| Nieuwsbrief FLORON-FWT 20 | november 1999 |
J.W. Bielen & P.F. Stolwijk
Annual report of district Twente (FLORON) and the Flora Workgroup Twente (FWT) 1998.
In 1998 zijn er twee bijeenkomsten in het Natuurmuseum te Enschede geweest: een seizoenstartmiddag en een inlevermiddag. Daarnaast heeft de Werkgroep een stand bemand bij de Open Dag van het Natuurmuseum. De contacten met de Provincie Overijssel, afdeling Landelijk Gebied en met vertegenwoordigers van de diverse terreinbeherende organisaties zijn weer zeer vruchtbaar geweest. Aan verschillende personen en instellingen zijn gegevens beschikbaar gesteld. Een lid van de werkgroep heeft een stagiair van Larenstein begeleid bij een onderzoek op Arboretum Poortbulten.
Het seizoen 1998 heeft een duidelijke teruggang te zien gegeven van het aantal waarnemingen,
vergeleken met vorige jaren. Er zijn ruim 20.100 waarnemingen ingeleverd uit 467
km-hokken.
Na verwerking van de gegevens is de FKT (Frequentie Klassen Twente) aangepast op basis van de
1.183 km-hokken waarin nu meer dan honderd soorten van de Standaardlijst genoteerd zijn. De
huidige verdeling van de diverse categorieën over de frequentieklassen is af te lezen uit de
figuur.
In 1998 zijn er 283 waarnemingen gedaan van Rode Lijst-soorten. Van ongeveer de helft van dit
aantal is een Rode lijst-formulier ontvangen. De score is daarmee lager dan in eerdere jaren,
maar de verwachting is dat de inventarisatie door de provincie Overijssel weer zoals andere
jaren een groot aantal formulieren oplevert.
In totaal zijn er nu 1001 RL-formulieren in ons bestand aanwezig. Een klein aantal hiervan
heeft overigens betrekking op bijzondere soorten die niet op de Rode Lijst staan.
Zie tabel 1.
Het eerste FLORON-jaar was 1989. Dat houdt in dat we in 1998 ons tiende inventarisatiejaar voor FLORON hebben vol gemaakt, een jubileum waarbij een kleine terugblik past. Ook een aantal gegevens na 10 jaar onderzoek zijn de moeite waard. Wanneer we de kaart bekijken, zien we dat er veel werk is verricht, maar ook is te zien dat er nog veel te doen is. We kunnen nog lang niet achterover leunen. Er zijn nog veel hokken wit of bijna wit. Een probleem is dat dit meestal de minst interessante hokken zijn; ook liggen veel van deze hokken (te) ver van de woonplaats van actieve floristen. De volgende jaren zullen nodig zijn om een volledige inventarisatie tot stand te brengen, maar tegelijkertijd vraagt het Rode Lijstproject onze aandacht. Op zich is het precies bepalen van de populaties van zeldzame soorten uit beschermings- en beheersopzicht belangrijker dan het vullen van alle hokken met bijvoorbeeld Straatgras (Poa annua) en Grote brandnetel (Urtica dioica). Maar toch, uit het Totaalproject blijkt pas welke soorten zeldzaam zijn, welke soorten achteruit gaan en dus bescherming behoeven. Het Rode Lijstproject kan dus niet zonder het Totaalproject. Ook beginnen de in 1989 verzamelde gegevens van sommige soorten al aardig te verouderen in ons snel veranderende landschap. Het is dus de vraag of we in de toekomst opgaven uit 1989 nog voortdurend in onze kaartjes kunnen blijven tonen.
De volgende soorten, die we uit de periode 1977-1988 kenden, zijn in de FLORON-periode niet meer waargenomen:
| Nederlandse naam | Wetenschappelijke naam |
|---|---|
| Moesdistel | Cirsium oleraceum |
| Rechte driehoeksvaren | Gymnocarpium robertianum |
| Rijstgras | Leersia oryzoides |
| Maretak | Viscum album |
In Nieuwsbrief FLORON-FWT 15 hebben we een lijst gepubliceerd van soorten die nieuw zijn voor Twente. Als aanvulling hierop de volgende lijst van nieuwe soorten die naar onze mening deel (gaan) uitmaken van de Twentse flora:
| Nederlandse naam | Wetenschappelijke naam |
|---|---|
| Franse amarant | Amaranthus bouchonii |
| geen Nederlandse naam beschikbaar | Amsinckia lycopsoides |
| Amsinckia | Amsinckia menziesii |
| Blauw guichelheil | Anagallis arvensis subsp. foemina |
| Fijne kervel | Anthriscus caucalis |
| Steenhoornbloem | Cerastium pumilum |
| Fijn hoornblad | Ceratophyllum submersum |
| Muurbloemmosterd | Coincya monensis subsp. recurvata |
| Argentijnse fijnstraal | Conyza bonariensis |
| Veldwarkruid | Cuscuta campestris |
| Duinreigersbek | Erodium cicutarium subsp. dunense |
| Zachte hennepnetel | Galeopsis pubescens |
| Stekelzaad | Lappula squarrosa |
| Kleine margriet | Leucanthemum paludosum |
| Rechte rolklaver | Lotus corniculatus var. sativus |
| Stekende wolfsklauw | Lycopodium annotinum |
| Kruipkattenstaart | Lythrum junceum |
| Kleinbloemig kaasjeskruid | Malva parviflora |
| Sikkelklaver | Medicago falcata |
| Grote veenbes | Oxycoccus macrocarpos |
| Draadgierst | Panicum capillare |
| Kale gierst | Panicum dichotomiflorum |
| Knolbeemdgras | Poa bulbosa |
| Baardgras | Polypogon monspeliensis |
| Behaarde boterbloem | Ranunculus sardous |
| Oostenrijkse kers | Rorippa austriaca |
| Grote vlotvaren | Salvinia molesta |
| geen Nederlandse naam beschikbaar | Solanum sarachoides |
| Driebloemige nachtschade | Solanum triflorum |
| Gerande schijnspurrie | Spergularia media subsp. angustata |
| Zomerandoorn | Stachys annua |
| Duinvogelmuur | Stellaria pallida |
| Trosbosbes | Vaccinium corymbosum |
De volgende tabellen geven de stand van zaken weer. De stand van zaken kan afgeleid worden uit de Kaart Standaardlijst 1989-1998.
Tabel 2 geeft weer hoever we met de inventarisatie van Twente zijn. De km-hokken met meer dan 200 soorten kunnen als goed geïnventariseerd beschouwd worden; km-hokken met minder dan 100 soorten zijn onvolledig onderzocht. Globaal kan gesteld worden dat van de helft van het aantal km-hokken voldoende gegevens zijn verzameld.
Tabel 3 geeft de resultaten van 10 jaar FLORON.
In tabel 4 wordt aandacht geschonken aan soorten die in de Nieuwsbrief anders nooit aan bod komen.