| Nieuwsbrief FLORON-FWT 18 | maart 1998 |
Corry G. Abbink-Meijerink
The differences between Dwarf Mallow (Malva neglecta), Least Mallow (M. parviflora) and Small Mallow (M. pusilla) are discussed.
In oktober 1993 vond ik te Wierden (km-hok 238-487) langs een voetpad een kaasjeskruid met
zeer kleine bloemen. Determinatie met de Heukels' Flora (Meijden
1996) deed me uitkomen op Kleinbloemig kaasjeskruid (Malva parviflora): de
bloemen waren zeer klein en de vruchten hadden een scherp randje.
De plant heb ik ter nadere controle aan Pieter Stolwijk afgegeven, maar hij vond toen geen
aanleiding om aan mijn determinatie te twijfelen. Publicatie volgde in de Nieuwsbrief
FLORON-FWT (Zijlstra & al. 1994).
In oktober 1996 vond ik opnieuw een kleinbloemig kaasjeskruid, nu te Vriezenveen (km-hok
238-490). Er stonden zeker 10 exemplaren, bloeiend en vruchtdragend, naast een
mestopslagplaats bij de ingang van een perceel aardappelen. De planten waren buitengewoon
sterk ontwikkeld, ongeveer 90 cm hoog. Rondom was veel Grote brandnetel (Urtica
dioica) aanwezig.
Weer kwam ik uit op Kleinbloemig kaasjeskruid. Wel hadden de planten uit Wierden en
Vriezenveen de zeer kleine bloemen gemeen, maar ze waren voor het overige duidelijk
verschillend. De bloemen van de Vriezenveense plant waren zeer klein, de vruchten waren
duidelijk gevleugeld en de randen van de vleugels maakten een golvende lijn die duidelijk van
de ene vrucht in de andere overging. Dan was er maar een mogelijkheid: ik had nu het echte
Kleinbloemig kaasjeskruid gevonden. Daarmee stond voor mij vast dat de eerder gevonden
plant geen Kleinbloemig kaasjeskruid kon zijn.
Zou die plant dan Rond kaasjeskruid (Malva pusilla) kunnen zijn, de andere
soort met zeer kleine bloemen?
Dat was echter niet in overeenstemming met een aantal andere kenmerken die in diverse Flora's
gegeven worden, zoals lengte van de bijkelkbladen, beharing en netvormige structuur van de
vruchtjes, lengte van de vruchtstelen en bewimpering van de nagel (Heukels 1915; Van Ooststroom 1970; Van der Meijden 1983; Stace 1991; Rothmaler 1990; Senghas 1993). Het probleem was
dat ik geen materiaal of goede tekeningen van Kleinbloemig kaasjeskruid en Rond
kaasjeskruid tot mijn beschikking had.
Daarom werd bij het Rijksherbarium een publicatie opgevraagd over genoemde kaasjeskruiden
(Kakowski & Morrison 1989).
Dit artikel bracht de oplossing. Het bevatte afbeeldingen van de vruchten van enige
kaasjeskruiden. Tot mijn verrassing herkende ik twee afbeeldingen onmiddellijk: Klein
kaasjeskruid (Malva neglecta) en Rond kaasjeskruid.
Het werd mij duidelijk; ik had een verkeerde uitgangspositie gekozen. Ik had de plant moeten vergelijken met mijn materiaal van Klein kaasjeskruid. Deze soort vind ik wel vaker rond Vriezenveen. Behalve de zeer kleine bloemen waren de overige kenmerken van de plant in overeenstemming met die van Klein kaasjeskruid. Veel planten vormen onder bepaalde omstandigheden kleinere bloemen dan normaal. De vondst uit 1993 te Wierden was dus geen Kleinbloemig kaasjeskruid, maar Klein kaasjeskruid.
Nu de plant die ik in oktober 1996 te Vriezenveen gevonden had.
De afbeelding van de vruchten bracht mij op het eerste gezicht op Rond kaasjeskruid,
maar klopten de overige kenmerken ook? De publicatie vermeldde de volgende kenmerken:
| Kleinbloemig kaasjeskruid |
|
| Rond kaasjeskruid |
|
| kaasjeskruid Vriezenveen 1996 |
|
De plant was op de sterk verrijkte grond fors uitgegroeid en dat maakte beoordeling van de kenmerken moeilijk. Ik kwam tot de conclusie dat wat ik gevleugeld noemde, slechts een scherpe rand was. In hoeverre de vruchtkelk vergroot was, vond ik moeilijk te bepalen, want wat de ene (nauwelijks) vergroot vindt, is in de ogen van de ander sterk vergroot.
De plant van Wierden (km-hok 238-487; 1993) is Klein kaasjeskruid; hiermee is de
vermelding bij Zijlstra & al. (1994) gerectificeerd.
De plant van Vriezenveen (km-hok 238-490; 1996) is Rond kaasjeskruid.
Heukels, H. (1915). Flora van Nederland. pp.445-447.
Kakowski, R.M.D. & I.N. Morrison (1989). The biology of Canadian weeds 91. Malva pusilla Sm. (= M. rotundifolia L.). In: Canadian Journal of Plant Science 69: 861-879.
Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland, p. 163.
Ooststroom, S.J. van (1970). Heukels-Van Ooststroom. Flora van Nederland, p. 403.
Rothmaler, W. (1994). Exkursionsflora von Deutschland. Band 2: 243
Senghas, K., & S. Seybold (1993). In: Schmeil-Fitschen. Flora von Deutschland, p. 383.
Stace, C. (1991). New Flora of the British Isles, pp. 259-262.
Zijlstra, O.G., P.F. Stolwijk & J.W. Bielen (1994). Bijzondere vondsten FLORON-FWT 1993. Nieuwsbrief FLORON-FWT 11.