| Nieuwsbrief FLORON-FWT 18 | maart 1998 |
P.F. Stolwijk & J.W. Bielen/p
Report of the field meetings in 1997 of the Flora Workgroup Twente (FWT) (prov. of Overijssel, the Netherlands).
Weerselo, 26 april; 9 deelnemers.
Een voorjaarsexcursie bedoeld om enkele kleinere bosjes te bekijken op hun vroege flora. We
hebben ons in twee groepen gesplitst.
De groep onder leiding van Jacques Bielen bekeek bosjes aan de Noordmorsweg (km-hokken
251-485 en 252-485). In het eerst genoemde hok waren al 116 soorten bekend; we hebben er 35
aan toegevoegd. De meest interessante waren Zompzegge (Carex curta) en
Mispel (Mespilus germanica). In het andere hok waren 91 soorten bekend; er zijn
er 43 bij gevonden. De belangrijkste waren Tweerijige zegge (Carex disticha),
Groot heksenkruid (Circaea lutetiana) en Mispel.
Pieter en zijn mensen bekeken de omgeving van de Hondeveldsweg. In 253-484 werden 42 nieuwe
soorten toegevoegd aan de 168 al bekende. Behalve enige nieuwe vindplaatsen van algemenere
bosplanten zoals Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon), Bleeksporig
bosviooltje (Viola riviniana) en Witte klaverzuring (Oxalis
acetosella) vonden we ook tot onze verrassing een ons onbekende populatie van Slanke
sleutelbloem (Primula elatior). In 254-484 waren 7 soorten bekend; we hebben er
146 bij gestreept. We noemen hiervan: Muskuskruid (Adoxa moschatellina),
Groot heksenkruid, Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis),
Reuzenzwenkgras (Festuca gigantea), Gele dovenetel, Ruige
veldbies (Luzula pilosa), Bosgierstgras (Milium effusum), Witte
klaverzuring, Kleine valeriaan (Valeriana dioica).
Eerder Achterbroek, 31 mei; 10 deelnemers.
Een groep onder leiding van Pieter Stolwijk bekeek km-hok 228-500, waaruit we nog geen enkel
gegeven hadden. De oogst was niet overweldigend. We hebben 168 taxa gestreept. De aardigste
soorten waren Wouw (Reseda luteola) aan een pad, Bruine snavelbies
(Rhynchospora fusca) op een plagplaats in de heide, Zeegroene muur
(Stellaria palustris) aan een kwelsloot, Valse salie (Teucrium
scorodonia) aan een bosrand. Op een plek troffen we verwilderd een exemplaar van
Vederesdoorn (Acer negundo), een soort die aan het inburgeren is op kribben in
het gebied van Rijn en Waal, maar hier wel een relict uit cultuur zal zijn. Wellicht geldt
dat ook voor een exemplaar van Taxus (Taxus baccata).
De andere groep aangevoerd door Otto Zijlstra kamde het eveneens lege km-hok 229-500 uit, met
179 taxa als resultaat. Onder de 7 gevonden zeggesoorten waren Zandzegge (Carex
arenaria) en Tweerijige zegge de aardigste. Ook Otto en de zijnen vonden
Wouw en bovendien Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens). Op de heide
stond Stekelbrem (Genista anglica), een soort die het moeilijk heeft zich te
handhaven, maar na beheerswerkzaamheden nog tamelijk vaak weer te voorschijn komt. Op een
plagplaats ook in dit hok Bruine snavelbies.
Na de middagpauze gingen de overgebleven deelnemers naar Arriƫn, aan de noordkant van de
Vecht.
In km-hok 227-504 noteerden we 184 taxa. Later in het seizoen heeft Piet Vogelzang dit aantal
nog met 93 soorten weten uit te breiden.
De eerste soort die wegens ontbrekende bloei problemen gaf bij de determinatie, stond op een
aan een droog bosje grenzende steilrand. Het bleek uiteindelijk Engels alant (Inula
britannica) te zijn, in ons district een unieke soort en de enige soort die ons al (van
Piet Bremer) uit dit hok bekend was.
Verder stonden hier en in het aangrenzende schrale grasland Gewone bermzegge (Carex
spicata), Zandzegge, Geel walstro (Galium verum),
Viltganzerik (Potentilla argentea), Knolboterbloem (Ranunculus
bulbosus), Gekroesde paardebloem (Taraxacum tortilobum), Lange
ereprijs (Veronica longifolia). In een nat stukje aan de Vecht vonden we
Schildereprijs (Veronica scutellata), en de bastaard van Scherpe zegge
(Carex acuta) en Zwarte zegge (Carex nigra) (= Carex x
elytroides).
Het bosje leverde nog Wegedoorn (Rhamnus cathartica) op en de bastaard tussen
Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en Tweestijlige meidoorn
(Crataegus laevigata) (= Crataegus x media).
De grondige inventarisatie van Piet Vogelzang leverde nog de volgende leuke soorten op:
Kromhals (Anchusa arvensis), Knikkend tandzaad (Bidens cernua),
Zeegroene ganzenvoet (Chenopodium glaucum), Groot warkruid (Cuscuta
europaea), Kompassla (Lactuca serriola), Steenkruidkers (Lepidium
ruderale), Waterpostelein (Lythrum portula), Hertshoornweegbree
(Plantago coronopus), Gevleugeld helmkruid (Scrophularia umbrosa),
Rode waterereprijs (Veronica catenata) en Vreemde ereprijs (Veronica
peregrina).
Enter, 28 juni; 4 deelnemers.
Deze excursie was met name bedoeld om de waterplantenvegetatie te bekijken. In 1996 had
Melchior van Tweel in dit gebied o.a. Stijve waterranonkel (Ranunculus
circinatus), Paarbladig fonteinkruid (Groenlandia densa),
Naaldwaterbies (Eleocharis acicularis) gevonden.
Het viel nog niet mee om deze soorten weer aan te treffen. Het water en de oevers van de
Regge zagen er treurig uit. Gelukkig was het beter gesteld in enkele leidingen.
In 236-480 hebben we 140 nieuwe soorten genoteerd, waaronder Stomphoekig sterrekroos
(Callitriche obtusangula), Tweerijige zegge, Ruw walstro (Galium
uliginosum), Schedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus). Van Tweel vond
hier Oeverzegge (Carex riparia), Naaldwaterbies en Stijve
waterranonkel, die wij hier echter niet hebben gezien.
In 236-479 schreven we 111 nieuwe soorten bij. Stomphoekig sterrekroos en
Schedefonteinkruid. Gekroesd fonteinkruid (Potamogeton crispus),
Tenger fonteinkruid (Potamogeton pusillus), Haarfonteinkruid
(Potamogeton trichoides) en Paarbladig fonteinkruid konden we echter niet
terugvinden.
Km-hok 237-478 leverde 50 nieuwe soorten op. Hier vonden we eindelijk de door Van Tweel al
geziene soorten Paarbladig fonteinkruid, Tenger fonteinkruid en Stijve
waterranonkel. Bovendien konden we Grof hoornblad (Ceratophyllum demersum),
Aarvederkruid (Myriophyllum spicatum) en Veelwortelig kroos
(Spirodela polyrhiza) strepen.
Witte Paal, 13 september; 6 deelnemers.
In 232-508, een gebied met droog, soortenarm bos en aardappelakkers, hebben we 178 soorten
genoteerd. De excursieleider hield de aardappelakker al gauw voor gezien, maar dank zij het
feit dat Piet Vogelzang afweek van de voorgeschreven route, deed hij de vondst van de dag. In
de halfverharde berm naast de akker stonden ruim 60 planten Riempjes (Corrigiola
litoralis). In het bos verder nog Bosdroogbloem en aan een zandwinplas
Naaldwaterbies.
In hok 233-508 bezochten we voornamelijk een vochtig heideterreintje met Draadrus
(Juncus filiformis). Later in het seizoen vond Corry Abbink hier nog Lavendelheide
(Andromeda polifolia), Scherpe x Zwarte zegge (Carex x elytroides) en
Klein blaasjeskruid (Utricularia minor). Aan de weg Ommen-Hardenberg stond nog:
Steenkruidkers, Hertshoornweegbree, Stomp kweldergras (Puccinellia
distans subsp. distans) en Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens).
Aan de excursies hebben deelgenomen:
Corry Abbink, Elly Arends, Jacques Bielen, Wytze Boersma, Jaap Groot, Henry Ludwig, Hennie
Meutstege, Jan Meutstege, Jo Schunselaar, Peter Spee, Pieter Stolwijk, Piet Vogelzang, Gerrit
Welgraven, Wil Zeldam, Otto Zijlstra.