| Nieuwsbrief FLORON-FWT 17 | september 1997 |
O.G. Zijlstra, P.F. Stolwijk & C.G. Abbink-Meijerink
New records of interesting species found in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) in 1996, among them first records for Twente of Marsh-mallow (Althaea officinalis), Blue Pimpernel (Anagallis arvensis subsp. foemina), Argentine Fleabane (Conyza bonariensis), Green Buckwheat (Fagopyrum tataricum), Small Mallow (Malva pusilla), Small Nightshade (Solanum triflorum) and Lesser Chickweed (Stellaria pallida). New finds for the Flora Workgroup Twente include Plicate Sweet-grass (Glyceria notata), Holy-grass (Hierochloe odorata), Marsh Pea (Lathyrus palustris), Pennyroyal (Mentha pulegium) and Reflexed Stonecrop (Sedum reflexum). Mention is made too of a sixth find of Hampshire-Purslane (Ludwigia palustris).
Een belangrijk deel van de bijzondere vondsten uit 1996 zijn voortgekomen uit de inventarisaties van Corry Abbink (Vriezenveen) in reservaten
in het Vechtdal. Een aantal soorten met een noordelijke verspreiding bereikt hier in Nederland de zuidgrens van het Europese areaal.
Ook het provinciaal onderzoek heeft menige bijzonderheid opgeleverd. We noemen slechts Klimopwaterranonkel (Ranunculus
hederaceus), waarvan het aantal vindplaatsen in het afgelopen jaar van 19 op ruim 50 km-hokken is gebracht.
Verspreidingskaartje Klimopwaterranonkel.
Opmerkelijk zijn verder het aantal vondsten van Draadzegge (Carex lasiocarpa): 7 km-hokken;Klein fonteinkruid
(Potamogeton berchtoldii): 6 km-hokken; Stomp fonteinkruid (Potamogeton obtusifolius): 7 vondsten; Moeraszoutgras
(Triglochin palustris): 5 km-hokken.
Een inventarisatie van het kwelgebied bij Enter heeft duidelijke overeenkomsten te zien gegeven tussen dit gebied en het Herikervlier, een
kwelgebied aan de voet van de Herikerberg: Paarbladig fonteinkruid (Groenlandia densa): 3 km-hokken, Stijve waterranonkel
(Ranunculus circinatus): 4 km-hokken, Zittende zannichellia (Zannichellia palustris subsp. palustris): 3
km-hokken.
Het industrieterrein de Marssteden bij Enschede leverde nog een vondst van Oeverkruid (Littorella uniflora) en bij Denekamp werd
de zesde vondst in Twente van Waterlepeltje (Ludwigia palustris) gedaan.
De naamgeving in volgende lijst volgt Van der Meijden (1996). Waar van toepassing, zijn de namen uit de vorige druk tussen [ ] opgenomen.
Helm (Ammophila arenaria): Bij Mariënberg (233-502; 234-503; 235-502). Uit het gebied van de Overijsselse Vecht al van twee km-hokken bekend.
Blauw guichelheil (Anagallis arvensis subsp. foemina): Rode Lijst 4. Nieuw voor Twente. Diepenheim (234-468). Enkele tientallen planten op omgewerkte grond. Wellicht opgeslagen uit aan de oppervlakte gekomen zaad. Volgens de vinders is in ieder geval hier recent geen grond aangevoerd. Het betreft hier de 'echte' blauwe ondersoort en niet de blauwe vorm van Rood guichelheil (A. arvensis subsp. arvensis).
Zeeraket (Cakile maritima): Tweede vondst Twente. Industrieterrein Almelo-Wierden (239-487). Een exemplaar op aangevoerde zware grond.
Stijf struisriet (Calamagrostis stricta): Rode Lijst 4. Bij Hardenberg (236-508; 236-509; 237-508; 237-509). Eerder uit het gebied van de Reest bekend. De soort bereikt hier de zuidgrens van het Europese areaal.
Noordse zegge (Carex aquatilis): Rode Lijst 3. Bij Hardenberg (236-508; 237-508). Eerder uit het gebied van de Reest bekend. De soort bereikt hier de zuidgrens van het Europese areaal. Tussen Scherpe zegge (Carex acuta) langs een geul met Klein blaasjeskruid (Utricularia minor).
Trilgraszegge (Carex brizoides): Tweede en derde vondst Twente. Na de eerste vondst in 1995 bij Delden (Van der Veen & Bremer 1997), zijn er in 1996 twee nieuwe groeiplaatsen ontdekt: in een vochtig loofbosje aan de Dinkel bij de Beverborgsbrug (266-484) en op het landgoed Holthuis tussen Hengelo en Oldenzaal (257-478), langs een bospad.
Ronde zegge (Carex diandra): Tweede vondst FLORON-FWT. Bij Hardenberg (236-508; 236-509; 237-508; 237-509). Plaatselijk talrijk in trilveen, begeleid door onder meer Wateraardbei (Potentilla palustris) en Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata).
Carex x elytroides [Carex acuta x C. nigra]: Bij Hardenberg (235-508; 236-508); Lange Kampen (236-506). Meestal worden
planten gevonden waarin kenmerken van Scherpe zegge de overhand hebben, maar in km-hok 235-508 stond de vorm die meer op Zwarte
zegge (Carex nigra) lijkt.
Deze bastaard is goed herkenbaar aan de mengeling van kenmerken met als doorslaggevend kenmerk de huidmondjes aan beide zijden van het
blad. Bij droging zie je dan soms een golving in het blad door de verschillende soorten krommingen. Het blad weet als het ware niet of het
naar boven of naar beneden moet omvouwen.
Fraai duizendguldenkruid (Centaurium pulchellum): Rode Lijst 3. Bij Delden (246-475; 246-476), in wegberm; bij Borne (249-478); bij Enschede (260-469), aan oever van recent gegraven kikkerpoel; stationsemplacement Oldenzaal (260-481). Opmerkelijke vondsten van een soort, die we tot nu toe alleen van twee plekken bij Losser kenden.
Conyza bonariensis: Nieuw voor Twente. Enschede, Zonstraat (255-472).
Deze Fijnstraal, inheems in Zuid-Amerika en ingeburgerd in het zuiden van de Verenigde Staten en het Middellandse-Zeegebied, is
tussen 1875 en 1958 een tiental keren adventief in ons land aangetroffen, vooral bij wolfabrieken en graanpakhuizen. Enige jaren geleden is
een plant gevonden in Leiden; zie Meijden & al. (1996) als Erigeron bonariensis.
In Londen is de soort recent vrij talrijk op een aantal plaatsen aangetroffen (Wurzell 1994). Ze groeit hier
tussen plaveisel en op andere snel opwarmende plaatsen. Op de Enschedese vindplaats groeide een plant tussen klinkers aan de rand van een
parkeerplaats, in gezelschap van Klein knopkruid (Galinsoga parviflora), Varkensgras (Polygonum aviculare),
Straatliefdegras (Eragrostis pilosa) en Canadese fijnstraal (Conyza canadensis [syn. Erigeron
canadensis]).
Opvallend in vergelijking met de laatste zijn vooral de naar binnen gebogen zijtakken die tijdens de bloei duidelijk boven de hoofdstengel
uitsteken. De bloemhoofdjes zijn bijC. bonariensis breder, tot 1 cm., en de bloempjes grijsviolet van kleur. Verder zijn de bladen
grijsgroen en dragen de randen talloze gekromde, tot ½ mm lange haren. De bladranden van Canadese fijnstraal zijn verspreid bezet
met ca 1 mm lange, rechte haren.
Kamvaren (Dryopteris cristata): Derde vondst FLORON-FWT. In dichtgegroeid moerasje bij Bruchterveld (241-507).
Slanke waterbies (Eleocharis uniglumis): Langs een enkele jaren geleden geschoonde poel bij Beerzerhaar (232-503). Vrij veel planten samen met Gewone waterbies (Eleocharis palustris s.s.), Moerasbasterdwederik (Epilobium palustre) en Schildereprijs (Veronica scutellata).
Franse boekweit (Fagopyrum tataricum): Rode Lijst 0. Nieuw voor Twente. Bij Dedemsvaart (232-512; 232-513). (Abbink-Meijerink, Corry G. 1998)
Stomp vlotgras (Glyceria notata): Nieuw voor FLORON-FWT. Op kwelplek in het dal van de Kersberg bij Oud-Ootmarsum (256-493; 257-493), massavegetatie; havengebied Enschede in kwelslootje (255-471); tussen Tubbergen en Vasse (251-493; 252-493). Deze soort wordt licht aangezien voor Mannagras (Glyceria fluitans) en zal zeker meer te vinden zijn.
Spits havikskruid (Hieracium lactucella): Rode lijst 1. Tweede vondst FLORON-periode. Bij Rossum, Oude Broek (261-483), aan de rand van een weiland onder prikkeldraad.
Veenreukgras (Hierochloe odorata): Nieuw voor FLORON-FWT. Bij Dedemsvaart (228-515); De Krim (241-519). Ons was wel een vondst bekend bij Lemelerveld, net buiten Twente. De soort bereikt hier de zuid-oostgrens van het Nederlandse areaal, terwijl Nederland de zuidgrens vormt van het Europese areaal.
Engelse alant (Inula britannica): Rode Lijst 3. Tweede vondst FLORON-FWT. In het Junner Koeland bij Arriën (229-505). Twee populaties samen ca 90 planten tellend. De andere bij ons bekende vindplaats is enkele kilometers westelijker.
Moeraslathyrus (Lathyrus palustris): Nieuw voor FLORON-FWT. Bij Dedemsvaart (228-515). De soort bereikt hier, evenals de in hetzelfde terrein aangetroffen Veenreukgras, de zuid-oostgrens van het Nederlandse areaal.
Dichtbloemige kruidkers (Lepidium densiflorum): De Krim (241-519). Deze soort was tot nog toe alleen in Zuid-Twente, vooral rond Enschede, waargenomen.
Roggelelie (Lilium bulbiferum subsp. croceum): Rode Lijst 1. Nieuw voor FLORON-FWT. In oude boerentuin bij Denekamp (266-489). Mogelijk ooit 'uit het wild' overgeplant. Voor 1950 bekend van de omgeving Ootmarsum (Hattink, 1980).
Rond kaasjeskruid (Malva pusilla): Vriezenveen (238-490). Nieuw voor Twente. (Abbink-Meijerink 1998).
Polei (Mentha pulegium): Rode Lijst 1. Nieuw voor FLORON-FWT. In het Junner Koeland bij Arriën (229-505). Hier al langer bekend.
Akkerleeuwenbek (Misopates orontium): Rode Lijst 3. Tweede vondst FLORON-FWT. Industrieterrein Almelo-Wierden (239-487). Een plant op aangevoerde zandgrond.
Groot bronkruid (Montia fontana subsp. fontana): Tweede tot en met zesde vondst FLORON-FWT. Deze ondersoort is aangetroffen in en aan kwelslootjes bij Radewijk (244-507; 244-508; 245-508) en bij Geesteren (245-495; 245-496), waar ze voorkomt samen met onder meer Klimopwaterranonkel en Donkergroene basterdwederik (Epilobium obscurum). Lenski (1990) vermeldt voor aangrenzend Duitsland meer dan twintig 'Viertelquadranten' waarin ze recent is aangetroffen. Voor de 'splitters': het gaat hier net als bij ons om Montia fontana L. subsp. amporitana Sennen.
Verspreidingskaartje Groot bronkruid
Teer vederkruid (Myriophyllum alterniflorum): Rode Lijst 2. Tweede en derde vondst FLORON-FWT. Na de eerste vondst in 1995 (Stolwijk & Zijlstra 1997) op twee nieuwe lokaties ontdekt: bij Tilligte (261-492; 262-492), samen met massaal Naaldwaterbies (Eleocharis acicularis) en Pilvaren (Pilularia globulifera); en bij Denekamp (264-492) in een recent gegraven bospoel, begeleid door onder meer Waterlepeltje (Ludwigia palustris), Fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis), Ondergedoken moerasscherm (Apium inundatum) en Rosse vossenstaart (Alopecurus aequalis).
Kale gierst (Panicum dichotomiflorum): Berm bij Stokkum (229-467); braak terrein bij Hengelo (248-474). Na de eerste vondst in 1995 weer twee vondsten van deze inburgerende soort. Het materiaal staat echter onder verdenking P. schinzii te zijn. (Stolwijk & Zijlstra 1997)
Kleverige ogentroost (Parentucellia viscosa): Derde vondst Twente. Aan een slootkant langs de A1 bij Hengelo (249-478), met onder meer Echt duizendguldenkruid (Centaurium erythraea). Enkele kilometers westelijker, bij viaduct Letterveld, is ze bekend sinds 1985.
Ruige weegbree (Plantago media): Derde vondst FLORON-FWT. Enkele planten in grazige berm op kleigrond bij Delden (247-476).
Klein glidkruid (Scutellaria minor): Rode Lijst 2. Verheugend zijn de vondsten van deze soort bij Gramsbergen (242-511; 244-511), in heischrale bermen. De tegenwoordig zeer zeldzame soort was in de wijde omgeving nooit eerder aangetroffen. Ze staat onderin het talud en wordt hier begeleid door Struikhei (Calluna vulgaris), Dophei (Erica tetralix), Tandjesgras (Danthonia decumbens) en Zwarte zegge. Op de Lonnekerberg is een vierde km-hok (258-476) met deze soort gevonden.
Tripmadam (Sedum reflexum): Rode Lijst 3. Nieuw voor FLORON-FWT. Bij Mariënberg (235-502), in droge, zandige berm, samen met Grote tijm (Thymus pulegioides), Geel walstro (Galium verum), Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga) en Grasklokje (Campanula rotundifolia). De soort was in deze omgeving twintig jaar geleden voor het laatst gezien. De groeiplaatsen aan de Dinkel zijn alle verdwenen.
Blauw walstro (Sherardia arvensis): Rode Lijst 3. Tweede vondst FLORON-periode. Bij Tubbergen (249-493). Enkele exemplaren langs een greppel onder bomen. Waarschijnlijk aangevoerd bij de aanleg van een rotonde.
Driebloemige nachtschade (Solanum triflorum): Nieuw voor Twente. Industrieterrein Almelo-Wierden (238-487), op aangevoerd zand.
Kleinste egelskop (Sparganium natans): Rode Lijst 3. Tweede vondst FLORON-FWT. Haaksbergerveen (250-459), in slenkjes en aan de randen van veenplasjes. In ons district verder alleen bekend van het Teeselinkven bij Neede.
Duinvogelmuur (Stellaria pallida): Nieuw voor Twente. Deze wel altijd over het hoofd geziene voorjaarsbloeier blijkt in Enschede een vrij gewone soort van kortgrazige, min of meer open zandige bermen, gazons en perkjes (254-470; 254-471; 254-472; 254-473; 255-471; 255-472; 256-471). Ook in Haaksbergen gevonden, op zandig grind (247-464). Zie Haveman & al. 1997.
Moerasvaren (Thelypteris palustris): Derde vondst FLORON-FWT. Asbroek bij Beckum (248-468). Grote groeiplaats, ca 200 m2, in Elzenbroekbos.
Abbink-Meijerink, Corry G. (1998). Een eerste vondst van Franse boekweit (Fagopyrum tataricum) in Twente. Nieuwsbrief FLORON-FWT 18.
Abbink-Meijerink, Corry G. (1998). Verwarring rond kleinbloemige kaasjeskruiden. Nieuwsbrief FLORON-FWT 18.
Hattink, Th.A. (1980). In: Mennema, J., A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate, Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 1: 143. Uitgestorven en zeer zeldzame planten.
Haveman, R., J.H.P. Bruinsma & J. Spronk (1997). Over het binnenlandse optreden van pallida (Dumort.) Piré (Duinvogelmuur). Gorteria 23: 76-82.
Lenski, H. (1990). Farn- und Blütenpflanzen des Landkreises Grafschaft Bentheim, p. 51.
Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland. Ed. 22.
Meijden, Ruud van der, Wout J. Holverda & Leni (H.) Duistermaat (1996). Nieuwe vondsten van zeldzame planten in 1993, 1994 en (ten dele) 1995. Gorteria 22.
Plate, C.L. (1985). In: Mennema, J., A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate, Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 2: 95. Zeldzame en vrij zeldzame planten.
Stolwijk, P.F. & O.G. Zijlstra (1997). Bijzondere vondsten FLORON-FWT 1995. Nieuwsbrief FLORON-FWT 16.
Veen, Klaas van der, & Piet Bremer (1997). Een eerste vondst van Trilgraszegge (Carex brizoides) in Twente. Nieuwsbrief FLORON-FWT 16.
Wurzell, B. (1994). A history of Conyza in London. BSBI News 65: 34-39.