| Nieuwsbrief FLORON-FWT 17 | september 1997 |
O.G. Zijlstra & P.F. Stolwijk
Report of the field meetings in 1989 of the Flora Workgroup Twente (FWT) (prov. of Overijssel, the Netherlands).
De Lutte, 11 mei 1996; 11 deelnemers.
Tijdens onze voorjaarsexcursie bezochten we drie km-hokken oost van De Lutte. Het eerste
km-hok (265-482, Lage Hoek) leverde 189 soorten op. In houtwallen vonden we onder meer
Bosanemoon (Anemone nemorosa), Muskuskruid (Adoxa moschatellina)
en Grote muur (Stellaria holostea). De berm van de Losserse dijk bleek hier en
daar heischraal, met Struikhei (Calluna vulgaris), Stekelbrem
(Genista pilosa) en Blauwe knoop (Succisa pratensis). Driekleurig
viooltje (Viola tricolor) en Bittere wilg (Salix purpurea)
verraadden de nabijheid van de Dinkel. In het loofbosje langs de Bloemenbeek bij boerderij
'op Aust' zagen we Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon), Bittere
veldkers (Cardamine amara), Witte klaverzuring (Oxalis acetosella),
Dubbelloof (Blechnum spicant) en (het van hier al bekende) Verspreidbladig
goudveil (Chrysosplenium alternifolium).
Tot onze verrassing ontdekten we aan een rechtgetrokken traject van de Bloemenbeek langs de
Beuningerstraat (264-482) een nieuwe groeiplaats van Verspreidbladig goudveil. Vlakbij
het beginpunt gekomen tenslotte vonden we onderaan het talud van de zuidelijke berm van de
weg Oldenzaal-Gildehaus een populatie Blauwe zegge (Carex panicea) en een enkel
exemplaar Schraallandpaardenbloem (Taraxacum celticum s.l., microsoort T.
frugale).
's Middags noteerden we in km-hok 267-481 (De Poppe) nog 150 soorten, voornamelijk langs het
spoor. Kaal breukkruid (Herniaria glabra), Akkerhoornbloem (Cerastium
arvense) en Driekleurig viooltje waren hier de leukste soorten.
Rijssen, 9 juni 1996; 8 deelnemers.
Tijdens de excursie werden 4 km-hokken aangedaan.
In 233-482 ('t Mensink) noteerden we de meeste soorten: 169. De leukste vondst in dit hok
betrof een aantal forse planten Gevlekte scheerling (Conium maculatum) aan het
spoor. Langs de weg Rijssen-Wierden zagen we Hertshoornweegbree (Plantago
coronopus) en Deens lepelblad (Cochlearia danica). Km-hok 233-483
(Grimbergerveld) leverde 142 soorten op. In de berm van de Grimbergerweg troffen we onder
meer Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis), Oostenrijkse kers
(Rorippa austriaca), Hemelsleutel (Sedum telephium) en
Koningsvaren (Osmunda regalis) aan. In de naast gelegen sloot vonden we hier en
daar Rosse vossenstaart (Alopecurus aequalis). In 232-483 (Notter) werd
laatstgenoemde soort ook gezien. Van de overige 77 soorten die we in dit km-hok streepten,
waren Oostenrijkse kers en Valse akkerkers (Rorippa x armoracioides) wel
de leukste. Valse akkerkers vonden we ook in 232-482 (Grimberger hooilanden); deze
hybride kennen we inmiddels van 26 km-hokken. Aardige soorten in het laatste km-hok (97
soorten) waren verder Zandzegge (Carex arenaria) en Koningsvaren.
Dedemsvaart, 22 juni 1996; 4 deelnemers.
Het doel van deze excursie: voor ons tot dan toe onbekend terrein, het grensgebied met
Drenthe in het uiterste noordwesten van ons district, bleek een goede keus.
Voor het eerst noteerde de werkgroep Moeraslathyrus (Lathyrus palustris); we
vonden tientallen planten aan de rand van verruigd rietland ten zuiden van het riviertje de
Reest (228-515). Ook groeide hier plaatselijk Veenreukgras (Hierochloe
odorata). Onze laatste vondst van deze soort dateerde van 1987, bij Hankate. In een
naastgelegen onbemest grasland streepten we tien Zegge-soorten, waaronder Blauwe zegge
(Carex panicea), Geelgroene zegge (Carex oederi subsp. oedocarpa)
en de zeldzame Draadzegge (Carex lasiocarpa). De Reest leverde onder meer vier
Fonteinkruiden op: Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans). Tenger
fonteinkruid (Potamogeton pusillus). Haarfonteinkruid (Potamogeton
trichoides) en Plat fonteinkruid (Potamogeton compressus). De laatste lijkt
in ons district beperkt tot het gebied ten noorden van de Overijssels Vecht.
Vermeldenswaard zijn verder Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) in een
berm en Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus), Kruipganzerik
(Potentilla anglica) en Kleine varkenskers (Coronopus didymus) op een
begraafplaats van Noord-Stegeren (228-514).
Stokkum, gem. Markelo, 31 augustus 1996; 10 deelnemers.
Doel van deze excursie was de (noordelijke) oever van het Twentekanaal, twee km-hokken waarin
nog weinig geïnventariseerd was.
De oever bleek niet bijster interessant. De belangrijkste vondsten werden gedaan aan de
Kooidijk en aan de spoorlijn met de bermsloten: Bitterkruid (Picris
hieracioides); Groot warkruid (Cuscuta europaea), hier van 1986 al bekend;
Gewone duivenkervel (Fumaria officinalis), in Twente minder algemeen dan
Middelste duivenkervel (Fumaria muralis); Loos blaasjeskruid
(Utricularia australis) en Rode waterereprijs (Veronica catenata), beide
uit deze omgeving al bekend; Oeverzegge (Carex riparia), Kleine lisdodde
(Typha angustifolia) en Bultkroos (Lemna gibba), in Twente niet
algemeen, maar uit deze streek ook al bekend.
De opmerkelijkste vondst betreft Kale gierst (Panicum dichotomiflorum) of een
naaste verwant: Panicum schinzii.