| Nieuwsbrief FLORON-FWT 19 | november 1998 |
O.G. Zijlstra & P.F. Stolwijk
New records of interesting species found in Twente (prov. of Overijssel, the Netherlands) in 1997, among them the first report since 1975 in the Netherlands of Dwarf Rush (Juncus capitatus) and first records for Twente of Ashleaf Maple (Acer negundo), Crataegus x macrocarpa Hegetschw. = C. laevigata x rosiformis [syn C. rhipidophylla], Grecian Foxglove (Digitalis lanata), Creeping Lady's-tresses (Goodyera repens), Fir Clubmoss (Huperzia selago), American Cranberry (Oxycoccus macrocarpos [syn. Vaccinium macrocarpon]), Himalayan Knotweed (Persicaria wallichii), Bulbous Meadow-grass (Poa bulbosa).
Het is gevaarlijk om met 120 km per uur te botaniseren, niet alleen voor de verkeersveiligheid, maar ook omdat de waarnemingen niet altijd
betrouwbaar zijn.
De grote populatie van Engels gras (Armeria maritima) langs de autosnelweg Al bij Holten en die op de Veluwe bij de afslag
Harderwijk zijn al jaren bekend. Daarnaast zijn er verschillende kleinere voorkomens langs de Al aan te treffen. Echter, dit jaar is ons pas
duidelijk geworden dat we in een aantal gevallen plankgas mis hebben geslagen. Wat we voor Engels gras hielden, bleek Bieslook
(Allium schoenoprasum) te zijn. Deze soort heeft zich sinds kort langs de Al en langs de rondweg bij Oldenzaal gevestigd. Het fenomeen
is ons ook uit Duitsland bekend, langs de autosnelweg Oldenzaal-Rheine.
Daarom hebben we een aantal twijfelachtige opgaven van Engels gras moeten schrappen.
We zullen het komende jaar extra goed opletten. De soorten zijn normaal makkelijk te onderscheiden. Maar vanuit de auto moet men letten op de
bloemkleur: echt roze bij Bieslook, meer paarsachtig rood bij Engels gras, althans bij onze populaties.
Natuurontwikkelingsprojecten hebben er in Twente de laatste jaren voor gezorgd dat een aantal pionierplanten van voedselarme omstandigheden zich weer hebben kunnen uitbreiden. Een van die soorten is Alpenrus (Juncus alpinoarticulatus subsp. alpinoarticulatus) (Kaart). In veel gevallen vermelden we deze soorten niet meer bij de lijst bijzondere vondsten, ook niet als ze landelijk of zelfs internationaal bijzonder zijn.
Vederesdoorn (Acer negundo): Nieuw voor Twente. Eerder Achterbroek (228-500), open plek in bos. Wel verwilderd. Deze soort lijkt in het rivierengebied ingeburgerd te zijn; zij groeit daar veelal op kribben langs Rijn en Waal. (Opg. FWT). Zie Stolwijk & Bielen (1998).
Welriekende agrimonie (Agrimonia procera): Rode Lijst 3. Kanaal Almelo-Nordhorn (267-491). De meest oostelijke vindplaats in Twente. (Opg. J. Groot) (Kaart).
Tongvaren (Asplenium scolopendrium): Voortsweg, Enschede (258-472), op steegmuur onder lekkende dakgoot. Van de 3 eerdere vindplaatsen in Twente zijn er twee met zekerheid verdwenen. (Opg. Van den Boogaard).
Heen (Bolboschoenus maritimus [syn. Scirpus maritimus]): Vierde vondst FLORON-FWT. Adorp, Industrieterrein Twente (238-487). in dit deel van Twente nooit eerder waargenomen. (Opg. C.G. Abbink-Meijerink).
Noordse zegge (Carex aquatilis): Rode Lijst 3. Vierde vondst in Twente. Bij de Krim (237-519). Meest oostelijke vindplaats in Drents-Overijsselse grensgebied. (Opg. E. Arends-Kaindl).
Blonde zegge (Carex hostiana): Rode Lijst 2. Vijfde vondst FLORON-FWT. Sluitersveld bij Delden (247-472), tientallen pollen in natuurontwikkelingsterrein. Teruggekeerd na weghalen van de bovenlaag. Twente was vroeger een bolwerk van deze soort. (Opg. P. Bremer; Opg. J. Hofstra).
Fraai duizendguldenkruid (Centaurium pulchellum): Rode Lijst 3. Bij Weerselo (256-483), vergraven terrein. (Opg. F. Eysink).
Draadgentiaan (Cicendia filiformis): Rode Lijst 1. Natuurontwikkelingsproject aan de noordrand van het Buurserzand (252 465), ca. 30 exemplaren. (Opg. M. Horsthuis). Vliegveldweg - Weerseloseweg (256-477), op lemige kale wand van greppel. Enkele tientallen. (Opg. J. Schunselaar) (Kaart).
Riempjes (Corrigiola litoralis): Rode Lijst 3. Zesde en zevende vondst FLORON-FWT. Bij Witte Paal (232-508), aan zandweg (Opg. FWT). Bij Hardenberg omgeving Oldemeijer (234-507), zandweg. Met Grondster (Illecebrum verticillatum). (Opg. C.G. Abbink Meijerink). Zie Stolwijk & Bielen (1998).
Tweestijlige meidoorn x Koraalmeidoorn (Crataegus x macrocarpa Hegetschw. = Crataegus laevigata (Poir.) DC. x C. rosiformis Janka): Nieuw Voor Twente. Bij Florilympha (266-483), Dinkeloever. Bij de Beverborgsbrug (266-484), vochtig loofbosje aan de Dinkel. Op belde lokaties één boom. (Opg. O.G. Zijlstra).
Over de juiste naamgeving binnen Crataegus wordt verschillend gedacht. Recent noemt Christensen
(1992) in zijn Crataegus-monografie als geldige naam voor bovenstaande bastaard Crataegus x macrocarpa Hegetschw. Bij Meijden (1996) wordt deze naam voor de kruising tussen Tweestijlige x
Eenstijlige meidoorn (C. laevigata (Poir.) DC. x monogyna Jacq.) gebruikt. Deze kruising dient Volgens Christensen (1962) echter Crataegus
x media Bechst. te heten. De Koraalmeidoorn, bij Meijden (1996) C. rosiformis
Janka geheten, noemt Christensen (1962) C. rhipidophylla Gand.
Tweestijlige x Koraalmeidoorn onderscheidt zich van haar stamouders onder meer door de deels 1-, deels 2-stijlige bloemen en de
intermediaire bladvorm. Ze verschilt van de kruising Tweestijlige x Eenstijlige meidoorn vooral door de vorm van de kelkbladen - bij
C. x macrocarpa zijn deze tot tweemaal zo lang als breed; bij C. x media even lang als breed - en door de vruchten, die vaak
meer dan 1,5 maal zo lang als breed zijn; bij C. x media iets langer dan breed.
C. x macrocarpa komt voor van Zuid-Scandinavië tot Midden-Europa; de nauwkeurige verspreiding is niet bekend. Weber (1995: 268) noemt haar voorkomen in aangrenzend Westfalen zeer waarschijnlijk. Meer recent vermelden Kaplan & Jagel (1997: 76) de kruising al voor meer dan 40 Viertelquadranten met de opmerking: "Übersehen!"
In Nederland wordt C. x macrocarpa vermeld door Bakker (1964: 55) en recent door Maes & Rövekamp (1997) voor Noord-Drenthe. Laatstgenoemde auteurs vermelden overigens ten onrechte dat Bakker (1964) de kruising voor het Dinkeldal noemt.
Brede orchis (Dactylorhiza majalis subsp. majalis): Rode Lijst 3. Noord van Vasse (254-496), brongrasland. Enkele 10-tallen planten. (Opg. O.G. Zijlstra).
Rietorchis (Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa): Rode Lijst 3. Bij Hengelo (249-478). (Opg. J. Schunselaar). Natuurontwikkelingsproject Buurserzand (252-465). (Opg. K. van der Veen). Vliegbasis Twente (257-476). (Opg. J. Kers).
Moerassmele (Deschampsia setacea): Rode Lijst 1. Vierde vondst FLORON-FWT. Weer terug in het Boddenbroek bij Beckum (244-469), waar enkele jaren geleden herstelmaatregelen zijn uitgevoerd. Twente was vroeger een bolwerk van deze soort. (Opg. J. Hofstra).
Digitalis lanata: Nieuw voor Twente. Bij Bruinehaar (243-499), verwilderd. (Opg. C.G. Abbink-Meijerink).
Kamvaren (Dryopteris cristata): Vierde vondst FLORON-FWT. Kloosterhaar (241-501). (Opg. C.G. Abbink-Meijerink).
Schedegeelster (Gagea spathacea): Rode Lijst 4. Bij Tilligte (260-492), kleine groeiplaats in vochtig loofbosje. Voor zover wij weten, was deze vindplaats niet eerder bekend. (Opg. P.F. Stolwijk). Zie Bielen 1993.
Verfbrem (Genista tinctoria): Rode Lijst 2. Vijfde vondst FLORON-FWT. Enschede, berm van de weg naar Hengelo (253-474). De van vroeger al bekende vindplaats aan de rand van Oldenzaal is met zekerheid verloren gegaan. (Opg. P.F. Stolwijk).
Gilia capitata: Eerder Achterbroek (229-500). Verwilderd. Bijenplant? (Exc. FWT).
Dennenorchis (Goodyera repens): Nieuw voor Twente. Rode lijst 4. Bij Stegeren in Grove dennenbos (232-505), enkele polletjes in dik pakket strooisel. (Opg. M. Horsthuis).
Dennenwolfsklauw (Huperzia selago): Nieuw voor Twente. Rode Lijst 1. Bentelerzijde bij Beckum (245-470), een plant bovenaan greppeltalud langs zandpad in heischrale vegetatie. In 1998 is de soort niet teruggevonden. (Opg. K. van der Veen).
Koprus (Juncus capitatus): Rode Lijst 0. Eerste vondst in Nederland sinds 1975 (Terschelling). Bij Goor (239-472), in greppel. Zie Horsthuis 1997. (Opg. M. Horsthuis). In 1997 waren er ongeveer 150 exemplaren; in 1998 zijn er meer dan 2.000 geteld.
Zwaardrus (Juncus ensifolius): Derde vondst FLORON-FWT. Balderhaar (234-503). (Opg C.G. Abbink-Meijerink).
Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia): Rode Lijst 2. Sluitersdijk bij Delden (247-472) in vergraven terrein. (Opg. M. Horsthuis; Opg. J. Hofstra). Langs Vliegveldweg (256-477), in greppel. (Opg. J. Hofstra; Opg. J. Schunselaar) (Kaart).
Rode ogentroost [syn. Late ogentroost] (Odontites vernussubsp. serotinus): Rode Lijst 3. Bij Goor (238-473; 239-473), meer dan 100 exemplaren op greppeltalud. (Opg. P. Bremer).
Addertong (Ophioglossum vulgatum): Lonnekerberg, op afgesloten bospad (258-477), kleine populatie met onder meer Liggende vleugeltjesbloem (Polygala serpyllifolia) en Mannetjesereprijs (Veronica officinalis). (Opg. J. Schunselaar). Weg naar losser (261-474), honderden! (Opg. J. Schunselaar).
Grote veenbes (Oxycoccus macrocarpos): Nieuw voor Twente. Oever Haarplas bij Hardenberg (233-507), tussen Gagel (Myrica gale); ca. 2 m2. (Opg. C.G. Abbink-Meijerink).
Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii): Nieuw voor Twente. Almelo (239-485). (Opg. C.G. Abbink-Meijerink, 1996). Bij Enschede (261-472). (Opg. P.F. Stolwijk).
Knolbeemdgras (Poa bulbosa); Nieuw voor Twente. Enschede (259-472), in plantsoen. Het betreft hier de var. bulbosa. (Opg. P.F. Stolwijk).
Liggende vleugeltjesbloem (Polygala serpyllifolia): Rode Lijst 3. De Borkeld (232-477), in vochtige heide. (Opg. M. Creveld).
Gewone vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris): Rode Lijst 3. Stepelo (247-468), in heischrale berm. (Opg. K. van der Veen).
Wilde tijm (Thymus serpyllum): Rode Lijst 3. Elsenervoorveld bij Rijssen (232-476), enkele planten in droge heide. (Opg. P. ten Den).
Trosbosbes (Vaccinium corymbosum): Engbertsdijkvenen (241-500; 241-501; 242-496). (Opg. C.G. Abbink Meijerink).
Bakker, J.G. (1964). Enige aantekeningen over het geslacht Crataegus L. in Nederland. Gorteria 2: 5.
Bielen, J. W. (1993). van de Twentse flora. Goudveil (Chrysosplenium) en Geelster (Gagea). Nieuwsbrief FLORON-FWT 9.
Christensen, K.I. (1992). Revision of Crataegus Sect. Crataegus and Nothosect. Crataeguineae (Rosaceae-Maloideae) in the Old World. Systematic Botany Monographs. Vol. 35. The American Society of Plant Taxonomists.
Horsthuis, M.A.P. (1997). Over een nieuwe groeiplaats van Koprus (Juncus capitatus Weigel) in Nederland. Stratiotes 15.
Kaplan, K. & A. Jagel (1997). Atlas zur Flora der Kreise Borken, Coesfeld und Steinfurt.
Maes, N.C.M. & C.J.A. Rövekamp (1997). Oorspronkelijke inheemse houtige gewassen in Drenthe.
Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland.
Stolwijk, P.F. & J.W. Bielen (1998). Excursieverslagen FLORON-FWT 1997. Nieuwsbrief FLORON-FWT 18.
Weber, H.E. (1995). Flora von Südwest-Niedersachsen und dem benachbarten Westfalen.