| Nieuwsbrief FLORON-FWT 23 | april 2001 |
Aspecten van de Twentse flora |
|
J.W. Bielen
Plant maps are presented of species of wet heathlands: Cross-leaved Heath (Erica tetralix), Heath Rush (Juncus squarrosus), Carnation Sedge (Carex panicea), Oblong-leaved Sundew (Drosera intermedia), Round-leaved Sundew (Drosera rotundifolia), Brown Beak-sedge (Rhynchospora fusca), White Beak-sedge (Rhynchospora alba), Marsh Gentian (Gentiana pneumonanthe), Marsh Clubmoss (Lycopodiella inundata).
De laatste jaren zijn in Twente enige kleinschalige en soms zelfs grootschalige natuurherstelprojecten uitgevoerd. Een aantal plantensoorten, algemene maar dikwijls ook meer zeldzame, reageert hier positief op. Helaas komen niet alle soorten van vroeger (zo snel) terug. Voorwaarde is meestal dat er nog diasporen (zaden, ondergrondse delen e.d.) in het terrein aanwezig zijn.
Hierna presenteren we de verspreidingskaartjes van enige soorten die nogal eens verschijnen na plaggen van natte heide. Soms komen zij ook te voorschijn nadat van een vochtig weiland de voedselrijke toplaag is verwijderd. Blijkbaar zijn er van deze categorie vrij veel waarvan het zaad lang levensvatbaar is. Over een langere periode gezien was een aantal ervan reeds zodanig achteruit gegaan dat zij op de RL2000 zijn verschenen. Misschien dat natuurherstel deze achteruitgang kan keren. Bij deze presentatie beperken we ons tot de soorten die karakteristiek zijn voor de natte heiden (Dopheiverbond, Ericion tetralicis).
Gewone dopheide (Erica tetralix) is sedert 1989 in 573 km-hokken aangetroffen. De soort verschijnt veelvuldig op plagplaatsen in vochtige heide, maar kan dikwijls ook opslaan uit een blijkbaar lang bewaarde zaadvoorraad in ontgronde weilanden. (Kaart)
Trekrus (Juncus squarrosus) is veelal nog wel aanwezig in dichtgroeiende, natte heide en breidt zich na plaggen weer uit, maar verschijnt ook regelmatig wanneer de toplaag van een weiland is verwijderd. (Kaart)
Blauwe zegge (Carex panicea) verschijnt dikwijls in natte heide na plaggen en bijvoorbeeld ook op de oevers van geschoonde vennen. (Kaart)
Kleine zonnedauw (Drosera intermedia) verschijnt in Twente bijna altijd, en dan dikwijls in grote aantallen, op plagplaatsen in natte heide en op de oevers van geschoonde vennen. Ook daar waar de voedselrijke bouwvoor van een weiland is verwijderd, kan zij massaal te voorschijn komen. Blijkbaar is het zaad van deze soort zeer lang vitaal. Het aantal ontvangen RL-formulieren bedraagt slechts: 9. (Kaart)
Ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) verschijnt op dezelfde plekken als bovengenoemde soort, maar lang niet zo frequent en dan ook niet in zo grote aantallen. Het aantal ontvangen RL-formulieren bedraagt: 2. (Kaart)
Bruine snavelbies (Rhynchospora fusca) kan zeer massaal in ware tapijten te voorschijn komen na plaggen van natte heide en ook op geschoonde venoevers. Zij is mij minder van afgegraven weilanden bekend. Het aantal ontvangen RL-formulieren bedraagt: 24. (Kaart)
Witte snavelbies (Rhynchospora alba) verschijnt op dezelfde plaatsen en bijna net zo frequent als de vorige soort, maar meestal veel minder massaal. Het aantal ontvangen RL-formulieren bedraagt: 7. (Kaart)
Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) verschijnt slechts sporadisch na plaggen van natte heide. Naar mijn indruk moet de soort dan nog als (zaadproducerende) plant zeer recent in het terrein aanwezig geweest zijn. Het aantal ontvangen RL-formulieren bedraagt: 5. (Kaart)
Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata) verschijnt veelvuldig na plaggen van natte heide en ook regelmatig in ontgronde weilanden en op oevers van geschoonde vennen. Het aantal ontvangen RL-formulieren bedraagt: 23. (Kaart)