutifolius): Tweede vondst FLORON-FWT. Denekamp (265-488). Hier ook in 1988 gevonden.
Wilgfonteinkruid (Potamogeton x decipiens): Nieuw voor Twente. Rikkerink (240-475), in een bermsloot. Determinatie bevestigd door D.T.E. van der Ploeg.
Puntig fonteinkruid (Potamogeton mucronatus): Eerste vondst FLORON-FWT. In een slootje ten noorden van Goor (236-475).
Behaarde boterbloem (Ranunculus sardous): Tweede en derde vondst FLORON-FWT. Nijverdal, industrieterrein (230-486); industrieterrein Almelo-Wierden (239-487).
Grote vlotvaren (Salvinia molesta [syn. S. auriculata]): Derde vondst FLORON-FWT. (238-491). Uit weggeworpen aquariummateriaal. Werd vroeger steeds als Kleine vlotvaren (S. natans) gemeld, maar door ons als Grote vlotvaren (onder het synoniem S. auriculata) genoteerd.
Gevleugeld helmkruid (Scrophularia umbrosa): Overijsselse Vecht (230-504; 230-505); Lonnekerberg, aan een vochtig bospad (260-478). In de FLORON-periode waren tot nog toe van deze soort twee groeiplaatsen bekend.
Bastaardglidkruid (Scutellaria x hybrida): Na de eerste vondst in 1994 op de Hakenberg bij Oldenzaal nu ook bekend geworden van de Tankenberg en de Paasberg (261-483; 262-483). Zie Zijlstra (1995)
Bieslelie (Sisyrinchium bermudiana): Nieuw voor Twente. Op vochtige, open grond in recent vergraven SBB-terrein bij Beuningen (267-488). Onduidelijk is de status van deze vondst; de soort heeft zijn hoofdverspreiding in oostelijk Noord-Amerika en is in Europa mogelijk inheems in West-Ierland waar ze groeit aan meeroevers en in natte graslanden.
Drijvende egelskop (Sparganium angustifolium): Rode Lijst 1. Tweede vondst FLORON-FWT. Na schoonmaakwerkzaamheden teruggekeerd in de Bergvennen bij Denekamp (265-494).
Mottenkruid (Verbascum blattaria): Rode Lijst 4. Tweede en derde vondst FLORON-FWT. Hengelo (251-476); bij Oldenzaal (261-482). Adventief of verwilderd.
Melkviooltje (Viola persicifolia): Rode Lijst 1. Eerste vondst FLORON-FWT. (237-482). Zie Zijlstra (1995).
1 Dit taxon wordt niet meer erkend in Heukels' Flora van Nederland (Meijden 2005).
Beringen, R. & P. Bremer (1997). Paardenhaarzegge (Carex appropinquata) in Overijssel. Nieuwsbrief FLORON-FWT 16.
Hofstra, J.J. & E.J. Weeda (1977). Over de vegetatie met Elatine hexandra (Lapierre) DC. in de kleine plas van het Lonnekermeer. Gorteria 8: 193-206.
Horsthuis, M.A.P. (1997). Over een nieuwe groeiplaats van Draadgentiaan (Cicendia filiformis) in Twente. Nieuwsbrief FLORON-FWT 16.
Hügin, G., J. Mazomeit & P. Wolff (1995). Geranium purpureum, ein weit verbreiteter Neophyt auf Eisenbahnschotter in Südwestdeutschland. Floristische Rundbriefe 29: 37-41.
Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland. ed. 22.
Meijden, R. van der (2005). Heukels' Flora van Nederland. ed. 23.
Meijden, Ruud van der, Wout J. Holverda & Leni (H.) Duistermaat (1996). Nieuwe vondsten van zeldzame planten in 1993, 1994 en (ten dele) 1995. Gorteria 22.
Reijerse, F. (A.) I. (1996). Ornithopus compressus (Geel vogelpootje) in Noord-Limburg. Twee vindplaatsen dicht bijeen en toch onafhankelijk. Gorteri 22: 97.
Ryves, T.B., E.J. Clement & M.C. Foster (1996). Alien grasses of the British Isles, pp. 88-89.
Stolwijk, P.F. & O.G. Zijlstra (1995). Bijzondere vondsten FLORON-FWT 1994. Nieuwsbrief FLORON-FWT 13.
Stolwijk, P.F. & O.G. Zijlstra (1996). Excursieverslagen 1995. Nieuwsbrief FLORON-FWT 14.
Veen, K. van der, & P. Bremer (1997). Een eerste vondst van Trilgraszegge (Carex brizoides) in Twente. Nieuwsbrief FLORON-FWT 16.
Weeda, E.J. (1985). In: Mennema, J., A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate. Atlas van de Nederlandse flora. Deel 2: 217. Zeldzame en vrij zeldzame planten.
Zijlstra, O.G. (1995). Melkviooltje (Viola persicifolia) teruggevonden. Nieuwsbrief FLORON-FWT 13.
Zijlstra, O.G. (1995). Blauw x Klein glidkruid (Scutellaria x hybrida), nieuw voor Nederland. Nieuwsbrief FLORON-FWT 13.
Zijlstra, O.G. (1996). Scutellaria x hybrida Strail, nieuw voor Nederland. Gorteria 22: 89.