Nieuwsbrief FLORON-FWT 18 maart 1998


Boekbespreking

J.W. Bielen

Klaus Kaplan & Armin Jagel. Atlas zur Flora der Kreise Borken, Coesfeld und Steinfurt - eine Zwischenbalanz. Metelener Schriftenreihe für Naturschutz Heft 7.
Biologisches Institut Metelen e.V. Forschungseinrichtung für Biotop- und Artenschutz, Metelen, 1997. 261 pag., 20 x 30 cm., DM 30,00.
Te verkrijgen bij het Biologisches Institut Metelen e.V., Samberg 65, D-48629 Metelen, BRD.


Abstract

Book Review.
A comparison is made of the flora in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) and adjacent Germany.



Hoewel bovengenoemde publicatie slechts een tussenstand is, valt er voor Twentse floristen reeds veel te genieten. Het is een verspreidingsatlas voor de hogere planten van het noordwestelijk deel van Westfalen. Deze streek ligt ten zuiden van het Graafschap Bentheim. De oostgrens ligt ter hoogte van Lengerich. De zuidgrens loopt globaal vanaf Bocholt naar het oosten.
Tot nu toe konden we voor verspreidingsgegevens van dit gebied slechts terecht bij de "Atlas der Farn- und Blütenpflanzen der BRD" (Haeupler, H. & P. Schönfelder 1988). Deze atlas werkt echter met een veel grotere schaal en de kartering was nog verre van volledig. Ook konden we wel gebruik maken van de publicatie van Runge (1990). Maar dit is een flora die uitsluitend verspreidingsgegevens bevat en alleen citeert uit de literatuur. Een karteringsprojekt vormt er dus niet de grondslag van. Voor vooral het noordelijke deel van het gebied konden we sinds kort ook gebruik maken van de flora van Weber (1995). Dit is een echte determinatieflora met bovendien veel en soms gedetailleerde verspreidingsgegevens.
De nu verschenen verspreidingsatlas is hoofdzakelijk het resultaat van karteringsonderzoek lopend van 1989 tot 1997. Vroegere gegevens zijn ontleend aan de literatuur. De literatuurlijst bevat dan ook ruim 450 titels.
De gekarteerde oppervlakte bedraagt 4300 km2. Voor het Graafschap Bentheim is dit 980 km2 en voor het FLORON-district Twente 1870 km2. De gehanteerde karteringseenheid is het "Viertelquadrant" (VQ): ca. 2,8 x 2,8 = 7,8 km2, d.w.z. een-zestiende deel van een kaartblad van de "Topographische Karte" 1 : 25.000.
De kern van het boek vormen de verspreidingkaartjes van ongeveer 1150 taxa. Gelukkig zijn deze alfabetisch op de wetenschappelijke naam gerangschikt. Er wordt onderscheid gemaakt naar vondsten in vier perioden. Sporadisch zijn er toelichtingen bij de afzonderlijke kaartjes.

In de eerste inleidende hoofdstukken wordt enige algemene informatie gegeven over wat je zoal uit de kaartjes kan aflezen. Genoemd worden het bepalen van areaalgrenzen, de invloed van de bodem op de verspreidingspatronen, de veranderingen in de flora in de loop der tijd.
Om een idee te geven van de volledigheid van de kartering is een kaart opgenomen met in elk VQ het aantal geregistreerde taxa. Een VQ met meer dan 250 taxa wordt hier meestal als matig tot goed geïnventariseerd beschouwd. Overigens zijn volgens de auteurs in de zandgebieden ongeveer 280 tot 350 en in de "betere" VQ's met meer verschillende biotopen 350 - 500 taxa te verwachten. De kalkgebieden herbergen de grootste aantallen soorten; zo is het VQ met de Waldhügel bij Rheine het rijkst met 776 waargenomen taxa.
De atlas wordt uitdrukkelijk voorlopig genoemd. Er zijn dan ook gemakkelijk soorten bij te vinden, zo heeft recensent geconstateerd. Een kort bezoek in 1995 aan drie kleine bosjes in VQ 3613.41 (met in de atlas 452 soorten) leverde een lijstje met 138 soorten. Daarvan blijken er nu in de atlas negen niet vermeld. Het betreft toch gewone, makkelijk te onderscheiden soorten als: Geel nagelkruid (Geum urbanum), Moerasandoorn (Stachys palustris), Drienerfmuur (Moehringia trinervia), Grote keverorchis (Listera ovata). De auteurs beschouwen deze atlas dan ook als een aanmoediging tot verder karteren, maar vooral toch van de kritische soorten en ondersoorten. Ook de nog niet zo lang in Westfalen ingeburgerde soorten zijn volgens de auteurs onvoldoende gekarteerd.

Deze atlas is sober uitgevoerd, hetgeen de prijs redelijk houdt. Ik mis wel een overzichtskaart met enige topografische aanduidingen. Nu moet je eigenlijk in het bezit zijn van kaartbladen van de Topographische Karte om de informatie van de verspreidingskaartjes te kunnen plaatsen.
In 1990 verscheen de Atlas van het Graafschap Bentheim (Lenski 1990) (zie ook Bielen 1991), waarin gegevens te vinden zijn over de in Niedersachsen gelegen traditionele excursiegebieden van Twentse floristen. Met het nu verschenen werk beschikken we nu ook over een gegevensbron voor in Westfalen gelegen excursieterreinen. Voorbeelden daarvan zijn: de Buchenberg bij Burgsteinfurt, de Schöppingerberg, de Waldhügel en de Intruperberg bij Lengerich.
FLORON-FWT heeft in 1994 een excursie gemaakt naar de Buchenberg. Het soortenlijstje van deze en enige voor- en na-excursies in dit gebied is toen, te samen met een drietal Nieuwsbrieven, naar Metelen gestuurd. Als gevolg daarvan vinden we in de literatuurlijst van de besproken uitgave van elke redacteur van de Nieuwsbrief FLORON-FWT een artikel geciteerd. U ziet: het is de moeite waard in onze Nieuwsbrief te publiceren!

Bij het doorbladeren van deze atlas zijn ons direct al enige aardige bijzonderheden opgevallen. Zo lezen we dat Geel cypergras (Cyperus flavescens) recent niet meer in het gebied werd aangetroffen en ook daar dus blijkbaar is uitgestorven. De voor deze streek in 1987 gemelde en door Weeda (1994) geciteerde vondst bleek helaas niet juist te zijn. Het betrof C. eragrostis, een uit tropisch Amerika afkomstige introducé. We zien drie VQ's waar Koprus (Juncus capitatus) nog is aangetroffen. Deze voor Nederland als min of meer uitgestorven beschouwde soort is afgelopen jaar ook weer in Twente gezien (Horsthuis 1997).
Vanzelfsprekend worden er in dit deel van Westfalen (met ± 1150 taxa) ook soorten gemeld die niet in Twente (met ± 1110 taxa) of zelfs in Nederland voorkomen. Dit komt vooral omdat we in Twente geen kalkrijke ondergrond aantreffen. We missen bijvoorbeeld talrijke orchideeën die wel bij onze directe oosterburen voorkomen. Het zijn dikwijls zuidelijke (submediterrane) soorten die hier hun noordelijke areaalgrens bereiken.
We vinden er ook een aantal soorten met een continentale verspreiding. De nooit in Nederland aangetroffen soort Equisetum pratense, die al in de buurt van Rheine voorkomt, groeit echter op plaatsen met voedselrijke, kalkarme, zandige tot lemige bodem. Ook Corydalis intermedia (meestal op kalkhoudende grond) heeft zijn westelijke areaalgrens nog net in het geïnventariseerde gebied, terwijl de continentale soort Schedegeelster (Gagea spathacea), meestal op kalkarme bodem voorkomend, net in Twente haar westelijke areaalgrens bereikt.
Omgekeerd bereiken enige atlantische soorten hier in Westfalen de oostelijke grens van hun areaal. Het zijn meestal planten van voedselarme, natte biotopen. Als voorbeeld daarvan noemen we Witte waterranonkel (Ranunculus ololeucos).
Er zijn soorten waarvan het verspreidingsbeeld aansluit bij dat in Twente. Net als bij ons is aan het verspreidingskaartje van Deens lepelblad (Cochlearia danica) de ligging van de grote autowegen af te lezen.
Voor Straatliefdegras (Eragrostis pilosa) wordt slechts een VQ aangegeven. De schrijvers verbazen zich hier ook over, omdat zij kennis genomen hebben van een artikel in onze nieuwsbrief (Stolwijk 1992) waarin ruim 120 km-hokken voor deze soort worden gemeld voor Twente. Inmiddels zijn van deze soort 231 km-hokken in Twente bekend.


Literatuur

Bielen, J.W. (1991). Boekbespreking. Nieuwsbrief FLORON-FWT 4.

Haeupler, H. & P. Schönfelder (1988). Atlas der Farn- und Blütenpflanzen der Bundesrepublik Deutschland.

Horsthuis, M.A.P. (1997). Over een nieuwe groeiplaats van Koprus (Juncus capitatus Weigel) in Nederland. Stratiotes 15: 3-15.

Lenski, H. (1990). Farn- und Blütenpflanzen des Landkreises Grafschaft Bentheim.

Runge, F. (1990). Die Flora Westfalens.

Stolwijk, P.F. (1992). Liefdegras (Eragrostis) in Twente. Nieuwsbrief FLORON-FWT 7.

Weber, H.E. (1995). Flora von Südwest-Niedersachsen und dem benachbarten Westfalen.

Weeda, E.J., R. Westra, Ch. Westra & T. Westra (1994). Nederlandse oecologische flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 271.