| Nieuwsbrief FLORON-FWT 18 | maart 1998 |
P.F. Stolwijk
The history of Narrow-leaved Pepperwort (Lepidium ruderale) in Twente (Prov. of Overijssel, the Netherlands) is discussed. It appears that the species has found a new type of habitat along motorways. In this respect it behaves like Danish Scurvygrass (Cochlearia danica).
De eerste vondsten van Steenkruidkers (Lepidium ruderale) door de Floristische Werkgroep Twente dateren van 1982: Hengelo (km-hokken 250-473, 250-474 en 251-473), "open grond langs fietspad en tussen trottoirtegels", zoals op het meldingskaartje staat. Op deze vondsten is de opgave in de Atlas van de Nederlandse Flora gebaseerd (Van den Ham 1985). Dit was echter niet de eerste vondst in Twente. Florbase bevat een vondst bij Enschede (260-475), gedaan door C. Koelers, R. Kwak en A. Morters; deze vondst is echter niet in de Atlas opgenomen. Zeker was de soort destijds hier heel zeldzaam.
In de periode 1983 tot en met 1988 komen er 10 km-hokken bij. Daarna gaat het sneller,
gemiddeld 8 km-hokken per jaar. Zijlstra (1990) vermeldt dat de
soort de laatste jaren sterk in opmars is en bekend is van 17 km-hokken. In 1993 wordt
duidelijk dat de soort massaal in de bermen van de autosnelweg A1 / A35 voorkomt. Uit een
inventarisatie in dat jaar en in 1996, blijkt dat Steenkruidkers in elk km-hok langs
de snelweg aanwezig.
In de Flora van Nederland (Meijden 1996) wordt de verspreiding
als volgt opgegeven: "Op open, droge voedselrijke, meestal stenige grond, vooral langs
spoorwegen. Zeldzaam in het urbaan district, elders zeer zeldzaam." Weeda (1987) beschrijft het voorkomen van de soort in Nederland als volgt:
"In Nederland is deze soort niet erg algemeen, maar doordat zij weinig opvalt, wordt zij
licht over het hoofd gezien. Het meest is zij te vinden in het kustgebied, verder langs de
grote rivieren, elders sporadisch." Als standplaatsen geeft hij op: "tussen plaveisel, vooral
op parkeerplaatsen en perrons en bij havens en fabrieken; ook in kleigroeven."
Die situatie is dus in korte tijd veranderd.
Zoals het kaartje duidelijk
laat zien, is de uitbreiding vooral tot stand gekomen langs autosnelwegen. Inmiddels wordt
Steenkruidkers in toenemende mate ook langs andere autowegen gevonden, zoals de weg
Ommen - Emmen.
Ook buiten Twente heb ik deze uitbreidingstendens waargenomen. Aan de A1 gaat het voorkomen
van de soort in ieder geval westwaarts door tot vlak voor Deventer. Tussen Coevorden en Emmen
staat de plant ook massaal in de bermen.
In het aangrenzend deel van Duitsland is Steenkruidkers nog nauwelijks waargenomen.
Kaplan & Jagel (1997) vermelden 2 Viertelquadranten in het
gebied tussen Rheine en de grens met Twente. Aan autosnelwegen is de soort blijkbaar nog niet
gesignaleerd, dit in tegenstelling tot Deens lepelblad (Cochlearia danica).
De soort staat in de berm vaak vlak langs de wegrand, bij autosnelwegen bij voorkeur en
meestal massaal in de middenberm. In dit opzicht lijkt de standplaats op die van Deens
lepelblad, een andere snelle uitbreider langs wegen. Evenals deze is
Steenkruidkers al lang geen plant meer van voornamelijk de kuststreken.
Aan de bekende standplaatsen van Steenkruidkers kan dus toegevoegd worden: aan
(midden)bermen van auto(snel)wegen. In Twente is zij inmiddels als tamelijk algemeen te
beschouwen; misschien geldt dat ook voor enige andere delen van Nederland.
Ham, R.W.J.M. van der (1985). in: Mennema, J., A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate. Atlas van de Nederlandse Flora. Deel7 2: 194. Zeldzame en vrij zeldzame planten.
Kaplan, K. & A. Jagel (1997). Atlas zur Flora der Kreise Borken, Coesfeld und Steinfurt - eine Zwischenbalanz, p. 136.
Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland, p. 200.
Weeda, E.J. (1987). Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 40-41.
Zijlstra, O.G. (1990). Kruidkers (Lepidium) in Twente. Nieuwsbrief FLORON-FWT 2: 1-5.