Nieuwsbrief FLORON-FWT 19 november 1998


Hertshoornweegbree (Plantago coronopus) in Twente

P.F Stolwijk


Abstract

The occurence and rapid extension, mostly along motorways, of Buck's-horn Plantain (Plantago coronopus) in Twente (prov. of Overijssel the Netherlands), is discussed and a map is presented.



Hertshoornweegbree (Plantago coronopus) is volgens de Atlas van de Nederlandse Flora (Meijden & al. 1989: 118) voor 1950 in twee hokken (IVON M7.67 en M7.47) in Twente gevonden. Daarnaast was er in het gebied van de Overijsselse Vecht een concentratie van vindplaatsen. Weeda (1988: 258) omschrijft de vroegere binnenlandse groeiplaatsen van Hertshoornweegbree als volgt: "In de pleistocene streken kwam Hertshoornweegbree hier en daar op 's winters natte, 's zomers droge, kale, voedselarme zandgrond voor, samen met Grondster (Illecebrum verticillatum), maar op dergelijke vindplaatsen lijkt zij nu verdwenen." Ons zijn inderdaad geen groeiplaatsen van deze aard bekend.

De soort heeft echter een nieuw type binnenlandse groeiplaats aan 's winters gepekelde wegen gevonden (Weeda 1988: 258). In Twente komt ze sinds 1981 in toenemende mate voor op dit soort standplaatsen. De drie uurhokken in de Atlas (28.53; 34.15; 34.17) zijn op opgaven van Floristische Werkgroep Twente gebaseerd (Meijden & al. 1989). Zoals het kaartje laat zien heeft de soort zich de laatste jaren fors uitgebreid, niet alleen in Twente overigens, maar ik beschik nog niet over gedetailleerde gegevens uit overig Nederland. Zeker is dat ik dit jaar de soort heb aangetroffen op bijna elke parkeerplaats langs de autosnelweg Al tussen Deventer en Amersfoort. Ook in Limburg wordt deze soort sinds 1992 in toenemende mate gevonden (Jansen 1998: 237).

Na de eerste vondst door de Werkgroep in 1981 aan de A1 bij Holten volgen in 1983 twee vondsten in Enschede-West en twee ten westen van Delden. Vanaf 1988 begint de soort zich snel uit te breiden rond Delden-Hengelo en in Enschede. In het gebied van de Overijsselse Vecht kennen we sinds 1991 weer een aantal vindplaatsen; deze zijn echter ook in wegbermen gelegen en komen daarin niet overeen met de groeiplaatsen van weleer. Ook de overige vondsten in Twente zijn, op één uitzondering na, alle langs bermen van doorgaande, 's winters gepekelde, wegen gedaan. De uitzondering betreft een vondst bij een inrit naar een boerenerf aan de Veendijk (gem. Enschede), waar wel niet gepekeld zal worden. Aangezien de soort vanuit een rijdende auto niet zo zichtbaar is als Deens lepelblad (Cochlearia danica) en Steenkruidkers (Lepidium ruderale), is het heel wel mogelijk dat langs de A1 nog veel voorkomens niet opgemerkt zijn.
In het aangrenzende deel van Duitsland lijkt Hertshoornweegbree zich nog niet gevestigd te hebben aan gepekelde wegen, zoals dat wel het geval is met Deens lepelblad (Kaplan 1997: 72). Weber (1995: 260) schrijft over Hertshoornweegbree: "Früher zerstreut bis selten (...), jetzt fast überall seit langem verschollen". Ook bij Haeupler (1989: 475), Lenski (1990: 152) en Kaplan (1997: 169) vinden we alleen opgaven van voormalige, binnenlandse vindplaatsen.

Meijden (1996) noemt de soort nog "sporadisch in het binnenland". Deze omschrijving is niet langer adequaat en zou kunnen worden: 'in het binnenland niet zeldzaam aan gepekelde wegen en zich uitbreidend.'


Literatuur

Haeupler, H. & P. Schönfelder (1989). Atlas der Farn- und Blütenpflanzen der Bundesrepublik Deutschland.

Jansen, S. (1998). Verspreiding van Deens lepelblad en Hertshoornweegbree "in de zilte branding van het asfalt" in Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 87.

Kaplan, K. & A. Jagel (1997). Atlas zur Flora der Kreise Borken, Coesfeld und Steinfurt.

Lenski, H. (1990). Farn- und Blütenpflanzen des Landkreises Grafschaft Bentheim.

Meijden, R. van der (1996). Heukels' Flora van Nederland.

Meijden, R. van der, C.L. Plate & E.J. Weeda (1989). Atlas van de Nederlandse Flora. Deel 3. Minder zeldzame en algemene soorten.

Weber, H.E. (1995). Flora von Südwest-Niedersachsen und dem benachbarten Westfalen.

Weeda, E.J. (1988). Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3.