| Nieuwsbrief FLORON-FWT 23 | april 2001 |
J.W. Bielen & P.F. Stolwijk
Report of the FLORON field meeting at Mander (prov. of Overijssel, the Netherlands)
Dit in floristisch opzicht zeker geslaagde voorjaarskamp werd begunstigd door fraai zomerweer. Toch zal het weekend voor de deelnemers vooral in herinnering blijven door het samenvallen met de vuurwerkramp in Enschede. Hoewel we ons hemelsbreed op ongeveer 25 km afstand van de bron bevonden, werd de knal ook door ons als zeer hard ervaren. Even later werd ook de gigantische rookontwikkeling gezien. We begrepen dat er iets bijzonders aan de hand moest zijn, maar ook de Enschedeërs in ons midden maakten zich aanvankelijk niet erg ongerust.
In de loop van de zaterdagmiddag bleek pas dat het rampgebied bijzonder dicht bij de woning van Otto is gelegen. Na telefonisch contact bleek gelukkig dat Astrid en de kinderen ongedeerd waren en de woning niet noemenswaard was beschadigd. Wel zat de schrik er goed in en was er nog steeds sprake van een situatie die als bedreigend gevoeld werd. Daarom besloot Otto gedurende de rest van het weekend bij zijn gezin te zijn.
Het kamp werd door 21 deelnemers een of meer dagen bezocht. In 20 km-hokken werden 3.286 waarnemingen van soorten van de standaardlijst en 60 van de overige soorten gestreept. Dit waren 470 verschillende soorten, waarvan 444 van de Standaardlijst. De 68 waarnemingen van soorten van de Rode Lijst leverden 29 verschillende soorten.
Er was gekozen voor een mix van reeds goed geïnventariseerde "leuke" km-hokken en minder goed onderzochte km-hokken. Zo werden in het km-hok met de bronnen van het Springendal 208 waarnemingen gedaan waarvan slechts 22 nieuw. Dit km-hok was en bleef toch, van de tijdens het kamp onderzochte km-hokken, met nu 272 soorten het soortenrijkst. Als tweede voorbeeld geven we km-hok 253-492, met een deel van de Zuidelijke Vasserheide, waar 248 taxa werden genoteerd, waarvan er 147 nieuw waren. Dit km-hok kwam daarmee op totaal 253 taxa. In het bijna volledig agrarische km-hok 254-489 werd het aantal van 11 op 217 gebracht. Een grenshok (258-496), waarvan slechts ongeveer 4 ha in Nederland ligt, leverde slechts 28 soorten.
Deze gemengde opzet had als resultaat dat ongeveer 51% van onze waarnemingen nieuw waren voor de FLORON-periode vanaf 1989. Totaal is het aantal waarnemingen in de tijdens het kamp onderzochte km-hokken gebracht op 3.730. Wanneer we het grenshok niet meetellen bedraagt het gemiddeld aantal soorten in de overige 19 km-hokken vóór het kamp 95, daarna 194. Gemiddeld werden tijdens het kamp 171 taxa per km-hok genoteerd, gezien de tijd van het jaar voor Twente een hoog gemiddelde.
Echt opzienbarende vondsten zijn tijdens dit kamp niet gedaan. Toch zijn een aantal soorten nog wel het vermelden waard. Zo werd in een enigszins omgewerkte, wat ruderale berm Gewone veldsla (Valerianella locusta) aangetroffen. Dit is in de FLORON-periode de eerste vondst in Twente. Deze soort wordt in de Atlas slechts voor twee uurhokken alleen van vóór 1950 in Twente aangegeven. In een daarvan werd de huidige vondst ook weer gedaan! Duinvogelmuur (Stellaria pallida) en Grote wolfsklauw (Lycopodium clavatum) zijn eerste waarnemingen in Noord-Twente. Voor speciaal de Ootmarsumse stuwwal zijn Grote keverorchis (Listera ovata) en Bleke zegge (Carex pallescens) bijzondere soorten, respectievelijke de eerste en derde vondst. Bleke zegge is in Twente vooral een soort van de Oldenzaalse stuwwal. Een ander gradueel verschil tussen de beide stuwwallen betreft het voorkomen van Paarbladig goudveil (Chrysosplenium oppositifolium). Bij Oldenzaal vinden we de soort in slechts drie km-hokken. Op de stuwwal van Ootmarsum werd het uitgesproken bolwerk (nu 11 km-hokken) van deze soort nog versterkt door een waarneming in een nieuw km-hok. Verheugend is dat viermaal Kruipbrem (Genista pilosa) werd genoteerd. Deze soort gaat in Twente achteruit en was recent op de stuwwal van slechts een km-hok bekend. Dat zijn er nu totaal vier geworden. Van de overige min of meer bijzondere soorten noemen we nog Stijve zegge (Carex elata), een soort die we meer in Zuidwest-Twente tegen kunnen komen, Klimopwaterranonkel (Ranunculus hederaceus) die hier in het beekdalengebied veelvuldig voorkomt, Amsinckia (Amsinckia mensiezii), Valse kamille (Anthemis arvensis), Bosdroogbloem (Gnaphalium sylvaticum), Draadrus (Juncus filiformis) en Kleine valeriaan (Valeriana dioica).
Een aparte vermelding verdienen ook de 4 Carex-bastaarden die tijdens de excursies zijn gevonden: Carex acuta x nigra (=Carex x elytroides), Carex curta x paniculata (=Carex x ludibunda), Carex curta x remota, Carex paniculata x ramota (=Carex x boenninghausiana).